HomeADHD-medicatie15.7.2 Sterfte

15.7.2 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van ADHD-medicatie in Nederland?

In het kort: Het aantal sterfgevallen door het gebruik van ADHD-medicatie in Nederland is niet bekend, omdat dit niet specifiek genoeg wordt bijgehouden in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. De beschikbare cijfers vormen daarom een onderrapportage. In 2024 overleden er tenminste 19 mensen door het gebruik van psychostimulantia. Het is onbekend of het hier ging om ADHD-medicatie, ecstasy, amfetamine of andere stimulerende middelen. Volgens het Bijwerkingencentrum Lareb zijn er mogelijk in 2017 drie volwassenen overleden als gevolg van de bijwerkingen van methylfenidaat.

Onbekend aantal sterfgevallen door ADHD-medicatie in Nederland

Het is niet bekend hoeveel mensen in Nederland overlijden door het gebruik van ADHD-medicatie. ADHD-medicatie wordt in de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder dezelfde code geregistreerd als andere stimulerende middelen (psychostimulantia), zoals ecstasy, amfetamine, efedrine en khat/qat (zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). Het is daardoor niet bekend hoeveel mensen er overlijden specifiek door het gebruik van ADHD-medicatie.

In 2024 overleden ten minste 19 personen door het gebruik van psychostimulantia 

In 2024 overleden er ten minste 19 personen van 15 jaar of ouder door het gebruik van psychostimulantia. Dit komt neer op ongeveer 0,12 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2024. In totaal overleden er in 2024 tenminste 378 mensen door het gebruik van drugs. Een klein deel hiervan (5,0%) overleed dus door het gebruik van stimulantia.

Het is goed mogelijk dat stimulantia bij meer sterfgevallen een rol speelde, bijvoorbeeld in combinatie met andere drugs. Omdat de Doodsoorzakenstatistiek maar één middel rapporteert en bij vergiftigingen met meerdere middelen met een voorrangslijst wordt gewerkt, kan het zijn dat deze gevallen niet als stimulantia-gerelateerd worden geregistreerd (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina).

Tenslotte zijn er ook 136 sterfgevallen geweest waarbij het middel niet onder één van de bestaande ICD-10 codes viel of niet was gespecificeerd (bijvoorbeeld doordat de arts alleen “overdosering drugs” heeft genoteerd). Onder deze “overige” gevallen zouden mogelijk ook nog sterfgevallen door het gebruik van psychostimulantia kunnen vallen. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen.

Voor verdere cijfers over psychostimulantia zie sterfte door amfetamine en sterfte door ecstasy.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van ADHD-medicatie?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze overlijdens worden aangeduid als indirecte sterfte.

Sterfgevallen door overdosis ADHD-medicatie zijn zeldzaam

Volgens de literatuur is overlijden door een overdosis ADHD-medicatie ongebruikelijk. Bij te hoge doseringen kan methylfenidaat mogelijk leiden tot ernstige hart- en vaatproblemen (zoals een hartstilstand), beroertes en neurologische complicaties (zoals epileptische aanvallen of psychoses) en depressies ​[1–4]​. Ook dexamfetamine heeft een verhoogd risico op onder andere hartklachten en depressies ​[1–3,5,6]​.

Het Bijwerkingencentrum Lareb meldde in 2017 dat er mogelijk drie volwassenen zijn overleden als gevolg van de bijwerkingen van methylfenidaat . Het risico op overlijden door ADHD-medicatie neemt sterk toe in combinatie met andere drugs (polydrugsgebruik), vooral in combinatie met dempende middelen zoals alcohol, opioïden of benzodiazepinen ​[1,2]​.

Indirect kan langdurig gebruik van ADHD‑medicatie bijdragen aan sterfte door het verergeren van hart‑ en vaatziekten (zie ook: Ziekte) ​[5]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO).

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[7]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik. Het is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[8]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld ADHD-medicatie en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door ADHD-medicatie wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[9]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[9]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Darke S, Peacock A, A Duflou J, Farrell M, Lappin J. Methylphenidate and (lis)dexamfetamine toxicity‐related deaths of adults, Australia, 2000–24: analysis of NCIS data. Vol. 222, Medical Journal of Australia. 2025. p. 259–61.
  2. 2.
    A. Spiller H, L. Hays H, Aleguas A. Overdose of Drugs for Attention-Deficit Hyperactivity Disorder: Clinical Presentation, Mechanisms of Toxicity, and Management. Vol. 27, CNS Drugs. 2013. p. 531–43.
  3. 3.
    Lareb. Bijwerkingen van methylfenidaat [Internet]. Available from: https://www.lareb.nl/geneesmiddel-kennis/results?atcode=N06BA04
  4. 4.
    Lareb. Overview of reports on methylphenidate in adults [Internet]. 2024. Available from: https://www.lareb.nl/Knowledge/FilePreview?id=44786&p=1422
  5. 5.
    Zhang L, Li L, Andell P, Garcia-Argibay M, D. Quinn P, M. D’Onofrio B, et al. Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder Medications and Long-Term Risk of Cardiovascular Diseases. Vol. 81, JAMA Psychiatry. 2024. p. 178.
  6. 6.
    Lareb. Bijwerkingen van dexamfetamine [Internet]. Available from: https://www.lareb.nl/geneesmiddel-kennis/results?atcode=N06BA02
  7. 7.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  8. 8.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  9. 9.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.