HomeWetgeving en beleid2.4.3 Verslavingszorg

2.4.3 Verslavingszorg

Inleiding

In deze paragraaf wordt het wettelijke kader waarbinnen de verslavingszorg zich beweegt geschetst. Ook wordt ingegaan op het netwerk Verslavingskunde Nederland (VKN), de nieuwe bekostigingssystematiek voor de GGZ en nieuw beleid voor de verslavingszorg.

Wetgeving

Voor de GGZ, inclusief de verslavingszorg, zijn sinds 1 januari 2015 de volgende wetten van belang: de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Een transitie, die al eerder is ingezet, betreft de ambulantisering van de GGZ. Voor meer informatie hierover zie het NDM Jaarbericht 2017 ​[1]​.

Drie nieuwe wetten

In 2019 en 2020 zijn drie nieuwe wetten van kracht geworden met grote gevolgen voor de GGZ:

  • De Wet forensische zorg (Wfz): Deze wet beoogt de forensische zorg te laten plaatsvinden binnen het strafrechtelijk kader, maar buiten de penitentiaire inrichting. Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg die onderdeel zijn van een straf of maatregel. Het is de bedoeling dat deze wet de door- en uitstroom richting de GGZ gaat verbeteren. Deze wet is per 1 januari 2019 in werking getreden ​[2]​.
  • De Wet verplichte ggz (Wvggz): Deze wet beoogt verplichte behandeling mogelijk te maken voor mensen met ernstige psychische problemen, inclusief verslaving, ook in de thuissituatie.
  • De Wet zorg en dwang (Wzd): Deze wet beoogt de vrijwillige en de (onder voorwaarden) onvrijwillige zorg te regelen voor psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.

De Wvggz en de Wzd zijn op 1 januari 2020 in werking getreden ​[3]​, evenals het wetsartikel 2.3 van de Wfz ​[4]​. Artikel 2.3 van de Wfz regelt dat de strafrechter tijdens een proces kan kiezen voor verplichte psychiatrische zorg volgens de Wvggz, in plaats van (gevangenis)straf. Een verdachte van een strafbaar feit komt dan terecht op een gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis in plaats van in een penitentiaire inrichting. Behandelaars in de reguliere GGZ waarschuwen dat hierdoor het risico op ernstige incidenten in de psychiatrische ziekenhuizen toeneemt.[1]

Cijfers verslavingszorg

Sinds 2016 kan het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) niet voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De AP stelt namelijk dat gepseudonimiseerde gegevens ook persoonsgegevens zijn. Hierdoor zijn er geen actuele cijfers meer beschikbaar over het aantal personen dat in de verslavingszorg behandeld wordt.

Er wordt gewerkt aan een wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) om een wettelijke grondslag te ontwikkelen voor het verwerken van persoonsgegevens van cliënten uit de verslavingszorg. Het streven is om deze wetswijziging in 2021 te laten ingaan ​[5]​. Het is de verwachting dat daarna ook de gegevens over de jaren 2016-2020 met terugwerkende kracht beschikbaar zullen komen.

Instellingen voor verslavingszorg

In Nederland wordt verslavingszorg aangeboden door reguliere regionale instellingen die òf als aparte instelling voor verslavingszorg òf als onderdeel van een grotere GGZ-instelling georganiseerd zijn. Daarnaast zijn er ook commerciële/particuliere organisaties die verslavingszorg aanbieden. Een voordeel van hulp zoeken bij een particuliere organisatie kan zijn dat er vaak geen wachtlijsten zijn en dat opname direct mogelijk is. Veel van deze instellingen zijn lid van de vereniging “de Nederlandse ggz” (voorheen GGZ Nederland). In totaal zijn 107 instellingen aangesloten bij de Nederlandse ggz ​[6]​. De lidinstellingen van de Parnassia Groep zijn daarbij meegeteld als een afzonderlijke instelling. Van deze 107 instellingen staan 10 instellingen bekend als een instelling die primair verslavingszorg aanbiedt.

