HomeGHB9.6.2 Incidenten

9.6.2 Incidenten

MDI en LIS

De Monitor Drugsincidenten (MDI) en het Letsel Informatie Systeem (LIS) (zie bijlage B3) houden gegevens bij over de aard en omvang van acute drugsgerelateerde gezondheidsincidenten ​[1]​. De informatie wordt verzameld in een aantal regio’s en geeft geen totaaloverzicht van het absolute aantal drugsgerelateerde gezondheidsincidenten in heel Nederland.

  • In 2019 werden in totaal 6.629 drugsincidenten gemeld. In 853 gevallen (13%) werd GHB als enige drug gemeld (met of zonder alcohol). Daarnaast was GHB in 559 gevallen (8%) betrokken bij incidenten waarbij meer dan één drug op eenzelfde gelegenheid waren gebruikt. In deze gevallen was GHB voornamelijk met amfetamine, ecstasy en/of cocaïne gecombineerd. De gegevens over de gebruikte drugs zijn grotendeels afkomstig van zelfrapportage.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle incidenten met GHB als enige drug voor het registratiejaar 2019. Tenzij anders vermeld, betreft onderstaande informatie alleen deze gevallen.

  • Het aandeel GHB-intoxicaties bij de deelnemende diensten is al jaren stabiel. Ambulances meldden in 2019 relatief de meeste GHB-incidenten: de ambulances die deelnemen aan deze monitor besteedden ruim een vijfde van hun ritten die samenhangen met drugsgebruik aan het opvangen van patiënten die GHB als enige drug hebben gebruikt.
  • Het aandeel incidenten na GHB-gebruik verschilt tussen de regio’s. In de Randstad (Amsterdam: 8% en Rotterdam: 6%) is het aandeel GHB-intoxicaties lager dan in regio’s buiten de Randstad (Brabant-Zuid: 23%, Gelderland-Midden: 29%, Enschede: 17% en Groningen: 14%). Deze grote regionale verschillen kunnen ook (deels) het verschil verklaren tussen het aandeel GHB-incidenten bij de MDI-ziekenhuizen (8%) en de LIS-ziekenhuizen (15%) (zie tabel).

Toename GHB-incidenten

Naar aanleiding van berichten in de media eind 2018 over een explosieve toename in het aantal GHB-incidenten (met name in Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Nijmegen), heeft het Ministerie van VWS in 2019 het Trimbos-instituut opdracht gegeven deze toename nader te duiden ​[2]​.

  • Omdat een landelijk dekkende registratie van (GHB-)incidenten ontbreekt, zijn naast analyses van bestaande registratiegegevens (2009-2018) van de MDI en het LIS, ook enquêtes uitgezet onder medewerkers van de spoedeisende hulp afdelingen van ziekenhuizen in Nederland en onder forensisch artsen, en zijn in signaal- en controleregio’s diepte-interviews gehouden met 51 sleutelfiguren.
  • Deze ‘quick scan’ bevestigde de grote regionale variatie in aard en omvang van de GHB-problematiek, maar gaf geen duidelijk beeld van een landelijke toename. Indien deze toename zich wel voordeed, leek zij onderdeel te zijn van een algehele toename in drugsincidenten.
  • Geconcludeerd wordt dat “De explosieve toename die door enkele ziekenhuizen werd gemeld kan samenhangen met verschillende factoren, zoals een verschuiving van het aanrijden van de ambulance met GHB-patiënten naar ziekenhuizen in de regio met specifieke GHB-ervaring, de grote indruk die GHB-patiënten achterlaten vanwege het ernstige klinische beeld (dat langer in het geheugen blijft hangen dan mildere intoxicaties), de uitzichtloosheid van een (kleine) groep GHB-gebruikers die recidiverend, soms meerdere keren per week, opnieuw in coma worden binnengebracht en de machteloosheid van SEH-medewerkers om daar verandering in te brengen” ​[2]​.

Kenmerken patiënten en incidenten

  • Patiënten met een acuut gezondheidsprobleem na GHB-gebruik, zijn gemiddeld ouder (in 2019 was 76% 25 jaar of ouder) dan de gemiddelde patiënt met een drugsgerelateerd incident (60% 25 jaar of ouder).
  • Met name de patiënten die worden behandeld door de ambulances en op de SEH’s, zijn zwaar onder invloed. Slechts 11% bij de ambulances en 16% op de SEH’s was in 2019 nog goed aanspreekbaar. Opvallend is de toename van het aandeel van matige en ernstige GHB-intoxicaties op de EHBO-posten van 34% in 2009 naar 73% in 2015. Dit aandeel daalde vervolgens naar 38% in 2019. Binnen de andere diensten zijn er over de jaren fluctuaties waargenomen in de mate van GHB-intoxicatie, maar daarin is geen duidelijke trend zichtbaar.
  • Patiënten met een intoxicatie door GHB (als enige drug) hadden in 2019 in 31% van de gevallen ook alcohol gebruikt, dat is minder vergeleken met de andere (uitgaans)drugs zoals ecstasy (37%), amfetamine (41%), cocaïne (63%) ketamine (52%) en 4-FA (38%).

