HomeSlaap- en kalmeringsmiddelen10.7.2 Sterfte

10.7.2 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er door het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen in Nederland?

In het kort: In 2024 overleden ten minste 40 mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Het gaat hier om sterfgevallen door benzodiazepinen, barbituraten en andere slaap- en kalmeringsmiddelen. Het grootste deel (93%) van de sterfgevallen door slaap- en kalmeringsmiddelen is het gevolg van suïcide. Het aantal mensen dat overlijdt door het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen is sinds 2016 sterk gedaald.

In 2024 overleden ten minste 40 personen door het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen

Uit de cijfers van de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in 2024 ten minste 40 mensen van 15 jaar of ouder door slaap- en kalmeringsmiddelen zijn overleden. Dit komt neer op ongeveer 0,3 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2024. Deze sterfgevallen waren voornamelijk het gevolg van het gebruik van benzodiazepinen (23 gevallen). Bij de overige gevallen ging het om gebruik van barbituraten (9 gevallen) of een ander niet-gespecificeerd slaap- of kalmeringsmiddel (8 gevallen).

Daarnaast is er nog een onbekend aantal gevallen waarin deze middelen, vaak in combinatie met andere middelen, een bijdrage hebben geleverd aan het overlijden. Deze gegevens zitten niet in de CBS-doodsoorzakenstatistiek (zie ook: Meer informatie over het onderzoek op deze pagina).

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van middelen. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft. 

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

De gegevens op deze pagina gaan alleen over sterfgevallen die door artsen geregistreerd zijn als directe sterfte. Dit is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). 

Combinatiegebruik belangrijkste doodsoorzaak bij slaap- en kalmeringsmiddelen 

Slaap- en kalmeringsmiddelen hebben een remmend effect op het centrale zenuwstelsel, waardoor slaperigheid, spierverslapping en verminderd bewustzijn kunnen optreden (zie ook: Problematisch gebruik en Ziekte). In hoge doseringen kan dit leiden tot ademhalingsdepressie en bewustzijnsverlies ​[1,2]​. Hierdoor ontstaat zuurstoftekort (hypoxie), wat kan resulteren in coma en uiteindelijk een hartstilstand. Daarnaast kan iemand stikken in braaksel of doordat de tong de luchtweg afsluit ​[3]​.

Volgens de literatuur komt overlijden door uitsluitend slaap- en kalmeringsmiddelen echter zelden voor. Dit hangt samen met het feit dat benzodiazepinen een relatief brede therapeutische marge hebben: de dosis die fataal kan zijn, ligt veel hoger dan de gebruikelijke of zelfs misbruikdoseringen. Barbituraten vormen hierop een uitzondering. Deze hebben een veel smallere veiligheidsmarge, waardoor een overdosis sneller levensbedreigend is. Om die reden worden barbituraten tegenwoordig nog maar zelden voorgeschreven ​[4,5]​.

Hoewel slaap- en kalmeringsmiddelen op zichzelf dus zelden leiden tot ernstige toxiciteit, neemt het risico op complicaties en overlijden aanzienlijk toe wanneer ze worden gecombineerd met andere middelen zoals alcohol, opioïden of andere sedativa ​[1,2]​. Suïcide door opzettelijke overdosering komt regelmatig voor met slaap- en kalmeringsmiddelen ​[6]​.

Daarnaast kunnen slaap- en kalmeringsmiddelen indirect bijdragen aan sterfte, bijvoorbeeld door ongevallen als gevolg van sufheid ​[1]​.

Wat zijn de trends in sterfgevallen onder slaap- en kalmeringsmiddelen?

Bij 9 op de 10 sterfgevallen door gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen ging het om suïcide

Bij veruit de meeste mensen die overlijden door het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen gaat het om een opzettelijke overdosis, oftewel een suïcide. Tussen 2014 en 2024 overleden ten minste 833 mensen door slaap- en kalmeringsmiddelen. In 92,7% van deze sterfgevallen ging het om suïcide. In 5,9% ging het om een onopzettelijke overdosis, en voor de overige gevallen was of de intentie onbekend (1,0%) of toegekend aan een stoornis in middelengebruik (0,5%).

