HomeIllegale handel, bezit en productie16.4.3 Instroom van Opiumwetzaken en -delicten bij het OM

16.4.3 Instroom van Opiumwetzaken en -delicten bij het OM

Opiumwetdelicten worden conform de beleidsregels in de Aanwijzing Opiumwet van het OM vervolgd (zie www.om.nl). Niet alle delicten worden door de politie doorgestuurd naar het OM. De politie heeft de bevoegdheid om voor bepaalde delicten een politiestrafbeschikking aan te bieden. Door betaling van de politiestrafbeschikking wordt het proces-verbaal niet doorgestuurd naar het OM. Verder kan de politie bij gering drugsbezit – bij het aantreffen van een hoeveelheid hard- of softdrugs voor eigen gebruik – de zaak seponeren.

Totale instroom van Opiumwetdelicten

Onderstaande figuur laat zien hoeveel Opiumwetzaken in de periode 2010-2019 zijn ingestroomd bij het OM. De laatste cijfers wijzen op een lichte stijging van de totale instroom. De stijging volgt op een daling in de afgelopen paar jaar. De stijging van de totale instroom van Opiumwetzaken in 2019 is voornamelijk veroorzaakt door een toename van harddrugszaken. De categorie harddrugszaken is, na een negenjarige periode waarin softdrugszaken domineerden, sinds 2018 de grootste.

  • In 2019 steeg de instroom van Opiumwetzaken ten opzichte van 2018. In 2019 stroomden afgerond 16.300 Opiumwetzaken in. De lichte stijging volgt op een daling in 2017 en 2018.
  • Alleen de categorie zaken met zowel hard- als softdrugsdelicten daalde in 2019. De instroom van softdrugszaken steeg in 2019 licht na twee jaar van daling. De instroom van harddrugszaken steeg in 2019 sterker dan in 2018.
  • Het aandeel softdrugszaken, in het totaal van bij het OM ingestroomde Opiumwetzaken, daalde in 2019 wederom. In 2019 was 45% een softdrugszaak terwijl tot 2017 nog de helft uit softdrugszaken bestond. Het aandeel harddrugszaken in de instroom steeg in 2019 verder van 47% in 2018 naar 49% in 2019.
  • Het aandeel van ingestroomde hard- en softdrugszaken was in de periode 2017-2019 min of meer stabiel: 6% in 2017, 6,5% in 2018 en 6,0% in 2019.
  • Ten opzichte van de totale instroom bij het OM is het aandeel Opiumwetzaken in 2019 afgenomen naar 8,6%. Vanaf 2016 daalt het aandeel Opiumwetzaken bij het OM, voornamelijk door de daling van softdrugszaken en in mindere mate van harddrugszaken.
  • Van 2010 tot en met 2016 was sprake van een onafgebroken stijging van het aandeel Opiumwetzaken.
  • Bij de stijging van het aantal zaken die in 2019 bij het OM zijn ingestroomd, moet opgemerkt worden dat dit veroorzaakt wordt door een wijziging in de registratiemethode: zaken die in voorgaande jaren voor instroom bij het OM werden geseponeerd, worden in 2019 wel als instroom bij het OM geregistreerd ​[1]​. Mogelijk worden relatief weinig Opiumwetzaken voor instroom bij het OM geseponeerd waardoor het aandeel Opiumwetzaken in de totale instroom bij het OM in 2019 daalde.

Instroom van harddrugsdelicten

Onderstaand figuur laat de instroom van Opiumwetdelicten bij het OM zien voor harddrugs, onderverdeeld naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben, in de periode 2010-2019. In één Opiumwetzaak kan sprake zijn van meerdere Opiumwetdelicten, daardoor tellen de aantallen op tot een hoger aantal dan in de vorige figuur.

  • In 2019 hebben, net als in 2018, bijna twee van de drie harddrugsdelicten betrekking op het ‘aanwezig hebben’ (vrij vertaald: bezit) van harddrugs. Hieronder zijn zowel bezit van relatief kleine hoeveelheden voor eigen gebruik als bezit van handelshoeveelheden geschaard. Eerder onderzoek naar Opiumwetdelicten in de strafrechtsketen in 2012 liet zien dat het toen vooral ging om cocaïne en ecstasy/amfetamine ​[2]​ (zie ook NDM Jaarbericht 2015). In 2019 daalde het aandeel van deze bezitsdelicten van 64% in 2017 tot 61%.
  • In 2019 is voor het derde jaar op rij het aandeel ‘in-, uit- en vervoer en handel’ van harddrugsdelicten licht gestegen naar 37% in 2019 (van 32% in 2016). Tot 2016 daalde het aandeel van ‘in-, uit- en vervoer en handel’ van harddrugsdelicten. Het betreft een brede categorie met delicten die op basis van het registratiesysteem van het OM niet verder te specificeren valt. In het eerdere onderzoek naar Opiumwetdelicten werd gevonden dat smokkel van harddrugs voor 95% betrekking had op cocaïne ​[2]​. Bij de overige typen handelsdelicten ging het ook meestal om cocaïne, met heroïne/opium op de tweede en synthetische drugs op de derde plaats.
  • Een klein deel van de harddrugsdelicten betreft de productie van een harddrug. In 2019 was dat 1% van de harddrugsdelicten. In de tien jaar hiervoor was dit minder dan 1%. Bij de categorie gecombineerde hard- en softdrugsdelicten is dit aandeel groter (9,5% in 2019) zoals verderop zal worden beschreven.

Instroom van softdrugsdelicten

Onderstaand figuur laat de instroom van Opiumwetdelicten bij het OM zien voor softdrugs, onderverdeeld naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben, in de periode 2010-2019. In één Opiumwetzaak kan sprake zijn van meerdere Opiumwetdelicten, daardoor tellen de aantallen op tot een hoger aantal dan in figuur 16.4.3. Kruize en Gruter (2014) lieten zien dat het bij de softdrugs in 2012 voor 97% ging om hasj of wiet. Andere softdrugstypen kwamen weinig voor bij het OM ​[2]​.

  • In 2019 hadden bijna twee van de drie softdrugsdelicten (61%) betrekking op de delictscategorie ‘vervaardigen’. De delicten in deze categorie stegen van 2013 tot 2016 van 54% tot 68%. In 2017 daalde het aandeel van deze delictscategorie naar 64% en verder naar 63% in 2018.
  • In 2019 was ongeveer een kwart van de softdrugsdelicten van de categorie ‘aanwezig hebben’ (27%). Deze delictscategorie betreft het bezit van softdrugs. Tussen 2010 en 2014 varieert het aandeel van dit type delict tussen 27% en 31% en vanaf 2015 schommelt het rond 25%.
  • In 2019 betreft 10% van de softdrugsdelicten de categorie ‘in- uit- en vervoer en handel’ van softdrugs (was 9% in zowel 2017 als 2018). Tussen 2010 en 2013 schommelde het aandeel rond 15%, om van 2014 tot 2016 te dalen tot een niveau van ongeveer 8%.

Instroom van gecombineerde hard- en softdrugdelicten

Onderstaand figuur laat de instroom van Opiumwetdelicten bij het OM zien van gecombineerde hard- en softdrugsdelicten, onderverdeeld naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben, in de periode 2010-2019. In één Opiumwetzaak kan sprake zijn van meerdere Opiumwetdelicten, daardoor tellen de aantallen op tot een hoger aantal dan in eerdere figuren.

  • In 2019 bleef het totale aantal gecombineerde hard- en softdrugsdelicten relatief constant (2.215 in 2019, 2.325 in 2018, 2.295 in 2017).
  • In 2019 had minder dan één op de tien delicten betrekking op het vervaardigen van drugs: 9%. In de periode van 2015-2018 lag dat rond 12%. In de jaren van 2010 tot 2014 varieerde dit aandeel tussen één op elke 16 (6% in 2010) tot één op elke 11 (9% in 2014).
  • Afgaande op andere cijfers in dit hoofdstuk (§ 16.2) en eerder onderzoek ​[2]​ gaat het bij de productie van harddrugs vaak om productie van synthetische drugs. Kruize en Gruter (2014) melden dat bij een ontmanteling van een productieplaats meestal geen drugs in beslag worden genomen, maar hardware of chemicaliën ​[2]​.
  • De categorie ‘in-, uit- en vervoer en handel’ heeft betrekking op drie van de tien misdrijven (2016-2019). Dit is minder dan in de jaren daarvoor: ongeveer een op de drie (2010-2015).
  • De grootste delict-categorie is bezit (‘aanwezig hebben’): meer dan de helft van de gecombineerde hard- en softdrugsdelicten behoort tot deze categorie (60% in 2019). Dat is meer dan in de periode 2013-2018 waarin het aandeel van deze categorie rond de 56% schommelde.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16. Den Haag: WODC, CBS, Raad voor de rechtspraak; 2020.
  2. 2.
    Kruize P, Gruter P. Drugsdelicten beschouwd: over aard & omvang van Opiumwetfeiten in 2012 geregistreerd bij politie en Koninklijke Marechaussee [Internet]. Den Haag: WODC; 2014. Available from: https://www.politieacademie.nl//kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/89780.PDF

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype