HomeOpiaten5.7.3 Sterfte in Nederland

5.7.3 Sterfte in Nederland

Doodsoorzakenstatistiek CBS

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS sterven er in Nederland naar verhouding maar weinig mensen aan de directe gevolgen van opiaatgebruik ​[1]​. De Doodsoorzakenstatistiek van het CBS is echter niet specifiek toegerust op het registreren van drugsgerelateerde sterfte. De cijfers moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd (voor een toelichting, zie bijlage B4). Bij de cijfers over de geregistreerde drugssterfte kan zowel sprake zijn van onderrapportage als van overrapportage, maar de mate waarin verschilt vermoedelijk per drug. Bovendien kunnen tal van factoren van invloed zijn geweest op de trends in de aantallen sterftegevallen.

  • In 2019 registreerde de Nederlandse Doodsoorzakenstatistiek 252 fatale overdoseringen door drugs. Dat is ongeveer gelijk aan het aantal uit 2017. De daling die zich aanvankelijk voordeed in 2018, heeft zich in 2019 niet verder voortgezet (zie figuur 5.7.2). In 2019 was het gebruik van opiaten in 124 gevallen de doodsoorzaak (49%), in 45 gevallen ging het om cocaïne (18%), en in 33% van de gevallen ging het om andere middelen of een combinatie van middelen. In die gevallen waarin, naast andere middelen, ook opiaten worden genoemd, wordt de doodsoorzaak toegeschreven aan de opiaten. De voormalige stijgingen in 2015, 2016 en 2017 deden zich niet specifiek voor bij bepaalde middelen. Of er in deze jaren daadwerkelijk sprake was van een stijgende trend, dan wel van een registratie-effect en/of een detectie-effect, zal de komende jaren nog moeten blijken uit nader onderzoek.
  • Grotendeels is ook onbekend om welke opiaten (of opioïden) het gaat, bijvoorbeeld heroïne of medische opioïden, zoals oxycodon.
  • In 2019 ging het bij de totale drugssterfte in 50% van de gevallen om accidentele vergiftiging, in 23% van de gevallen om suïcide, en in 2% van de gevallen was de oorzaak van de vergiftiging onbekend. In de overige 25% van de gevallen werd de sterfte geregistreerd onder de diagnose “psychische stoornissen en gedragsstoornissen”. Ook deze categorie valt onder de directe drugsgerelateerde sterfte.
  • Het aantal opiatengerelateerde sterftegevallen verdrievoudigde van 40 in 2014 naar 127 gevallen in 2017, daalde aanvankelijk naar 104 gevallen in 2018, en steeg weer licht naar 124 gevallen in 2019. Van de 124 gevallen in 2019 stond geregistreerd dat het in 11 gevallen ging om heroïne en in 8 gevallen om methadon.
  • In 2019 ging het bij de opiatengerelateerde sterftegevallen in ongeveer de helft van de gevallen (48%) om accidentele vergiftiging, in 39% van de gevallen om suïcide, in 10% van de gevallen om psychische stoornissen en gedragsstoornissen, en in 3% van de gevallen was de oorzaak van de vergiftiging onbekend. Bij de opiatengerelateerde sterfte gaat het daarmee naar verhouding vaker om suïcide en naar verhouding minder vaak om psychische stoornissen en gedragsstoornissen.
  • Overigens is naar verhouding een groot deel van de drugsgerelateerde sterfte geregistreerd onder de categorie ‘Overig’ (figuur 5.7.2). In deze categorie vallen in 2019 in totaal 7 sterfgevallen door psychostimulantia, maar verder kan het ook om opioïden gaan of andere harddrugs, soms in diverse combinaties, maar het is hier niet altijd duidelijk welk middel de doodsoorzaak was.
  • Bovengenoemde aantallen betreffen alleen sterfgevallen onder inwoners die officieel stonden geregistreerd in het bevolkingsregister. In 2019 waren bij het CBS nog eens 39 gevallen bekend van drugssterfte onder mensen die wel in Nederland verbleven, maar niet als inwoner stonden geregistreerd in het bevolkingsregister. In 2018 waren dit 24 gevallen.

Geen verklaring voor de stijgingen

Vooralsnog is er geen afdoende verklaring gevonden voor de toename in de geregistreerde drugsgerelateerde sterfte tussen 2014 en 2017. Naast wijzigingen in de registratieprocedures en het toegenomen toxicologisch onderzoek bij het vaststellen van de doodsoorzaak, zijn er meer verklaringen mogelijk, zoals de veroudering van de drugsgebruikers en een toename in het gebruik van medicinale opioïden zoals oxycodon en fentanyl. (Zie ook de inleiding bij dit hoofdstuk en bijlage B4 en zie ook: ​[2–4]​)

Figuur 5.7.2         Geregistreerde sterftegevallen door overdosering van drugs in Nederland, vanaf 2010I

Veroudering

  • Net zoals de gebruikers van opiaten steeds ouder worden, stijgt ook de leeftijd bij het overlijden aan een dodelijke overdosis opiaten. Het aandeel van de jonge opiaatgebruikers in de sterfte daalt respectievelijk. In de periode van 1996 tot en met 2000 was nog 47% jonger dan 35 jaar, vergeleken met nog maar 21% in de periode van 2016 tot en met 2019 (figuur 5.7.3). Wel steeg het aandeel van de leeftijdsgroep van 15-34 jaar tussen de periode 2011-2015 en de periode 2016-2019 van 13% naar 21%.
  • Tussen 2009 en 2019 schommelde het percentage mannen tussen 59% en 82%. Er is geen verklaring bekend voor deze schommeling. Mogelijk gaat het hier om een toevalsfluctuatie vanwege kleine aantallen.

Figuur 5.7.3         Leeftijdsverdeling van de geregistreerde sterftegevallen door overdosering van opiaten in de periodes 1996-2000, 2001-2005, 2006-2010, 2011-2015, en 2016-2019

MDI en LIS

Behalve in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS, wordt een deel van de drugsgerelateerde sterftegevallen ook zichtbaar in de Monitor Drugsincidenten (MDI) en in het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL. De MDI baseert zich op gegevens van ambulancediensten, ziekenhuizen, en politieartsen in 8 regio’s van Nederland en enkele landelijke EHBO-organisaties, terwijl de gegevens van het LIS afkomstig zijn van 14 afdelingen Spoedeisende Hulp (SEH) van enkele ziekenhuizen (Schürmann et al., 2019). In 2018 werden door de MDI en het LIS in totaal twee gevallen geconstateerd waarin heroïne, in combinatie met cocaïne, een rol had gespeeld in het overlijden.

NFI

Alleen wanneer er een strafrechtelijk onderzoek plaatsvindt, of wanneer nabestaanden daarom vragen, onderzoekt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een overlijdensgeval op drugs.

  • In de overlijdensgevallen die in 2016 door het NFI werden onderzocht via sectie en toxicologisch onderzoek, waren in 21 gevallen morfine, heroïne, tramadol, fentanyl, of oxycodon één van de doodsoorzaken, soms in combinatie met nog andere stoffen, zoals diazepam, cocaïne, ethanol, of mirtazapine. Deze aantallen van het NFI kunnen overlappen met de cijfers van het CBS. De aantallen uit deze bronnen kunnen daarom niet bij elkaar worden opgeteld.
  • Hierbij dient te worden opgemerkt dat het totaal aantal gerechtelijke secties door het NFI de afgelopen jaren is gedaald van 338 in 2013 naar 267 in 2016, waarbij niet altijd toxicologisch onderzoek plaatsvond, met respectievelijk in 250 gevallen toxicologisch onderzoek in 2013 en in 184 gevallen in 2016.

GGD Amsterdam

De GGD Amsterdam rapporteerde van 2013 tot en met 2017 in totaal 7 gevallen waarin fentanyl of een fentanyl-achtige, naast andere middelen, een rol hadden gespeeld bij het overlijden (Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs, 2018).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Alcohol- en drugssterfte, 2019: 14-10-2020 10:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20201014130914/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/42/alcohol-en-drugssterfte-2019.
  2. 2.
    Blokker BM, Wagensveld IM, Weustink AC, Oosterhuis JW, Hunink MGM. Non-invasive or minimally invasive autopsy compared to conventional autopsy of suspected natural deaths in adults: a systematic review. Vol. 26, European Radiology. 2016. p. 1159–1179.
  3. 3.
    Blokker BM, Weustink AC, Hunink MGM, Oosterhuis JW. Autopsy of Adult Patients Deceased in an Academic Hospital: Considerations of Doctors and Next-of-Kin in the Consent Process. Vol. 11, PLoS ONE. 2016. p. 1–13.
  4. 4.
    Taskforce lijkschouw en gerechtelijke sectie. De dood als startpunt: een onderzoek naar de keten van lijkschouw en gerechtelijke sectie [Internet]. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid; 2018. Available from: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/02/tk-bijlage-taskforce-lijkschouw-en-gerechtelijke-sectie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype