HomeOpiaten5.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

5.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

Gegevensbronnen

Deze paragraaf beschrijft gegevens over het gebruik van heroïne op basis van landelijke onderzoeken naar middelengebruik onder representatieve steekproeven van scholieren van het voortgezet onderwijs en van studenten van het HBO en MBO. Daarna worden gegevens gepresenteerd van uiteenlopende landelijke, regionale en lokale onderzoeken in verschillende groepen jongeren en jongvolwassenen waarvan uit eerder onderzoek bekend is dat zij meer dan hun doorsnee leeftijdsgenoten middelen gebruiken.

Scholieren van het regulier onderwijs

Kerncijfers over het gebruik van middelen onder scholieren van 12 tot en met 16 jaar worden om de twee jaar alternerend verzameld via het Peilstationsonderzoek Scholieren en via de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-studie. Om de vier jaar wordt het Peilstationsonderzoek Scholieren uitgevoerd, de laatste meting vond plaats in 2019 ​[1]​. Het onderzoek wordt uitgevoerd op representatieve steekproeven van scholieren in groep 7 en 8 van het basisonderwijs en alle leerjaren van het regulier voortgezet onderwijs. In 2019 werd het Peilstationsonderzoek Scholieren in het basisonderwijs uitgevoerd in totaal 87 klassen en konden de gegevens worden geanalyseerd van in totaal 1.790 leerlingen. In het voorgezet onderwijs werd de vragenlijst afgenomen in 288 klassen en konden de gegevens worden geanalyseerd van in totaal 6.118 scholieren, waaronder 5.587 scholieren in de leeftijd van 12 tot en met 16 jaar. Kerncijfers over het gebruik van middelen onder scholieren van 12 tot en met 16 jaar worden om de twee jaar alternerend verzameld via het Peilstationsonderzoek Scholieren en via de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-studie. Om de vier jaar wordt het Peilstationsonderzoek Scholieren uitgevoerd, de laatste meting vond plaats in 2019 (Rombouts et al., 2020). Het onderzoek wordt uitgevoerd op representatieve steekproeven van scholieren in groep 7 en 8 van het basisonderwijs en alle leerjaren van het regulier voortgezet onderwijs. In 2019 werd het Peilstationsonderzoek Scholieren in het basisonderwijs uitgevoerd in totaal 87 klassen en konden de gegevens worden geanalyseerd van in totaal 1.790 leerlingen. In het voorgezet onderwijs werd de vragenlijst afgenomen in 288 klassen en konden de gegevens worden geanalyseerd van in totaal 6.118 scholieren, waaronder 5.587 scholieren in de leeftijd van 12 tot en met 16 jaar.

5.3.1 Kerncijfers en trends scholieren regulier onderwijs

Kerncijfers 2019

Er zijn geen signalen dat heroïnegebruik in Nederland voorkomt in jonge leeftijdsgroepen zoals scholieren in het regulier onderwijs. Hoewel jongeren wel rapporteren ervaring te hebben met heroïne (tabel 5.3.1), is het de vraag hoe betrouwbaar dat is, aangezien in veldwerk zelden wordt geconstateerd dat jongeren daadwerkelijk heroïne gebruiken.

  • Op landelijk niveau in 2019 rapporteerde 0,3% van de leerlingen van 12-16 jaar ervaring te hebben met heroïne. De afgelopen maand zou 0,1% nog heroïne hebben gebruikt ​[1]​.

Tabel 5.3.1           Percentage heroïnegebruikers onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar. Peiljaar 2019

Trends in heroïnegebruik

Sinds het midden van de jaren tachtig wordt middelengebruik onder scholieren gemonitord.

  • Het percentage scholieren dat heroïnegebruik rapporteert, is in alle peiljaren gering en vertoont een dalende trend sinds 2003 (tabel 5.3.2).

Tabel 5.3.2           Gebruik van heroïne onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar, vanaf 2003

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype