HomeKetamine14.7.2 Sterfte

14.7.2 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van ketamine in Nederland?

In het kort: Het aantal sterfgevallen door het gebruik van ketamine in Nederland is niet bekend, omdat dit niet specifiek wordt bijgehouden in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. Hoewel overdoseringen van ketamine relatief zeldzaam zijn, kunnen de gevolgen levensbedreigend zijn. Het gebruik van ketamine samen met andere middelen vergroot het risico op overlijden.

Onbekend aantal sterfgevallen door ketamine in Nederland

Het is niet bekend hoeveel mensen in Nederland overlijden door het gebruik van ketamine. Dit komt doordat ketamine in de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS; zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina) onder dezelfde code valt als andere verdovingsmiddelen. Hierdoor is het niet goed mogelijk om het precieze aantal sterfgevallen door ketamine vast te stellen.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van ketamine?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

Sterfgevallen door ketamine-overdosis zijn zeldzaam

Overdoseringen met ketamine zijn relatief zeldzaam. Ketamine heeft een grote therapeutische breedte, wat betekent dat het verschil tussen een werkzame dosis en een dosis die schadelijk of dodelijk kan zijn relatief groot is. Er zijn gevallen bekend waarbij 10 tot 100 keer de toegestane dosering werd gegeven zonder dat dit voor ernstige complicaties zorgde ​​[1]​​. Echter, bij ernstige overdoseringen kunnen de gevolgen levensbedreigend zijn.

Ook kan een overdosis ketamine kan leiden tot een verhoogde hartslag en bloeddruk, waardoor de kans op complicaties toeneemt (zie ook: Ketamine – Ziekte). Wanneer de hartslag en bloeddruk extreem hoog worden, kan er vocht in de longen (oedeem) ontstaan, wat kan leiden tot verzuring van het bloed, epileptische aanvallen, onderdrukking van de ademhaling en zelfs een hartstilstand ​​[2]​​.

Polydrugsgebruik en ongelukken belangrijkste oorzaken van ketamine-sterfgevallen

Volgens de literatuur neemt het risico op overlijden door ketamine sterk toe in combinatie met andere drugs (polydrugsgebruik), vooral in combinatie met dempende middelen zoals alcohol, opioïden of benzodiazepinen. Daarnaast veroorzaakt ketamine verwarring en verminderd beoordelingsvermogen, waardoor overlijdens vaak het gevolg zijn van verdrinking, valpartijen of verkeersongevallen tijdens gebruik, in plaats van door de directe toxische effecten van ketamine zelf ​​[1,3–5]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO).

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[6]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik. Het is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[7]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld ketamine en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door ketamine wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[8]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[8]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Morgan CJA, Curran HV. Ketamine use: A review. Vol. 107, Addiction. 2012. p. 27–38.
  2. 2.
    Mitrovic D, Touw DJ. Ketamine [Internet]. 2017. Available from: https://toxicologie.org/monografie/ketamine
  3. 3.
    Bokor G, Anderson PD. Ketamine: An update on its abuse. Vol. 27, Journal of Pharmacy Practice. 2014. p. 582–586.
  4. 4.
    Darke S, Duflou J, Farrell M, Peacock A, Lappin J. Characteristics and circumstances of death related to the self‐administration of ketamine. Vol. 116, Addiction. 2021. p. 339–45.
  5. 5.
    V. Chaves T, Wilffert B, M. Sanchez Z. Overdoses and deaths related to the use of ketamine and its analogues: a systematic review. Vol. 49, The American Journal of Drug and Alcohol Abuse. 2023. p. 141–50.
  6. 6.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  7. 7.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  8. 8.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.