In het kort: Recidive onder Opiumwetdelinquenten is structureel hoog. Van de in 2021 vervolgde daders pleegde 11% binnen twee jaar opnieuw een drugsdelict; dit liep op tot 18% na zes jaar. Voor algemene recidive (alle delicten) ligt dit aandeel hoger: circa 30% binnen twee jaar, 40% binnen vier jaar en rond 41–46% na zes jaar. Harddrugsdelinquenten recidiveren vaker dan softdrugsdelinquenten, zowel bij drugsgerelateerde delicten als in bredere zin. Terwijl recidive bij softdrugs vanaf 2009 stabiel bleef, nam die bij harddrugs vanaf 2012 toe.
Wat is recidive?
Recidive betekent dat iemand na een eerdere veroordeling opnieuw een strafbaar feit pleegt. Voor Opiumwetdelinquenten gaat het daarbij om het opnieuw plegen van een drugsmisdrijf (speciale recidive) of om het plegen van een ander misdrijf in bredere zin (algemene recidive).
Hoe vaak plegen veroordeelden opnieuw een drugsdelict?
De speciale recidive laat zien dat van de daders die in 2021 voor een Opiumwetdelict zijn vervolgd, 11% binnen twee jaar opnieuw werd vervolgd voor een drugsmisdrijf. Van de daders die in 2006 een Opiumwetdelict pleegden, recidiveerde 10% binnen twee jaar, 15% binnen vier jaar en 18% binnen zes jaar. Wanneer de verschillende cohorten met elkaar worden vergeleken, blijkt dat de recidive sinds 2006 aanvankelijk daalde, vanaf 2013 weer iets toenam en daarna stabiliseerde [1].
Hoe vaak plegen veroordeelden opnieuw een delict in algemene zin?
De algemene recidive, waarbij het gaat om alle soorten nieuwe delicten, volgt een iets ander patroon. Binnen de groep die in 2006 werd veroordeeld pleegde bijna een derde (31%) binnen twee jaar weer een delict. In 2021 was dat percentage vrijwel hetzelfde (30%). Bij de groep plegers die zijn veroordeeld in 2006 is het percentage algemene recidive na vier jaar opgelopen tot zo’n 40%, en na zes jaar tot 46%. Bij latere groepen, zoals die uit 2017, liggen deze percentages iets lager: 27% recidiveert na twee jaar, 37% na vier jaar en 41% na zes jaar. Al met al is het recidivepercentage de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven [1].
Recidive uitgesplitst naar harddrugs- en softdrugsdelinquenten
Wanneer harddrugs- en softdrugsdelinquenten met elkaar worden vergeleken, blijkt dat harddrugsdelinquenten vaker recidiveren. Dit geldt zowel voor speciale als algemene recidive en voor alle onderzochte termijnen van twee, vier en zes jaar. Bij harddrugsdelinquenten daalde de recidive tussen 2006 en 2011, maar vanaf 2012 zette een stijging in. Bij softdrugsdelinquenten was sprake van een daling tot 2009, waarna de recidive relatief stabiel bleef. De algemene tweejarige recidive schommelde in die jaren rond 23% en de speciale tweejarige recidive rond 6%. Voor de zesjarige recidive ging het om ongeveer 40% bij de algemene recidive en 12% bij de speciale recidive. In 2017 bereikten de recidivecijfers voor softdrugsdelicten het laagste punt met 36% algemene recidive en 9% speciale recidive [1].
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.WODC. Recidivemonitor, bewerking Regioplan. 2025.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.