HomeCriminaliteit en overlast17.2.2 Verslavingsproblematiek onder justitiabelen

17.2.2 Verslavingsproblematiek onder justitiabelen

Aan middelen gerelateerde stoornissen in overige forensische zorg (OFZ)[1]

Justitiabelen kunnen binnen de forensische zorg behandeling van verslavingsproblematiek ondergaan. Onder justitiabelen die in de periode 2013-2015 uitgestroomd zijn uit de OFZ, is een aan middelen gebonden stoornis de meest gestelde hoofddiagnose. Justitiabelen met een middelengebonden stoornis in ambulante trajecten ontvangen hun behandeling veelal in specifieke verslavingsinstellingen. Het is aannemelijk dat dit ook voor niet-ambulante trajecten in de forensische zorg geldt ​[1]​. Het absolute aantal diagnoses van aan middelengebruik gerelateerd problematiek onder volwassen justitiabelen nam af tussen 2017 en 2019. De Looff, Van de Haar, Van Gemert en Bruggeman rapporteren dat in 2017 ‘aan een middel gebonden stoornissen’ 5.100 keer werd vastgesteld onder volwassen justitiabelen die in aanmerking kwamen voor OFZ ​[2]​. In 2018 ging het om ruwweg 4.600 vaststellingen van aan middelengebruik gerelateerde problematiek en in 2019 om bijna 4.200 ​[3,4]​.

Het aandeel van de gedetineerdenpopulatie met verslavingsgerelateerde problematiek was in de periode 2012-2019 redelijk stabiel rond 25% ​[2,3,5]​.

Alcohol- en drugsproblematiek bij de gevangenispopulatie

Uit de registraties van DJI over 2018 en 2019 blijkt dat in de gehele volwassen gevangenispopulatie gemiddeld de helft van de gedetineerden een verslaving heeft ​[6,7]​.

Dit is in lijn met de bevindingen uit een studie van de Universiteit Leiden ​[8]​. Voor dit onderzoek zijn psychosociale criminogene factoren van gedetineerde mannen in kaart gebracht. De studie gaat uit van een representatieve steekproef (N= 2.079) van mannen die in de eerste helft van 2017 gedetineerd waren in Nederland. Daarbij is gebruikgemaakt van gegevens van de door de reclassering afgenomen ‘RISc 4.0’, een instrument dat zich richt op twaalf verschillende psychosociale domeinen die gerelateerd zijn aan het risico op recidive. Alcoholgebruik en drugsgebruik zijn twee van die twaalf domeinen. De RISc wordt ingevuld op basis van zowel zelfrapportage (interviews) als dossieranalyse.

  • Ongeveer de helft van de mannelijke gedetineerden (49%) had een alcoholprobleem. Bij 12% van de gedetineerden ging het om een ernstig alcoholprobleem ​[8]​.
  • Bij ruim de helft (54%) van de mannelijke gedetineerden was in meer of minder mate sprake van problematisch drugsgebruik. Een ernstig drugsprobleem werd ervaren door 15% van de mannelijke gedetineerden ​[8]​.
  • Van de mannelijke gedetineerden ervoer iets meer dan de helft (51%) geen enkel probleem met alcoholgebruik. Bijna de helft van de gedetineerden (46%) ervoer geen enkel probleem met het gebruik van drugs ​[8]​.
  • Bij 19% van de gedetineerden was alcoholgebruik gerelateerd aan het delictgedrag. Bij 24% van de gedetineerden was drugsgebruik gerelateerd aan het delictgedrag ​[8]​.
  • Ongeveer een derde van de mannelijke gedetineerden (33%) ervaart een relatief hoge mate van psychosociale problematiek, waaronder zware alcohol- en/of drugsgerelateerde problemen. Bij  twee derde van hen betreft het zowel alcohol- als drugsgebruik en een derde ervaart geen problemen met alcoholgebruik maar wel met drugsgebruik. Bij 20% van de mannelijke gedetineerden is sprake van een relatief hoge mate van psychosociale problematiek zonder alcohol en drugsgerelateerde problematiek ​[8]​.