Impact coronacrisis op de GGZ

Toen half maart 2020 de coronacrisis uitbrak, had dit grote gevolgen voor de GGZ-sector. Behandelingen konden niet meer face-to-face plaatsvinden en organisaties moesten razendsnel hun weg zien te vinden in een veranderende wereld. Voor zover mogelijk werd er overgestapt naar behandelingen via beeldbellen en online groepstherapie.[1]

  • Uit een analyse naar de gevolgen van de coronacrisis voor de GGZ komen de NZa en het Trimbos-instituut tot de conclusie dat zorg op afstand niet altijd mogelijk was. Zo geven patiënten met een ernstige psychische aandoening in een representatief patiënten-panel aan dat slechts 26% van hen face-to-face contact heeft gehad, waar dat normaal 83% was.
  • Soms werd zorg uitgesteld. Ook is er minder zorg geleverd, doordat zich minder patiënten bij de huisarts meldden en de huisarts mede hierdoor minder patiënten doorverwees naar een GGZ-aanbieder.
  • Daarnaast zegt 1 op de 3 Nederlanders dat de psychische gezondheid verslechterd is sinds COVID-19, terwijl instellingen aangeven dat het aantal patiënten dat zich meldt juist terug is gelopen ​[7]​.

Toegang tot de verslavingszorg

De toegang tot de verslavingszorg is de afgelopen jaren verbeterd door de introductie van de POH-GGZ in de huisartsenpraktijk, waardoor in de eerstelijnszorg meer aandacht voor verslavingsproblematiek kan zijn ​[8,9]​.

  • De campagne “Hey, het is oké”, die tot doel heeft de bespreekbaarheid van psychische aandoeningen te vergroten en de schaamte te verminderen, wordt voortgezet met ook aandacht voor verslavingsproblemen. De campagnes van de stichting Samen Sterk zonder Stigma, waarbij stigma in de GGZ en ook stigma van verslavingen worden bestreden, krijgen subsidie van de rijksoverheid (T.K.24077-450, 2019; T.K.24077-456, 2019).
  • In de GGZ staan ongeveer 37.000 personen op een wachtlijst, waarvan 10.000 wachtenden langer dan volgens de wettelijke norm van zeven weken is toegestaan. Dit zijn vaak patiënten met complexe zorgvragen. Voor een deel is dit toe te schrijven aan de organisatie van de zorg en voor een deel aan personeelstekorten. Er zijn extra financiële middelen beschikbaar gesteld om meer personeel op te leiden. Dat geldt ook voor de verslavingszorg ​[10]​. Bij het Ministerie van VWS functioneert een “Unit Complexe Zorgvragen”, waar ‘moeilijke’ patiënten terecht kunnen. De Staatssecretaris stelt dat marktwerking in de GGZ voor ‘complexe patiënten’ niet werkt. Deze groep is voor veel instellingen, die financieel gezond moeten blijven, niet interessant. Complexe patiënten zijn niet aantrekkelijk voor de bedrijfsvoering ​[11]​.
  • Patiënten met een verslavingsprobleem horen in de GGZ vaak tot de groep complexe patiënten. De zorgverzekeraars en de zorgaanbieders hebben op aandringen van de Staatssecretaris een plan van aanpak ontwikkeld om dit probleem op te lossen. De kern van het plan is dat patiënten met een hoog-complexe GGZ zorgvraag met prioriteit een behandelaanbod op maat krijgen, dit door middel van een verbeterde toegankelijkheid en beschikbaarheid van de zorg voor deze doelgroep (T.K.25424-525, 2020).

Nieuwe bekostigingssystematiek: zorgprestatiemodel

In april 2019 presenteerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een nieuw bekostigingsmodel voor de GGZ en de forensische zorg (FZ): het zorgprestatiemodel ​[12]​. Dit zorgprestatiemodel moet de huidige diagnose-behandelcombinaties en diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (het db(b)c-systeem), dat verkeerde prikkels voor strategisch declaratiegedrag bevat, gaan vervangen.

In hoofdlijnen bestaat het door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) geadviseerde zorgprestatiemodel uit vier onderdelen:

  • consulten: gesprekken van 15 tot 75 minuten met een (BIG)-hulpverlener;
  • verblijfsprestaties: opnamedagen met verschillende verzorgingsgraden;
  • overige prestaties en
  • toeslagen.

