HomeBijlagenB9. Monitoring Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs

B9. Monitoring Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs

Met de ‘Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs’ is in het voorjaar van 2021 voor het eerst landelijk onderzoek gedaan naar de mentale gezondheid en het middelengebruik onder studenten in het hoger onderwijs (HBO en WO) ​[1]​. Dit onderzoek werd uitgevoerd door een breed consortium bestaande uit het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Trimbos-instituut en de brancheorganisatie van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GGD GHOR Nederland), in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Het rapport bestaat uit twee onderdelen. Deelrapport 1 richtte zich op het mentaal welbevinden (positieve mentale gezondheid en veerkracht) en het vóórkomen van psychische klachten ( angst-/depressieklachten, emotionele uitputtingsklachten en levensmoeheid), en welke student- of studie-gerelateerde kenmerken hierbij een rol spelen. De focus van deelrapport 2 was het in kaart brengen welke genotmiddelen studenten gebruiken en in welke frequentie en mate zij dit doen. Daarbij is er ook aandacht voor het oneigenlijk gebruik van concentratieverhogende middelen en van slaap-en kalmeringsmiddelen. Ook is gekeken naar het gamegedrag van studenten. In de Nationale Drug Monitor wordt alleen stilgestaan bij de bevindingen uit deelrapport 2 over het gebruik van alcohol, tabak, drugs en medicijnen.

Voor dit onderzoek werden alle 243.868 studenten die waren ingeschreven bij 15 hogeronderwijsinstellingen (7 hbo-instellingen en 8 universiteiten verspreid over heel Nederland) uitgenodigd om een online vragenlijst in te vullen. Uiteindelijk hebben 28.442 studenten deelgenomen aan het onderzoek, een responspercentage van 11,7%. Dit lage responspercentage is een beperking van het onderzoek omdat sprake kan zijn van selectieve (non-)respons. Dit wil zeggen dat bepaalde groepen meer of minder geneigd zijn om mee te doen aan het onderzoek en dus onder- of oververtegenwoordigd kunnen zijn in de steekproef. Eerder onderzoek heeft laten zien dat frequente of problematische middelengebruikers minder geneigd zijn mee te doen aan onderzoek ​[2]​. Het is dus mogelijk dat in het huidige onderzoek sprake is van een onder-representatie van deze gebruikersgroepen en daarmee een onderschatting van het percentage frequente en problematische gebruikers. Om toch een zo representatief mogelijk beeld te verkrijgen heeft weging plaatsgevonden op diverse achtergrondkenmerken van studenten die verband houden met middelengebruik, te weten leeftijd, geslacht, opleidingsvorm, en herkomst (Nederlandse student zonder migratieachtergrond, Nederlandse student met een migratieachtergrond en internationale student). Daarnaast is ook gewogen voor ondervertegenwoordiging van studenten van onderwijsinstellingen die niet aan het onderzoek hebben deelgenomen. Hierbij is gewogen naar de kenmerken leeftijd, geslacht, de omvang van de onderwijsinstelling (aantal ingeschreven studenten) en of het al dan niet een specifieke instelling betrof. Desondanks kan niet worden uitgesloten dat het lage responspercentage tot enige vertekening van de resultaten heeft geleid.

De dataverzameling startte in maart 2021 en liep door tot halverwege mei 2021. In deze periode was sprake van een derde golf van corona, door de coronamaatregelen was er geen fysiek onderwijs en ging onderwijs via online kanalen. Verder was dit ook de periode van de avondklok en waren de horeca, en daarmee alle uitgaanslocaties, gesloten. Doordat de meting plaatsvond tijdens de derde golf heeft hoogstwaarschijnlijk invloed gehad op het middelengebruik. Eerdere onderzoeken naar middelengebruik tijdens de corona-pandemie hebben dit eerder aangetoond, hoewel per middel verschilt wat het effect is .

Deze maatregelen zullen vermoedelijk effect gehad hebben op het middelengebruik zoals eerder studies over middelengebruik tijdens corona reeds hebben laten zien ​[3–5]​.

Bronnen

  1. 1.
    Dopmeijer JM, Nuijen Jasper, Busch MCM, Tak NI. Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs Deelrapport II Middelengebruik van studenten in het hoger onderwijs. Utrecht, the Netherlands: RIVM, GGD GHOR, Trimbos-instituut; 2021 p. 1–123.
  2. 2.
    Cheung KL, Ten Klooster PM, Smit C, De Vries H, Pieterse ME. The impact of non-response bias due to sampling in public health studies: A comparison of voluntary versus mandatory recruitment in a Dutch national survey on adolescent health. Vol. 17, BMC Public Health. BMC Public Health; 2017. p. 1–10.
  3. 3.
    Van Laar M, Oomen P, Van Miltenburg C, Vercoulen E, Freeman T, Hall W. Cannabis and COVID-19: reasons for concern. Frontiers in Psychiatry. 2020.
  4. 4.
    Vrolijk R, Smit-Rigter L. Jaarbericht 2020 Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS). Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  5. 5.
    Van Beek RJJ, Van Miltenburg CJA, Blankers M, Van Laar MW. Uitgaansgedrag en middelengebruik tijdens de coronapandemie van maart tot september 2020. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.