HomeOpiaten5.2 Gebruik: algemene bevolking

5.2 Gebruik: algemene bevolking

Let op: er zijn nieuwe kerncijfers over heroïnegebruik in 2021, deze zijn te vinden in de Kerncijfertabel Gezondheidsenquête. De gegevens worden later dit jaar verwerkt in de paragrafen, wanneer ook de aanvullende analyses en significantie toetsen zijn uitgevoerd.

Deze paragraaf beschrijft kerncijfers over het gebruik van heroïne in de bevolking van 18 jaar en ouder op basis van de Gezondheidsenquête, jaarlijks uitgevoerd door het CBS in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut. Aanvullende gegevens zijn afkomstig uit de tweejaarlijkse Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) 2020 (zie bijlage A1 en A2). Daar waar resultaten zijn opgenomen uit de LSM-A, wordt dit apart vermeld.

De coronapandemie heeft mogelijk invloed gehad op het heroïnegebruik in de algemene bevolking. Op basis van de cijfers uit de Gezondheidsenquête kunnen hierover echter geen uitspraken worden gedaan. De gegevens die worden gepresenteerd zijn namelijk door het hele jaar 2020 verzameld. Omdat vaak terug wordt gevraagd naar een periode van één jaar voor het afnemen van de vragenlijst (laatste-jaar-gebruik), hebben de cijfers deels betrekking op het gedrag van de deelnemers in het jaar 2019. Meer informatie over de impact van de coronapandemie op het gebruik van heroïne is te vinden in § 5.1.2.

5.2.1 Kerncijfers en trends algemene bevolking

Kerncijfers 2020

Gebruik van heroïne komt niet veel voor onder de algemene bevolking. In 2020 rapporteerde 0,4% van de volwassen Nederlandse bevolking ooit wel eens heroïne te hebben gebruikt (zie tabel). Dit komt neer op ongeveer 50 duizend mensen die ervaring hebben met heroïne. In 2020 had 0,6% van de mannen van 18 jaar en ouder ooit in het leven heroïne gebruikt, vergeleken met 0,2% van de vrouwen. Het aantal gebruikers van heroïne in de algemene bevolking is te klein om uitsplitsingen te maken naar leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en stedelijkheid.

Deze cijfers zijn vermoedelijk een onderschatting, doordat (probleem)gebruikers van harddrugs in bevolkingsonderzoek ondervertegenwoordigd zijn. Mensen die opiaten gebruiken op een illegale manier en methadoncliënten komen in mindere mate in steekproeven uit de algemene bevolking terecht, doordat een gedeelte van deze groep rondzwerft, in een (justitiële) instelling verblijft, of anderszins uit beeld is. Deze groep kan in kaart worden gebracht via andere methoden van onderzoek (zie § 5.3 en § 5.4).

Tabel 5.2.1           Percentage en aantal heroïnegebruikers in de bevolking van 18 jaar en ouder. Peiljaar 2020

Trends in heroïnegebruik

Vanaf 2015 zijn jaarlijks vergelijkbare gegevens beschikbaar over het gebruik van heroïne in de algemene bevolking van 18 jaar en ouder (zie ook bijlage A1).

  • Het ooitgebruik van heroïne schommelde tussen 2015 en 2020 tussen 0,3% en 0,5%.
  • Het percentage laatste-jaar-gebruikers en laatste-maand-gebruikers lag in deze jaren nooit hoger dan 0,1%.

Het gebruik van heroïne werd in de afgelopen jaren ook in 2005, 2009 en 2014 gemeten. Vanwege herhaalde wijzigingen in de onderzoeksmethode zijn alleen gegevens vergelijkbaar die zijn verzameld vanaf 2014 (zie bijlage A1). In 2014 werd heroïnegebruik alleen onder 15-64-jarigen gemeten (de internationale standaard leeftijdsgroep van het EMCDDA, zie paragraaf 5 van de middelenhoofdstukken). De prevalenties van heroïne vanaf 2014 voor de 15-64-jarigen worden genoemd in bijlage.

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.