Ongeveer even veel mannen als vrouwen overlijden door slaap- en kalmeringsmiddelen

In de periode 2014 – 2024 was iets meer dan de helft van de mensen die overleden door slaap- en kalmeringsmiddelen vrouw (53%).

Het aandeel vrouwen dat overlijdt door het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen is groter dan het aandeel vrouwen dat overlijdt door drugsgebruik. Ter vergelijking, tussen 2014 – 2024 was een kwart (24%) van de mensen die overleden door drugsgebruik vrouw.

Vier op de tien sterfgevallen door slaap- en kalmeringsmiddelen zijn 65 jaar of ouder

Er overlijden relatief veel oudere mensen door slaap- en kalmeringsmiddelen. In de periode 2014-2024 was vier op de tien (42%) sterfgevallen door slaap- en kalmeringsmiddelen 65 jaar of ouder. Ter vergelijking, onder de sterfgevallen door opioïden was dit slechts 19% in 2024.

Ongeveer de helft (48%) van de sterfgevallen door slaap- en kalmeringsmiddelen in de periode tussen 2014 en 2024 vielen in de leeftijdscategorie 35 t/m 64 jaar. Eén op de tien was tussen de 15 en 34 jaar oud (10%).  

Aantal sterfgevallen door slaap- en kalmeringsmiddelen neemt af

Sinds 2016 neemt het aantal sterfgevallen door een overdosering van slaap- en kalmeringsmiddelen elk jaar verder af (met uitzondering van een lichte stijging tussen 2018 en 2019). Ten opzichte van 2016 is het aantal sterfgevallen met bijna 64% afgenomen, van 110 naar 40 sterfgevallen. De daling lijkt onder andere veroorzaakt te worden door een daling in het aantal sterfgevallen door het gebruik van barbituraten. In 2024 werden er 9 sterfgevallen met barbituraten geregistreerd in vergelijking met 27 in 2022. Mogelijk komt dit doordat barbituraten amper meer voorgeschreven worden in Nederland ​[5]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[7]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Verder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[8]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld slaap- en kalmeringsmiddelen en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door slaap- en kalmeringsmiddelen wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[9]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal register

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[9]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    N. Edinoff A, A. Nix C, Hollier J, E. Sagrera C, M. Delacroix B, Abubakar T, et al. Benzodiazepines: Uses, Dangers, and Clinical Considerations. Vol. 13, Neurology International. 2021. p. 594–607.
  2. 2.
    Schmitz A. Benzodiazepine use, misuse, and abuse: A review. Vol. 6, Mental Health Clinician. 2016. p. 120–6.
  3. 3.
    P. C. van Schaik E, Blankman P, A. Van Klei W, J. T. A. Knape H, H. H. B. Vaessen P, A. Braithwaite S, et al. Hypoxemia during procedural sedation in adult patients: a retrospective observational study. Vol. 68, Canadian Journal of Anesthesia/Journal canadien d’anesthésie. 2021. p. 1349–57.
  4. 4.
    T. Suddock J, J. Kent K, C. Regina A, D. Cain M. Barbiturate Toxicity. 2025.
  5. 5.
    ZIN (Zorginstituut Nederland). Aantal gebruikers 2020-2024 voor ATC-subgroep N05C : Hypnotica en sedativa [Internet]. 2025. Available from: https://www.gipdatabank.nl/databank?infotype=g&label=00-totaal&tabel=B_01-basis&geg=gebr&item=N05C
  6. 6.
    J. Dodds T. Prescribed Benzodiazepines and Suicide Risk. Vol. 19, The Primary Care Companion For CNS Disorders. 2017.
  7. 7.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  8. 8.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  9. 9.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.