HomeHulpvraag en incidenten12.5.2 Ziekenhuizen

12.5.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van tabak een rol?

In het kort: Tabaksproblematiek wordt bijna alleen als nevendiagnose geregistreerd bij opname of observatie in het ziekenhuis en nauwelijks als hoofddiagnose. In 2023 kwam tabaksproblematiek als nevendiagnose 52.141 keer voor. Dit aantal is ongeveer gelijk gebleven in de periode 2019-2023. Iets meer dan de helft van de patiënten met tabaksproblematiek is man. Volwassenen van 65 jaar en ouder vormen in 2023 met 43,6% het grootste aandeel in de ziekenhuispatiënten met tabaksproblematiek.

In 2023 kwam tabaksproblematiek vrijwel alleen als nevendiagnose voor

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 10 klinische opnamen of observaties waarbij tabaksproblematiek (inclusief de e-sigaret) de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. Al deze hoofddiagnosen rond tabaksproblematiek zijn volgens een internationaal classificatiesysteem (ICD-10) geregistreerd als ‘stoornis gerelateerd aan het gebruik van tabak’. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om nicotineafhankelijkheid, angst of depressie.

Veel vaker speelde tabak een rol als nevendiagnose. Dat betekent dat tabaksgebruik van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie. In 2023 werd tabaksproblematiek 52.141 keer als nevendiagnose geregistreerd. De reden dat tabaksproblematiek veel vaker als neven- dan als hoofddiagnose wordt geregistreerd is dat de kans op acute complicaties door tabaksgebruik klein is en nicotineafhankelijkheid meestal ambulant wordt behandeld (dus zonder ziekenhuisopname). Het gebruik van tabak vergroot wel de kans op allerlei ziekten waarvoor opname of observatie in een ziekenhuis nodig is, zie voor meer informatie de pagina over Ziekte.

Aantal opnamen en observaties vanwege tabaksproblematiek vrij stabiel

Het aantal klinische opnamen en observaties met tabaksproblematiek als hoofddiagnose is in de periode 2019-2023 stabiel laag (maximaal 17). Het aantal nevendiagnose neemt iets toe tussen 2019 en 2021 maar neemt daarna weer af.

In 2023 werden 43.955 personen minstens één keer opgenomen met tabaksproblematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Ook kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 43.955 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan tabak als nevendiagnose en in enkele gevallen als hoofddiagnose.

Iets meer dan de helft van de patiënten met tabaksproblematiek is man

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinisch of observatie) vanwege tabaksproblematiek (hoofd- én nevendiagnose) was 56,3% man (n=24.746). Dit is ongeveer gelijk aan het aandeel mannen in eerdere jaren.

65-plussers hebben het grootste aandeel in patiënten met tabaksproblematiek

65-plussers vormen de grootste leeftijdsgroep onder de patiënten met tabaksproblematiek. Dit geldt voor zowel 2023 als 2019. Het aandeel 65-plus patiënten lijkt in 2023 iets hoger dan in 2019 maar de verschillen zijn klein.

Gemiddelde leeftijd van patiënten met tabaksproblematiek tussen 2019 en 2023 rond de 60 jaar

In 2023 is de gemiddelde leeftijd van personen die zijn opgenomen met tabaksproblematiek 60,1 jaar. Dit is vrijwel gelijk aan de voorgaande jaren. In 2019 was de gemiddelde leeftijd met 59,4 jaar het laagst. 

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[1]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 [Internet]. 2020. Available from: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.