Tabel 9.6.1     Incidenten met GHB als enige drug geregistreerd door de Monitor Drugsincidenten (MDI) en het Letsel Informatie Systeem (LIS), 2019

Informatieverzoeken over intoxicaties

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) voorziet artsen en andere hulpverleners van informatie over de mogelijke gezondheidseffecten en behandeling van acute vergiftiging ​[3]​. Het NVIC registreert het aantal telefonisch gemelde blootstellingen aan diverse middelen en het aantal internet raadplegingen.

  • Het aantal telefonisch gemelde blootstellingen aan GHB/GBL daalde van 110 in 2018 naar 78 in 2019 en 72 in 2020 ​[3]​.
  • Het aantal internet raadplegingen steeg van 221 in 2018 naar 310 in 2019 en 353 in 2020 ​[3]​. Van deze internet raadplegingen is niet bekend hoe vaak er daadwerkelijk een vergiftigde patiënt betrokken was; artsen kunnen ook voor onderwijsdoeleinden de website raadplegen. Desalniettemin is het mogelijk dat artsen vaker informatie via internet zijn gaan opzoeken en minder zijn gaan bellen over GHB/GBL.

Internationale vergelijking

Op Europees niveau werden de drugsgerelateerde incidenten van 2014 tot en met 2017 gemonitord door het European Drug Emergencies Network (Euro-DEN) ​[4]​. Eind 2018 bestond Euro-DEN uit 31 locaties in 21 landen. Voor Nederland nemen het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam en het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) te Utrecht deel aan het Euro-DEN.

  • De mate waarin GHB/GBL een rol speelt in deze incidenten blijkt binnen Europa per regio te verschillen.
  • In 2017 speelde GHB/GBL in meer dan 20% van de gevallen een rol in Londen, Barcelona, Talin, Helsinki, en Oslo.
  • In minder dan 2% van de gevallen daarentegen speelde GHB/GBL een rol in 11 van de 30 steden die deelnamen aan het onderzoek. Dit gegeven suggereert dat niet alleen binnen Nederland maar ook binnen Europa het gebruik van GHB/GBL sterk verschilt per regio.

Incidenten seksueel misbruik

Sinds GHB werd beschreven als ‘uitgaansdrug’ zijn er berichten verschenen over verkrachtingen waarbij GHB werd gebruikt om het slachtoffer te verdoven. Systematische cijfers hierover zijn echter niet voorhanden.

  • Een internationale overzichtsstudie heeft geprobeerd te achterhalen bij hoeveel van de wetenschappelijk beschreven verkrachtingsincidenten er daadwerkelijk sprake was van bewezen GHB-intoxicatie ​[5]​. In 0,2% tot 4% van alle beschreven gevallen van seksueel misbruik werd GHB gedetecteerd.
  • Daarmee lijkt het dus eerder een sporadisch gebruikte drug in dit soort gevallen dan een frequent gebruikte drug. De nadruk die hierop wordt gelegd door de media zou een van de oorzaken kunnen zijn dat GHB veel vaker wordt genoemd als verkrachtingsdrug dan het eigenlijke aantal gevallen waarin de drug ook daadwerkelijk werd aangetoond. Ook dient te worden opgemerkt dat door het gebruik van andere drugs dan GHB en door het gebruik van alcohol iemand risico kan lopen op seksueel misbruik.
  • Knelpunt bij deze studies is dat GHB betrekkelijk kort detecteerbaar is: maximaal 5 uur in het bloed en 12 uur in de urine ​[6]​. Van de meeste studies is slechts bekend dat het bloed- of urinemonster ‘binnen 24 uur na het incident’ was verzameld. Onderrapportage is dus mogelijk. De politie rapporteert dat op 11 december 2020 twee jonge vrouwen in Soest werden gedrogeerd met alcohol en GHB, waarbij de GHB werd gedetecteerd in hun bloed ​[7]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Schürmann L, Croes E, Vercoulen E, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Croes E, De-Nerée-tot-Babberich C, Schürmann L, Nijkamp L. Ontwikkelingen in acute gezondheidsincidenten na GHB-gebruik: Een inventarisatie. Utrecht: Trimbos-instituut; 2019.
  3. 3.
    Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Van Velzen AG, Mulder-Spijkerboer HN, Visser CC, Dijkman MA, Kan AA, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2020: NVIC Rapport 01/2021. Utrecht: Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), Divisie Vitale Functies, Universitair Medisch Centrum Utrecht; 2021.
  4. 4.
    EMCDDA. Drug-related hospital emergency presentations in Europe: update from the Euro-DEN Plus expert network: Technical report. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2020.
  5. 5.
    Németh Z, Kun B, Demetrovics Z. The involvement of gamma-hydroxybutyrate in reported sexual assaults: a systematic review. Vol. 24, Journal of Psychopharmacology. 2010. p. 1281–1287.
  6. 6.
    Verstraete AG. Detection Times of Drugs of Abuse in Blood, Urine, and Oral Fluid. Vol. 26, Therapeutic Drug Monitoring. 2004. p. 200–205.
  7. 7.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype