HomeWetgeving, beleid en preventie2.1 Opiumwetmiddelen

2.1 Opiumwetmiddelen

Het Nederlandse drugsbeleid bestaat uit volksgezondheidsbeleid en justitiebeleid. Het doel van het volksgezondheidsbeleid is om het drugsgebruik te ontmoedigen en drugsgebruikers niet te criminaliseren, maar om preventie en hulpverlening voorop te stellen. Het kabinet signaleerde in 2015 een normalisering van het gebruik van harddrugs, met name tijdens het uitgaan ​[1]​. Het beleid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is er daarom op gericht “om stevig in te zetten op het tegengaan van deze normalisering, op het voorkomen van gebruik en het voorkomen van gezondheidsschade ten gevolge van drugsgebruik” ​[2]​. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestrijdt de productie van- en de handel in illegale drugs. De Opiumwet bepaalt daarbij welke drugs illegaal zijn ​[3]​. Er komen telkens nieuwe psychoactieve stoffen bij; om er voor te zorgen dat deze niet telkens apart in de wet geregeld moeten worden, komt er een wetswijziging waardoor groepen stoffen strafbaar gesteld worden. Daarnaast regelt de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) dat bepaalde chemische stoffen niet worden misbruikt om er illegale drugs van te maken ​[4]​. In Nederland geeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid momenteel prioriteit aan de bestrijding van de ondermijning van de samenleving door de georganiseerde misdaad ​[5]​. Behalve op landelijk niveau, wordt in Nederland ook op gemeentelijk niveau drugsbeleid ontwikkeld en toegepast. Het lokale bestuur stelt het coffeeshopbeleid vast en voert de regie. Het beleid wordt concreet ingevuld in het driehoeksoverleg door burgemeester, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en de politiechef. Zo ontwikkelt bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam momenteel beleid voor het beheersbaar maken van de cannabismarkt ​[6]​.

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen in de wettelijke kaders en beleidsinstrumenten. Voor de volledige tekst van de genoemde wetten verwijzen wij u naar de website van de Wettenbank:

2.1.1.1 Opiumwet

De Opiumwet is de belangrijkste wet in het drugsbeleid. De wet stelt import en export, productie, teelt, vervoer, aanwezig hebben van en handel in bepaalde middelen, die worden beschouwd als een risico voor de volksgezondheid, strafbaar. De verboden middelen staan op lijsten bij de Opiumwet. Nederland hanteert twee lijsten. Op lijst I staan de middelen die een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid met zich meebrengen. Het gaat bijvoorbeeld om heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstasy en GHB. Op lijst II staan de andere middelen, zoals cannabis, paddo’s en qat en slaap- en kalmeringsmiddelen. Op basis van internationale risicobeoordelingen en besluitvorming (UN, EMCDDA) of besluitvorming op nationaal niveau kunnen nieuwe psychoactieve stoffen aan een van de lijsten van de Opiumwet worden toegevoegd. Per 4 november 2020 zijn  de volgende middelen aan lijst I van de Opiumwet toegevoegd: ADB-FUBINACA, N-Ethyl-norpentylon, FUB-AMB, Orthofluorfentanyl en parafluorbutyrylfentanyl. Dit om uitvoering te geven aan vijf besluiten van 19 maart 2019 van de Commissie voor verdovende middelen van de Verenigde Naties ​[7]​.

Per 28 oktober 2021 is 3-MMC (3-methylmethcathinon) op lijst II van de Opiumwet geplaatst. Het is niet op de lijst geplaatst wegens internationale afspraken, maar omdat er in Nederland een toename is in het gebruik van dit middel en vanwege de volksgezondheidsrisico’s die hiermee gepaard gaan (zie § 8.7.3). Dit gebeurde op advies van het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM), dat een risicobeoordeling heeft uitgevoerd waaruit bleek dat het gebruik van 3-MMC tot verslaving kan leiden en tot een toenemend aantal acute gezondheidsincidenten. Op basis van de beschikbare informatie op dat moment kon niet worden vastgesteld of dit middel zodanig risicovol is, dat het op lijst I geplaatst zou moeten worden ​[8]​.

Op 28 oktober 2021 zijn ook de middelen etizolam en flualprazolam op lijst II van de Opiumwet geplaatst. De volgende middelen zijn op lijst I van de Opiumwet geplaatst: 4CMC, 4F-MDMB-BINACA, 5F-AMB-PINACA, 5F-MDMB-PICA, AB-FUBINACA, alfa-PHP, crotonylfentanyl, DOC, N-ethylhexedron en valerylfentanyl en isotonitazeen ​[8]​. Op de laatstgenoemde stof na, zijn al deze stoffen op de lijst geplaatst om uitvoering te geven aan besluiten van de Commissie voor verdovende middelen van de Verenigde Naties dd.  4 maart 2020 en 14 april 2021. De stof isotonitazeen wordt op lijst I geplaatst ter uitvoering van een gedelegeerde richtlijn van de EU van 2 september 2020.

Op 1 januari 2019 is artikel 13b Opiumwet verruimd, door de invoering van de Wet Verruiming sluitingsbevoegdheid ​[9–11]​. Op grond van dit artikel (de Wet-Damocles) had de burgemeester alleen de bevoegdheid een woning of ander pand te sluiten als daar drugs aanwezig waren. Sinds de verruiming mag de burgemeester ook tot sluiting over gaan in geval van strafbare voorbereidingshandelingen voor het bereiden of telen van drugs. Daar is sprake van als er voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die daar duidelijk voor bestemd zijn, zoals bepaalde apparatuur of chemicaliën ​[11]​. De bedoeling van de bevoegdheid van art 13b Opiumwet is drugshandel tegen te gaan en overlast te bestrijden. Omdat er tekenen waren dat de bevoegdheid met name wat betreft woningen door burgemeesters te ruim en te hard werd toegepast en ook onschuldige burgers trof, is op verzoek van de Tweede Kamer ​[12]​ onderzoek uitgevoerd naar de toepassing ervan ​[13]​. In de praktijk was namelijk gebleken dat mensen als gevolg van het sluiten van een woning niet alleen hun huis konden worden uitgezet, maar dat hen ook de huur (in de sociale sector) kon worden opgezegd en dat zij op een zwarte lijst van de woningcorporatie geplaatst konden worden. Volgens de onderzoekers lijkt het erop dat burgemeesters niet altijd juist oordelen en onvoldoende maatwerk leveren. De bestuursrechter zou, volgens een conclusie van de staatsraden advocaat-generaal van de Raad van State strenger moeten toetsen in zaken betreffende de sluiting van een woning. De Minister van J&V zal met onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Nederlands genootschap van Burgemeesters bespreken welke gevolgen de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek zullen moeten krijgen ​[14]​.

Het strafmaximum voor rijden onder invloed van alcohol en drugs is per 1 januari 2020 verhoogd van drie maanden gevangenisstraf  naar een gevangenisstraf van één jaar. Dit is vastgelegd in de wet  ‘Aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten’ ​[15]​. Voor cijfers over rijden onder invloed zie § 17.2.4.

Wetgeving Nieuwe psychoactieve stoffen

Nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) (zie bijlage D begrippenlijst) zijn stoffen met vergelijkbare effecten en risico’s als de bestaande illegale drugs, maar ze vallen meestal niet onder het regiem van de Opiumwet. Vaak worden zij geproduceerd om de drugswetgeving te omzeilen. In de huidige Opiumwet worden alle verboden middelen expliciet genoemd, met hun exacte chemische formule. Als er nieuwe NPS worden geproduceerd die wat scheikundige samenstelling net afwijken, vallen die niet onder de Opiumwet. Een wetsvoorstel om een generiek verbod te regelen voor bepaalde groepen NPS is in het voorjaar van 2020 in internetconsultatie geweest. De voorgestelde groepen zijn: alle substanties die zijn afgeleid van 2-fenethylamine, waaronder ook substanties met de basisstructuur van cathinon; cannabimimetica of synthetische cannabinoïden; en substanties afgeleid van 4-aminopiperidine (fentanyl-achtige stoffen). In de herfst van 2021 wordt het wetgevingstraject voortgezet, omdat er financiering is gevonden voor de handhaving ervan (structureel 4,5 miljoen). Het doel is invoering in het voorjaar van 2022 ​[16]​. Zie voor de NPS die recentelijk zijn toegevoegd aan de Opiumwet hierboven. Zie voor NPS ook § 8.1.

De Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet

De Aanwijzing Opiumwet beschrijft welke regels voor de aanpak van de strafrechtelijke opsporing en vervolging van Opiumwetdelicten door Officieren van Justitie in het hele land gelden en toegepast (moeten) worden. De Aanwijzing wordt vastgesteld door het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie. In de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet geeft het College van Procureurs-Generaal aan welke strafeis het Openbaar Ministerie kan hanteren bij de verschillende Opiumwetdelicten.

  • Op 1 oktober 2020 heeft het Openbaar Ministerie een richtlijn ingevoerd om een duidelijk kader te geven voor de strafeis inzake voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs ​[17]​ Tegen een verdachte van voorbereidingshandelingen wordt gevangenisstraf geëist en geen taakstraf. Daardoor geeft het Openbaar Ministerie het signaal af dat taakstraffen niet als een passende sanctie worden gezien voor de productie van synthetische drugs. Daarnaast eist het Openbaar Ministerie bij voorbereidingshandelingen altijd een geldboete ​[18]​

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    T.K.24077-357. Drugbeleid: Brief regering: Beleidsvisie drugspreventie. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2015.
  2. 2.
    T.K.35830-XVI-1. Jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI): Ontvangen 19 mei 2021. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2021.
  3. 3.
    Overheid.nl . Opiumwet [Internet]. Overheid.nl. [cited 2021 May 21]. Available from: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&z=2020-11-17&g=2020-11-17%0A
  4. 4.
    Overheid.nl . Wet voorkoming misbruik chemicaliën [Internet]. Overheid.nl. [cited 2021 May 21]. Available from: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007286&z=2018-11-01&g=2018-11-01
  5. 5.
    T.K.35830-VI-1. Departementaal jaarverslag 2020 Justitie en Veiligheid (VI): Ontvangen 19 mei 2021. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2021.
  6. 6.
    Halsema F. Beheersbare cannabismarkt: 8 januari 2021. Amsterdam: Gemeente Amsterdam; 2021.
  7. 7.
    Stb.2020-451. Besluit van 4 november 2020, houdende wijziging van lijst I, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing van enkele stoffen op deze lijst. Den Haag: Rijksoverheid; 2020.
  8. 8.
    Stb.2021-504. Besluit van 25 oktober 2021, houdende wijziging van lijst I en II, behorende bij de Opiumwet, in verband met de plaatsing op lijst II van 3-MMC, alsmede plaatsing op lijst I en II van enkele andere middelen. Den Haag: Rijksoverheid; 2021.
  9. 9.
    Stb.2018-481. Wet van 12 december 2018 tot wijziging van de Opiumwet (verruiming sluitingsbevoegdheid). Den Haag: Rijksoverheid; 2018.
  10. 10.
    Stb.2018-482. Besluit van 19 december 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 12 december 2018 tot wijziging van de Opiumwet (verruiming sluitingsbevoegdheid) (Stb. 2018, 481). Den Haag: Rijksoverheid; 2018.
  11. 11.
    T.K.34763-3. Wijziging van de Opiumwet (verruiming sluitingsbevoegdheid) ; Memorie van toelichting; Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2018.
  12. 12.
    T.K.24077-478. Drugbeleid; Motie; Motie van de leden Van Nispen en Sneller over het benadrukken van maatwerk en proportionaliteit in de uitvoering van de Wet Damocles . Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2021.
  13. 13.
    Bruijn L. M, Vols M. Onderzoek toepassing artikel 13b Opiumwet. Rijksuniversiteit Groningen, Centrum voor openbare orde en veiligheid; 2021.
  14. 14.
    T.K.34763-13. Wijziging van de Opiumwet (verruiming sluitingsbevoegdheid); Brief regering; Toezending eindrapport over het onderzoek naar de toepassing van artikel 13b Opiumwet . Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2021.
  15. 15.
    Stb. 2019-413. Wet van 6 november 2019 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafrecht in verband met strafbaarstelling van zeer gevaarlijk rijgedrag en verhoging van de strafmaxima van enkele ernstige verkeersdelicten met het oog op versterking van de verkeershandhaving (aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten). Den Haag: Rijksoverheiid; 2019.
  16. 16.
    T.K.29911-329. Reactie op het rapport 25 jaar bestrijding drugscriminaliteit; Bijlage bij kamerstuk . Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2021.
  17. 17.
    Stc. 49836, 2020. Richtlijn voor strafvordering voorbereiding/bevordering synthetische drugs (2020R002). Den Haag: Rijksoverheid ; 2020.
  18. 18.
    T.K.35564-21. Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit); Brief regering; Uitvoering van de motie van het lid Bikker c.s. over de strafmaat als middel om Nederland minder aantrekkelijk te maken voor drugscriminaliteit (Kamerstuk 35564-18) . Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal ; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.