Uit een recent onderzoek naar justitiabelen in de periode mei 2018 – januari 2019 onder 236 justitiabelen blijkt dat:

  • 10% (24 gedetineerden) van de onderzochte gedetineerden aangemerkt kon worden als veelgebruiker van alcohol in de periode voordat zij ingesloten zaten (8 of meer standaardglazen per dag) ​[9]​. Dit komt grofweg overeen met de bevindingen van Den Bak et al. ​[8]​.
  • Van de justitiabelen gebruikte 44% drugs in de periode voorafgaand aan hun detentie (104 gedetineerden). Van deze groep gebruikte 63% alleen softdrugs, 23% alleen harddrugs en 14% zowel soft- als harddrugs. Onder de harddrugsgebruikers werden cocaïne, heroïne en amfetamine (‘speed’) het meest gebruikt ​[9]​.

Drugsgebruik tijdens detentie

In de gevangenis vinden urinecontroles plaats om het gebruik van drugs te testen. Die controles worden steekproefsgewijs verricht. Daarnaast wordt ook getest op drugs als er aanwijzingen zijn voor drugsgebruik of als bij gedetineerden eerder drugsgebruik is geconstateerd. Het betreft dus geen aselecte steekproef.[2]

  • Uit registraties van DJI blijkt dat in 2019 bij ongeveer 8% van de urinecontroles drugsgebruik bij gedetineerden werd vastgesteld. Het gaat om 42.700 gevallen.
  • Hoewel het aandeel positieve urinecontroles in 2019 lager lag dan in 2017 en 2018 (beide 9%) was het absolute aantal urinetests waarin drugsgebruik geconstateerd werd in 2019 hoger: in 2017 en 2018 betrof het respectievelijk 31.500 en 33.800 gevallen.
  • In 2016 stuitte men in circa 10% van de urinecontroles op drugsgebruik van gedetineerden (ongeveer 30.000 gevallen).

De jaren daarvoor lag dat percentage iets lager: in 2014 op 9% en in 2015 op 8%.


[1] De term Forensische zorg wordt gebruikt om geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg in een strafrechtelijk kader aan te duiden. Onder ‘Overige forensische zorg’ (OFZ) vallen zowel ambulante-, intramurale of verblijfszorg als trajecten met detentie. Tbs-trajecten behoren niet tot de OFZ ​[1]​.

[2] Op verzoek van persbureau ANP zijn de ruwe data hiervan voor de jaren 2014 tot en met 2016 vrijgegeven (o.a. gepubliceerd in Algemeen Dagblad, 20/07/2017).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Driesner, K.H., Hill, J.M., Weijters, G.M. Recidive na forensische zorgtrajecten met uitstroom 2013-2015. Den Haag: WODC; 2020.
  2. 2.
    De Looff J, Van de Haar M, Van Gemmert N, Bruggeman M. DJI in getal 2013-2017: De divisies GW/VB en ForZo/JJI nader belicht. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justitiële Inrichtingen; 2018.
  3. 3.
    DJI. Infographic forensische zorg 2019 [Internet]. 2019. Available from: www.forensischezorg.nl › files › %09infographic_forensische_zorg_2019
  4. 4.
    DJI. Infographic forensische zorg 2020 [Internet]. 2020. Available from: https://dji.nl/binaries/70558-JenV_DJI_infosheet_forensische_zorg_v3_HR_tcm41-366847.pdf
  5. 5.
    GGZ. Factsheet forensische zorg cijfers 2018, publicatienummer 2019-420. Amersfoort: GGZ Nederland; 2019.
  6. 6.
    DJI. Infosheet gevangeniswezen [Internet]. 2020. Available from: https://dji.nl/binaries/70558-JenV_DJI_infosheet_gevangeniswezen_v4_tcm41-352270.pdf
  7. 7.
    DJI. Infosheet gevangeniswezen 2019 [Internet]. 2019. Available from: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2019/04/30/dji-infosheet-%09gevangeniswezen
  8. 8.
    Den Bak RR, Popma A, Nauta-Jansen L, Nieuwbeerta P, Jansen JM. Psychosociale criminogene factoren en neurobiologische kenmerken van mannelijke gedetineerden in Nederland. Leiden: Universiteit Leiden; 2018.
  9. 9.
    Martens, L., Kruizenga, H., & Weijs, P.J.M. Gezondheidsprofiel justitiabelen. Amsterdam/Den Haag: Ministerie van Justitie & Veiligheid; 2019.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype