12.2.1 Roken onder volwassenen
Hoeveel volwassenen roken?
In het kort: In 2025 rookte 17,8% van de volwassenen weleens en 12,1% rookte elke dag. Roken komt het vaakst voor onder mannen, volwassenen van 18-34 jaar, volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo vmbo of mbo-niveau-1, volwassenen met een Europese (excl. NL) herkomst en volwassenen in (zeer) sterk stedelijke gebieden.
Ongeveer een vijfde van de Nederlandse volwassenen rookt
In 2025 rookte ruim een op de zes (17,8%) Nederlandse volwassenen weleens. Dat komt neer op 2,6 miljoen volwassenen. Ongeveer een op de acht volwassenen (12,1%) rookte elke dag. De overige 5,7% rookte niet elke dag.
In 2025 had ongeveer de helft (50,3%) van de volwassenen nog nooit gerookt. Bijna een derde (31,9%) van de volwassenen was ex-roker.
Roken komt vaker voor onder mannen dan onder vrouwen
Meer mannen dan vrouwen roken weleens. In 2025 rookte 21,3% van de mannen vergeleken met 14,3% van de vrouwen. Ook dagelijks roken komt vaker voor onder mannen dan onder vrouwen.
Ruim een kwart van de 20-24-jarigen rookt
In 2025 was het percentage rokers het hoogst onder 20-24-jarigen (26,3%), al was het verschil met 18-19-jarigen (22,5%), 25-29-jarigen (21,3%) en 30-39-jarigen (22,0%) niet statistisch significant. Het percentage was het laagst onder volwassenen van 75 jaar of ouder (7,2%). Ook het percentage volwassenen dat dagelijks rookt was het laagst onder 75-plussers (6,1%).
Roken komt het meest voor onder volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo vmbo of mbo-niveau 1
In 2025 was het percentage volwassenen dat rookt het hoogst onder volwassenen met een opleiding in het basisonderwijs, lbo, mavo vmbo of mbo-niveau 1 (23,8%) en het laagst onder volwassenen met een hbo- of universitaire opleiding (12,4%). Het percentage onder volwassenen met een mbo-niveau 2-4, havo- of vwo-opleiding zat hier tussenin (20,7%). Hetzelfde geldt voor dagelijks roken.
Roken komt vaker voor onder volwassenen met een Europese herkomst (excl. NL) dan onder volwassenen met een Nederlandse herkomst
In 2025 rookte een kleiner deel van de volwassenen met een Nederlandse herkomst (16,9%), dan van de volwassenen met een Europese herkomst (excl. NL) (22,1%). Het percentage rokers onder volwassenen met een niet-Europese herkomst (19,3%) zat hier tussenin, maar verschilde niet significant van de andere groepen. Hetzelfde geldt voor dagelijks roken.
Roken komt vaker voor onder volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden dan onder volwassenen in weinig/niet stedelijke gebieden
In 2025 rookte een groter deel van de volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden (18,5%), dan van de volwassenen die wonen in weinig/niet stedelijke gebieden (16,1%). Het percentage rokers onder volwassenen in matig stedelijke gebieden (18,0%) zat hier tussenin maar verschilde niet van de andere stedelijkheidsniveaus.
Het percentage volwassenen dat dagelijks rookt verschilde niet tussen volwassenen in (zeer) sterk stedelijke, matig stedelijke en weinig/niet stedelijke gebieden.
Roken verschilt per regio
Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen uit 2024 blijkt dat er regionale verschillen zijn in het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat tabaksproducten rookt [1]. Per GGD-regio varieerde het percentage rokers van 13,0% (GGD-regio Hollands Noorden) tot 19,9% (GGD-regio Amsterdam).
Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen uit 2024 blijkt dat er ook regionale verschillen zijn in het roken in de leeftijdsgroep 16-25 jaar [2]. Het percentage rokers varieerde van 23,3% (GGD-regio Brabant-Zuidoost) tot 35,2% (GGD-regio Gooi en Vechtstreek). Dagelijks roken varieerde 10,3% (GGD-regio Brabant-Zuidoost) tot 19,3% (GGD-regio Zeeland).
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024. GGD-en, in samenwerking met RIVM en CBS; 2025.
- 2.GGD’en, RIVM. Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024. https://www.monitorgezondheid.nl/gezondheidsmonitor-jongvolwassenen/2024. 2025.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.