HomeOpiaten5.7.3 Sterfte in Nederland

5.7.3 Sterfte in Nederland

Doodsoorzakenstatistiek CBS

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS sterven er in Nederland naar verhouding maar weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van opioïden. De Doodsoorzakenstatistiek van het CBS is echter niet specifiek toegerust op het registreren van drugsgerelateerde sterfte. De cijfers moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd (voor een toelichting, zie bijlage B4). Bij de cijfers over de geregistreerde drugssterfte kan zowel sprake zijn van onderrapportage als van overrapportage, maar de mate waarin verschilt vermoedelijk per drug. Bovendien kunnen tal van factoren van invloed zijn geweest op de trends in de aantallen sterftegevallen.

  • In 2020 registreerde de Nederlandse Doodsoorzakenstatistiek 295 fatale overdoseringen door drugs. Dat zijn 33 overdoseringen meer dan het aantal uit 2019. In 2018 deed zich aanvankelijk een daling voor, maar in 2019 en 2020 vond er weer een stijging plaats (zie onderstaand figuur). In 2020 was het gebruik van opioïden in 164 gevallen de doodsoorzaak (56%), in 61 gevallen ging het om cocaïne (21%), en in 24% van de gevallen ging het om andere middelen of een combinatie van middelen. De voormalige stijging tussen 2014 en 2017 en 2018 en 2020 deed zich voor een belangrijk gedeelte voor bij de opioïden, waarbij op grond van deze cijfers niet bekend is in hoeverre het ging om medicinale opioïden.
  • In 2020 ging het bij de totale drugssterfte in 55% van de gevallen om accidentele vergiftiging, in 24% van de gevallen ging het om suïcide, en in 2% van de gevallen was de oorzaak van de vergiftiging onbekend. In de overige 19% van de gevallen werd de sterfte geregistreerd onder de diagnose “psychische stoornissen en gedragsstoornissen”. Ook deze categorie valt onder de directe drugsgerelateerde sterfte.
  • Het aantal opioïdengerelateerde sterftegevallen verdrievoudigde van 40 in 2014 naar 127 gevallen in 2017, daalde aanvankelijk naar 104 gevallen in 2018, en steeg vervolgens weer naar 124 gevallen in 2019 en 164 gevallen in 2020.
  • Grotendeels is ook onbekend om welke opioïden het precies gaat, bijvoorbeeld heroïne of medische opioïden, zoals oxycodon. Van de 164 gevallen in 2020 stond expliciet geregistreerd dat het in 15 gevallen ging om heroïne, in 10 gevallen om methadon, en in 1 geval om opium. In de overige gevallen stond alleen geregistreerd dat het in 19 gevallen ging om opioïden, in 106 gevallen om overige opioïden, en in 13 gevallen om overige synthetische narcotica.
  • Momenteel is er een speciaal register in ontwikkeling om meer inzicht te verkrijgen in de drugsgerelateerde sterfte in Nederland ​[1]​. Voor de ontwikkeling van het speciaal register zijn lijkschouwverslagen van GGD’en van april tot en met september 2018 geanalyseerd. Daarbij zijn 102 gevallen in beeld gekomen waarbij het overlijden vermoedelijk direct aan drugs was gerelateerd ​[1]​. In 27 gevallen werden daarbij illegale opioïde drugs aangetroffen en in 36 gevallen werd opioïde medicatie aangetroffen zoals oxycodon, methadon, morfine, tramadol, sufentanil, of diplodor. Dit is een indicatie dat opioïde medicijnen een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld bij het overlijden gerelateerd aan opioïden.
  • In 2020 ging het bij de opioïdengerelateerde sterftegevallen in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS in ongeveer de helft van de gevallen (51%) om accidentele vergiftiging, in 38% van de gevallen om suïcide, in 12% van de gevallen om psychische stoornissen en gedragsstoornissen. Bij de opioïdengerelateerde sterfte gaat het daarmee naar verhouding vaker om suïcide.
  • Overigens is naar verhouding een groot deel van de drugsgerelateerde sterfte geregistreerd onder de categorie ‘Overig’ (zie onderstaand figuur). In deze categorie vielen in 2020 in totaal 6 sterfgevallen door psychostimulantia, maar verder kan het ook om opioïden gaan of andere harddrugs, soms in diverse combinaties, maar het is hier niet altijd duidelijk welk middel de doodsoorzaak was.
  • Bovengenoemde aantallen betreffen alleen sterfgevallen onder inwoners die officieel stonden geregistreerd in het bevolkingsregister. In 2020 waren bij het CBS nog eens 30 gevallen bekend van drugssterfte onder mensen die wel in Nederland verbleven, maar niet als inwoner stonden geregistreerd in het bevolkingsregister. In 2019 waren dit nog 39 gevallen.

Geen verklaring voor de stijgingen

Vooralsnog is er geen afdoende verklaring gevonden voor de toename in de geregistreerde drugsgerelateerde sterfte tussen 2014 en 2017 en tussen 2018 en 2020. Naast wijzigingen in de registratieprocedures en het toegenomen toxicologisch onderzoek bij het vaststellen van de doodsoorzaak, zijn er meer verklaringen mogelijk, zoals de veroudering van de drugsgebruikers en een toename in het gebruik van medicinale opioïden zoals oxycodon en fentanyl. Toekomstig onderzoek via het speciaal register dat momenteel in ontwikkeling is, kan hierover meer helderheid verschaffen ​[1]​.

Figuur 5.7.2         Geregistreerde sterftegevallen door overdosering van drugs in Nederland, vanaf 2010I

Veroudering

  • Net zoals de gebruikers van opioïden steeds ouder worden, stijgt ook de leeftijd bij het overlijden aan een dodelijke overdosis opioïden. Het aandeel van de jonge opioïdengebruikers in de sterfte daalt respectievelijk. In de periode van 1996 tot en met 2000 was nog 47% jonger dan 35 jaar, vergeleken met nog maar 22% in de periode van 2016 tot en met 2020 (zie onderstaand figuur). Wel steeg het aandeel van de leeftijdsgroep van 15-34 jaar tussen de periode 2011-2015 en de periode 2016-2020 van 13% naar 22%.
  • Tussen 2009 en 2020 schommelde het percentage mannen tussen 59% en 82%. Er is geen verklaring bekend voor deze schommeling. Mogelijk gaat het hier om een toevalsfluctuatie vanwege kleine aantallen.

Figuur 5.7.3         Leeftijdsverdeling van de geregistreerde sterftegevallen door overdosering van opioïden in de periodes 1996-2000, 2001-2005, 2006-2010, 2011-2015, en 2016-2020

MDI en LIS

Behalve in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS, wordt een deel van de drugsgerelateerde sterftegevallen ook zichtbaar in de Monitor Drugsincidenten (MDI) en in het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL. De MDI baseert zich op gegevens van ambulancediensten, ziekenhuizen, en politieartsen in 8 regio’s van Nederland en enkele landelijke EHBO-organisaties, terwijl de gegevens van het LIS afkomstig zijn van 14 afdelingen Spoedeisende Hulp (SEH) van enkele ziekenhuizen ​[2]​. In 2018 werden door de MDI en het LIS in totaal twee gevallen geconstateerd waarin heroïne, in combinatie met cocaïne, een rol had gespeeld in het overlijden.

GGD Amsterdam

De GGD Amsterdam rapporteerde van 2013 tot en met 2017 in totaal 7 gevallen waarin fentanyl of een fentanyl-achtige, naast andere middelen, een rol hadden gespeeld bij het overlijden ​[3]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Utrecht/Amsterdam: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.
  2. 2.
    Schürmann L, Croes E, Vercoulen E, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  3. 3.
    CAM. CAM Quick Scan rapportage van fentanyl en fentanyl-analoga. Bilthoven: CAM; 2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.