HomeCriminaliteit en overlast17.2.3 Geweld en het gebruik van alcohol en drugs

17.2.3 Geweld en het gebruik van alcohol en drugs

Alcoholgebruik verhoogt de kans op agressief gedrag: na het drinken van vijf glazen alcoholische drank is de kans verhoogd dat de drinker als dader of slachtoffer betrokken raakt bij een gewelddadig incident, zo kwam naar voren in een overzichtsstudie ​[1]​. Deze uitkomst sluit aan bij eerdere onderzoeken ​[2,3]​. De overzichtsstudie concludeerde dat fors alcoholgebruik (intoxicatie) een cruciale rol speelt bij circa de helft van alle geweldsdelicten en ook dat het een rol speelt bij veel gevallen van seksueel geweld ​[3]​.

Een literatuurstudie uit 2016 onderzocht het verband tussen het gebruik van verschillende typen drugs en agressief gedrag ​​[4]​​:

  • Gewelddadig of agressief gedrag kan optreden als effect van het gebruik, als onderdeel van onthoudingsverschijnselen na gebruik, door verhoogde impulsiviteit als gevolg van zwaar gebruik of doordat de gebruikte middelen een psychose of manie veroorzaken, die dan weer kunnen leiden tot agressiever gedrag. De effecten kunnen ook in verband worden gebracht met afgenomen gevoeligheid voor sociale signalen.
  • Een causaal verband met gewelddadig of agressief gedrag na gebruik van alcohol, opiaten en bepaalde synthetische stimulerende middelen is gevonden. Voor het verband tussen alcohol en agressief gedrag merken de onderzoekers op dat rekening moet worden gehouden met individuele variatie (bijv. persoonskenmerken) en contextuele factoren (bijv. provocatie).
  • Kortom, de specifieke effecten verschillen per individu en zijn afhankelijk van de interactie tussen biologische en persoonlijke kenmerken van een individu en de omgeving (zie ook het onderzoek van Kuypers et al. ​[3]​).

De Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, die op 1 januari 2017 in werking is getreden, maakt het mogelijk om verdachten van geweldsmisdrijven verplicht mee te laten werken aan een onderzoek naar het gebruik van alcohol en/of drugs wanneer er een aanwijzing is voor geweldpleging onder invloed ​[5]​. Vanaf 1 juli 2017 is deze bevoegdheid landelijk toegepast. In het geval van een vermoeden van drugsgebruik bij geweldsincidenten kan de politie een speekseltest afnemen, waarna bij een positieve uitslag een bloedonderzoek door het NFI volgt om de uitslag te verifiëren.

  • Uit registraties van het NFI blijkt dat in 2021 door het NFI 683 drugsonderzoeken in geweldszaken zijn uitgevoerd.
  • Het totale aantal onderzoeken dat door het NFI is uitgevoerd, is sinds de invoering van de Wet middelenonderzoek gestegen (met uitzondering van een lichte daling in 2020). Deze trend lijkt haaks te staan op de ontwikkeling van het aantal personen dat door de politie met een classificatie van ‘alcoholist’ of ‘harddrugsgebruiker’ bij geweldsincidenten geregistreerd wordt: dit aantal nam in de periode 2017-2021 juist af.
  • In 2019-2021 was het aantal onderzoeken dat het NFI uitvoerde in augustus (en in mindere mate de (na)zomermaanden er omheen) het hoogste.
  • In de periode 2019-2021 bestond de overgrote meerderheid van de onderzoeken uit tests naar drugs of een combinatie van alcohol en drugs. Het aandeel gecombineerde alcohol- en drugstests is in die periode toegenomen van 49% in 2019 tot 54% in 2021.
  • Uit een evaluatie van de Wet middelenonderzoek, op basis van processen-verbaal van de politie waarin de uitslag van afgenomen testen wordt geregistreerd, blijkt dat in de periode medio 2017 en 2020, in totaal 7.336 tests zijn afgenomen bij geweldsincidenten met (een vermoeden van) middelengebruik. Hierbij betrof het 5.308 uitgevoerde ademproeven en 1.412 afgenomen bloedproeven. Het gaat voornamelijk om incidenten waarin sprake is van (een vermoeden van) eenvoudige mishandeling ​[6]​.
  • Bloedonderzoeken worden uitgevoerd wanneer de tests aangaven dat er mogelijk sprake is van het gebruik van één of meer van de in de WMG opgenomen drugs, wanneer een ademproef niet mogelijk is om gezondheidsredenen of wanneer er een vermoeden is van een combinatie van alcohol en drugs. Tussen 2017-2020 zijn 1.490 bloedonderzoeken aangevraagd, hiervan waren er 1.257 onderzoeken boven de grenswaarden ​[6]​.
  • Het is mogelijk om deelname aan een onderzoek in het kader van de Wet middelenonderzoek te weigeren. Uit de evaluatie van de Wet middelenonderzoek bleek dat in de periode medio 2017-2020 het percentage weigeringen is toegenomen van 14% naar 20% van het aantal ademanalyses en bloedonderzoeken ​[6]​.

Tabel 17.2.2 Totale aantal onderzoeken uitgevoerd door het NFI in het kader van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, 2017-2021

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Van Amsterdam J, Niesink R. Geweld door alcohol en drugs (II) Alcohol, cocaïne, amfetamine en agressie. Vol. 13, Verslaving: tijdschrift over verslavingsproblematiek. 2017. p. 189–197.
  2. 2.
    Duke AA, Smith KMZ, Oberleitner LMS, Westphal A, McKee SA. Alcohol, drugs, and violence: A meta-meta-analysis. Psychology of violence. 2018;8(2):238–49.
  3. 3.
    Kuypers KPC, Verkes RJ, Van den Brink W, Van Amsterdam JGC, Ramaekers JG. Intoxicated aggression: Do alcohol and stimulants cause dose-related aggression? A review [Internet]. Vol. June 22, European Neuropsychopharmacology. Elsevier B.V.; 2018. Available from: https://doi.org/10.1016/j.euroneuro.2018.06.001
  4. 4.
    Ramaekers JG, Verkes RJ, van Amsterdam JCG, Van den Brink W, Goudriaan AE, Kuypers KPC, et al. Middelengebruik en geweld. Een literatuurstudie naar de relatie tussen alcohol, drugs en geweld. Maastricht/Nijmegen/Amsterdam; 2016.
  5. 5.
    Eerste-Kamer-der-Staten-Generaal . Wijziging van het Wetboek van strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot bevelen van een  middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de  Wegenverkeerswet 1994. Vols. 33799-A, vergaderjaar 2015-2016. ; 2016 p.
  6. 6.
    Kuppens J, Brouwer N, Ferwarda H. Beïnvloed geweld. Evaluatie Wet middelenonderzoek bij geweldplegers (WMG). Arnhem; 2022.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.