Het advies voor een zorgprestatiemodel wordt door een groot deel van het veld gedragen. Het nieuwe model lost naar verwachting een deel van de bestaande knelpunten op. De prestaties zijn herkenbaar voor de patiënt en weerspiegelen de daadwerkelijk geleverde zorg en de tarieven sluiten directer aan bij de behandelinzet en behandelsetting. De NzA adviseerde om het zorgprestatiemodel per 2022 als bekostigingsmodel voor de GGZ en de FZ in te voeren, en 2019 en 2020 als voorbereidingsjaren en 2021 als simulatiejaar te nemen.

De Staatssecretaris wil het zorgprestatiemodel overnemen als uit de uitwerking blijkt dat het voorgestelde bekostigingsmodel ook een vergoeding op maat faciliteert voor de zorg van personen met een ernstige psychiatrische aandoening ​[13]​. De NZa heeft in januari 2020 voorlopige resultaten van de pilot naar het zorgclustermodel gepubliceerd ​[14]​.


[1] https://www.vektis.nl/intelligence/publicaties/online-behandelen-neemt-een-vlucht-door-corona.

[1] https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/behandel-boeven-buiten-de-reguliere-psychiatrie~ba8dde81/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2Furl%3Fsa%3Dt%26rct%3Dj%26q%3D%26esrc%3Ds%26source%3Dweb%26cd%3D%26ved%3D2ahUKEwiin6W7w9HqAhXNsKQKHShRBD4QFjAAegQIBBAB%26url%3Dhttps%253A%252F%252Fwww.volkskrant.nl%252Fcolumns-opinie%252Fbehandel-boeven-buiten-de-reguliere-psychiatrie%7Eba8dde81%252F%26usg%3DAOvVaw1xi_KH64bmMVFQF0ORC3D-.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Van Laar MW, Van Gestel B. Nationale Drug Monitor: Jaarbericht 2017. Utrecht/Den Haag: Trimbos-instituut/WODC; 2017.
  2. 2.
    Stb.2018-498. Besluit van 11 december 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet forensische zorg. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2018.
  3. 3.
    Stb.2019-437. Besluit van 21 november 2019, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding. Den Haag: Rijksoverheid; 2019.
  4. 4.
    Stb.2019-453. Besluit van 26 november 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet forensische zorg. Den Haag: Rijksoverheid; 2019.
  5. 5.
    T.K.24077-462. Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgangsbrief drugspreventie. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  6. 6.
    De-Nederlandse-ggz. GGZ Instellingen [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20201030181513/https://www.denederlandseggz.nl/over-de-ggz/ggz-instellingen.
  7. 7.
    NZa. Aantal verwijzingen naar ziekenhuis en ggz verder gedaald: Nieuwsbericht | 22-10-2020 | 14:00 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20201024141415/https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2020/10/22/aantal-verwijzingen-naar-ziekenhuis-en-ggz-verder-gedaald.
  8. 8.
    T.K.24077-450. Drugbeleid: Verslag van een algemeen overleg over Verslavingszorg/Drugsbeleid, gehouden op 10 oktober 2019. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2019.
  9. 9.
    T.K.24077-456. Drugbeleid: Brief regering: Voortgangsbrief drugspreventie. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2019.
  10. 10.
    T.K.25424-524. Geestelijke gezondheidszorg: Verslag van een algemeen overleg, gehouden op 29 januari 2020, over GGZ. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  11. 11.
    T.K.25424-525. Geestelijke gezondheidszorg: Brief regering: Plan van aanpak toegankelijkheid en beschikbaarheid hoogcomplexe ggz. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  12. 12.
    NZa. Advies zorgprestatiemodel ggz en fz. Utrecht: NZa; 2019.
  13. 13.
    T.K.25424-522. Geestelijke gezondheidszorg: Brief regering: Nadere uitwerking advies NZa over de nieuwe bekostiging voor de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg en voorlopige resultaten van de pilot Zorgclustermodel. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  14. 14.
    Rijksoverheid.nl. Voorlopige resultaten pilot Zorgclustermodel ‐ versie januari 2020: 02-03-2020 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20201021190254/https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/03/02/voorlopige-resultaten-pilot-zorgclustermodel-versie-januari-2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype