HomeOpioïden5.7.2 Infectieziekten

5.7.2 Infectieziekten

In het kort: In Nederland zijn hiv en hepatitis B en C de belangrijkste drugsgerelateerde infectieziekten. Besmettingen vonden voornamelijk plaats in het verleden; er zijn weinig nieuwe besmettingen.

Hiv door injecterend drugsgebruik

Door het spuiten met besmette naalden of door onveilige seks lopen gebruikers van harddrugs gevaar om geïnfecteerd te raken met hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Van alle geregistreerde nieuwe hiv-infecties in Nederland is minder dan 1% jaarlijks toe te schrijven aan injecterend drugsgebruik. In 2024 waren er in totaal 32.057 patiënten onder behandeling bij de hiv-behandelcentra, waaronder 297 (ooit) injecterende drugsgebruikers​. Het aantal personen met een nieuwe hiv-infectie is sinds 2020 stabiel. In 2024 ging het om 444 nieuwe hiv-infecties, waaronder geen enkele door injecterend drugsgebruik ​[1]​.

Tabel 5.7.1           Aantal gediagnosticeerde hiv-infecties uitgesplitst naar vermoedelijke wijze van overdracht, 2018

Hepatitis B en C door injecterend drugsgebruik

Acute en chronische hepatitis B en hepatitis C zijn meldingsplichtige ziekten. In Nederland waren er in 2023/2024 ongeveer 40.000 patiënten met chronische hepatitis B en ongeveer 25.000 patiënten met chronische hepatitis C. Nieuwe besmettingen komen in deze groep momenteel nauwelijks voor. Het is niet bekend hoeveel mensen die drugs injecteren momenteel besmet zijn met chronische hepatitis B of C ​[2,3]​.

In 2024 werden 88 gevallen van acute hepatitis B gemeld en 37 gevallen van acute hepatitis C. De belangrijkste manier van besmetting was seksueel contact tussen mannen (respectievelijk 52% en 65%). Het aantal acute hepatitis B en C gevallen gerelateerd aan drugsgebruik blijft al jaren beperkt tot nul of één ​[4]​.

Hepatitis C is veel besmettelijker dan hiv en kan ook worden overgedragen door het delen van besmette (spuit)attributen anders dan naalden. Daardoor hebben veel hiv-positieve drugsgebruikers een co-infectie met hepatitis C, maar omgekeerd is dat niet het geval ​[5–9]​.

Met name hepatitis C, maar ook hepatitis B infecties, zijn belangrijke oorzaken van levercirrose, leverkanker, en sterfgevallen onder mensen die drugs injecteren. De exacte cijfers voor Nederland zijn echter niet beschikbaar.

Injecterend drugsgebruik is gedaald

Zowel het lenen van gebruikte spuiten door injecterende drugsgebruikers, als het injecteren zelf, is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw sterk afgenomen. In 2023 gaf 12,1% van de opiaatgebruikers in een landelijk representatieve steekproef aan dat zij in het afgelopen jaar drugs hebben geïnjecteerd ​[10]​. Recente cijfers over het delen van gebruikte spuiten op landelijk niveau ontbreken.

Internationale vergelijking

Hiv

Sinds een aantal jaren blijft het aantal nieuwe hiv-infecties gerelateerd aan injecterend drugsgebruik in de meeste landen van de Europese Unie (EU) laag en stabiel​. In 2024 werden in de EU 822 nieuwe hiv-diagnoses onder injecterende drugsgebruikers gemeld, wat neerkomt op 4,7% van het totaal aantal gemelde hiv-gevallen met een geregistreerde besmettingsroute. Injecterend drugsgebruik is nog wel een belangrijke besmettingsroute in Griekenland, Letland, Litouwen en Bulgarije. In Griekenland wordt 24% van de nieuwe hiv-diagnoses toegeschreven aan injecterend drugsgebruik en in Letland en Litouwen 15% ​[11]​. Het aantal nieuwe hiv-infecties in Nederland behoort al jaren tot de laagste in de EU.

Tussen 2014 en 2024 werden onder gemarginaliseerde groepen van injecterende drugsgebruikers in negen steden en regio’s lokale uitbraken van hiv gedocumenteerd: Dublin, Helsinki, Litouwen, Sofia, Thessaloniki, Beieren, Monza, Luxemburg (nationaal), en Keulen. Zeven van de negen uitbraken werden in verband gebracht met het injecteren van stimulerende middelen. Bij vier van de zeven uitbraken speelde het injecteren van cocaïne een rol. Het injecteren van stimulerende middelen, zoals cocaïne en synthetische cathinonen, gaat vaak samen met vaker injecteren en meer seksueel risicogedrag ​[11]​.

Meer dan de helft (52%) van de nieuwe hiv-diagnoses in de EU bij mensen die injecterend drugs gebruiken, wordt pas laat ontdekt. Dit zorgt voor een late start van de antivirale behandeling en een hoger risico op ziekte en overlijden. Vroege opsporing en behandeling verminderen de overdracht, vooral in groepen met risicogedrag zoals mensen die injecterend drugs gebruiken ​[1]​.

Hepatitis B en C

Hepatitis C komt zeer vaak voor onder injecterende drugsgebruikers in EU-lidstaten. Het voorkomen van HCV-antilichamen in nationale steekproeven onder injecterende drugsgebruikers in 2024 varieert van 5.8% tot 88.2%, waarbij 3 van de 9 landen die over nationale gegevens beschikken melden dat meer dan 50% van de onderzochte drugsgebruikers is besmet ​[12]​.

In de Europese landen komen, net als in Nederland, infecties met hepatitis B minder vaak voor onder drugsgebruikers dan hepatitis C-infecties. Naar schatting varieert in 2024 het percentage injecterende drugsgebruikers met een hepatitis B infectie (zowel acuut als chronisch) tussen de 0.7% en 5.1% in de acht landen waarvoor nationale gegevens beschikbaar zijn.

Registratiegegevens van hiv-behandelcentra

De belangrijkste nationale bron voor informatie over het aantal hiv-infecties is de hiv/aids registratie van de Stichting HIV Monitoring (SHM). De SHM verzamelt longitudinale gegevens van alle met hiv geïnfecteerde personen die worden aangemeld in de hiv-behandelcentra ​[1]​. Het spuiten met besmette naalden komt relatief het meeste voor onder gebruikers van heroïne en daarom wordt hiv behandeld in het onderdeel over opioïden.

Internationale gegevens zijn niet goed vergelijkbaar

Het Drugsagentschap van de Europese Unie (EUDA) rapporteert over het vóórkomen van besmetting met hiv en hepatitis B en C onder injecterende drugsgebruikers in lidstaten van de Europese Unie ​[11,12]​. Vaak komen deze gegevens uit studies die op lokaal niveau in plaats van nationaal niveau zijn uitgevoerd. De situatie op lokaal niveau kan sterk verschillen van het algemene landelijke beeld. De cijfers zijn daarom niet goed vergelijkbaar en geven slechts een indicatie van de besmettingsgraad.

Figuur 5.7.1         Aantal omgeruilde spuiten in Amsterdam en RotterdamI, 2002-2018

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    A.I. S, F.W.N.M. W, C. S, V.W. J, N. S, C. B. Monitoring Report 2025. Human Immunodeficiency Virus (HIV) Infection in the Netherlands. Stichting hiv monitoring; 2025.
  2. 2.
    RIVM. Hepatitis C [Internet]. Available from: https://www.rivm.nl/hepatitis-c
  3. 3.
    RIVM. Hepatitis B [Internet]. Available from: https://www.rivm.nl/hepatitis-b
  4. 4.
    M.A. van Gageldonk-Lafeber, B. van Benthem, H. de Melker, S. de Greeff, E. Franz, J. Wallinga, et al. Staat van infectieziekten in Nederland, 2024. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2025.
  5. 5.
    Breemer JN, De Jong WM, Krummacher N, Wolter R. Pilotproject Actief Testen in de GGZ en maatschappelijke opvang 2007-2008: evaluatierapport. Rotterdam: GGD Rotterdam-Rijnmond; 2009.
  6. 6.
    Leemrijse CJ, Bongers M, Nielen M, Devillé W. Hepatits C in penitentiaire inrichtingen: Een onderzoek naar prevalentie. Utrecht: Nivel; 2010.
  7. 7.
    Lindenburg CE, Lambers FA, Urbanus AT, Schinkel J, Jansen PL, Krol A, et al. Hepatitis C testing and treatment among active drug users in Amsterdam: results from the DUTCH-C project. Vol. 23, Eur J Gastroenterol Hepatol. 2011. p. 23–31.
  8. 8.
    Schreuder I, Van Veen MG. Prevalentie van hiv, hepatitis B en hepatitis C bij mannen in detentie in Sittard, 2010. Bilthoven: RIVM; 2010.
  9. 9.
    Schreuder I, Van der Sande MA, De Wit M, Bongaerts M, Boucher CA, Croes EA, et al. Seroprevalence of HIV, hepatitis b, and hepatitis c among opioid drug users on methadone treatment in the netherlands. Vol. 7, Harm Reduction Journal. 2010.
  10. 10.
    L. Strada, T. Martinelli, D. van der Gouw, S. Korteling, G. Cruts, M. Groothuizen, et al. Factsheet OPAAK-onderzoek. Trimbos-instituut; 2025.
  11. 11.
    European Drug Report 2026: Trends and Developments. European Union Drugs Agency; 2026.
  12. 12.
    Statistical Bulletin 2026 — drug-related infectious diseases. European Union Drugs Agency; 2026.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.