HomeIllegale handel, bezit en productie16.4.3 Instroom van Opiumwetzaken en -delicten bij het OM

16.4.3 Instroom van Opiumwetzaken en -delicten bij het OM

Opiumwetdelicten worden conform de beleidsregels in de Aanwijzing Opiumwet van het OM vervolgd (zie www.om.nl). Niet alle delicten worden door de politie doorgestuurd naar het OM. De politie heeft de bevoegdheid om voor bepaalde delicten een politiestrafbeschikking aan te bieden. Bij betaling van de politiestrafbeschikking wordt het proces-verbaal niet doorgestuurd naar het OM. Verder kan de politie bij gering drugsbezit – bij het aantreffen van een hoeveelheid hard- of softdrugs voor eigen gebruik – de zaak seponeren.

Totale instroom van Opiumwetdelicten

In 2020 daalde de instroom van Opiumwetzaken bij het OM. Dit is in lijn met de daling van de instroom van het totaal aantal strafrechtzaken bij het OM in 2020. Deze daling lijkt deels te kunnen worden toegeschreven aan de coronamaatregelen en daaruit voortvloeiende veranderingen in de criminaliteit: minder verdachten van (winkel)diefstal, inbraak, vernieling en mishandeling als gevolg van de coronamaatregelen tijdens de eerste lockdown ​[1,2]​. Het aandeel Opiumwetzaken in het totaal aantal ingestroomde strafrechtzaken bij het OM was in de periode 2011-2020 relatief stabiel rond 10% ​[1]​.

  • De daling van het aantal Opiumwetzaken in 2020 volgde op een stijging in 2019. Deze werd voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal harddrugszaken. In 2020 is zowel het aantal harddrugs- als het aantal softdrugszaken gedaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Sinds 2018 was de categorie harddrugszaken, na een negenjarige periode waarin softdrugszaken domineerden, opnieuw de grootste. Dit was ook in 2019 en 2020 het geval.
  • In 2020 daalde de instroom van Opiumwetzaken ten opzichte van 2019. In 2020 stroomden afgerond 14.700 Opiumwetzaken in. Deze daling volgde op een lichte stijging in 2019 na twee jaar van daling in 2017 en 2018.
  • Zowel het aantal hard- als softdrugszaken nam in 2020 af. De instroom van softdrugszaken daalde sterk in 2020 in vergelijking met voorgaande jaren. Door de daling van het aantal harddrugszaken in 2020 was het aantal zaken in 2020 vergelijkbaar met het aantal zaken in 2017. Het aantal gecombineerde hard- en softdrugszaken steeg echter in 2020 ten opzichte van voorgaande jaren: van 990 in 2019 naar 1.165 in 2020. Daarmee lijkt de gestage stijging in de afgelopen tien jaar versneld.
  • Het aandeel softdrugszaken, in het totaal van bij het OM ingestroomde Opiumwetzaken, daalde in 2020 wederom. In 2020 was 43% een softdrugszaak, terwijl tot 2017 nog de helft van het aantal ingestroomde Opiumwetzaken uit softdrugszaken bestond. Het aandeel harddrugszaken in de instroom bleef stabiel in 2020 (49%). Uit de duidingssessie blijkt dat het aandeel softdrugsdelicten mogelijk is gedaald omdat deze delicten beperkt door aangiften worden gedreven; het zijn delicten die de handhaving moet aantreffen. Door de coronapandemie was de capaciteit bij de politie voor hennepdelicten beperkt. Dit geldt volgens experts niet voor harddrugsdelicten (informatie per e-mail ontvangen van de Nationale Politie, oktober 2021; ​[3]​).
  • Het aandeel van de ingestroomde gecombineerde hard- en softdrugszaken was in de periode 2017-2019 min of meer stabiel rond 6% van het totaal aantal ingestroomde Opiumwetdelicten bij het OM. In 2020 steeg het aandeel ingestroomde gecombineerde hard- en softdrugszaken naar 8%.

OpiumwetzakenI ingestroomd bij het OM, naar hard- en softdrugsII, 2011-2020, in absolute aantallen en % [Figuur 16.4.3]

  • Ten opzichte van de totale instroom bij het OM is het aandeel Opiumwetzaken in 2020 afgenomen naar 8,4%. Vanaf 2016 daalde het aandeel Opiumwetzaken bij het OM, voornamelijk door de daling van het aantal softdrugszaken.
  • Van 2011 tot en met 2016 was sprake van een onafgebroken stijging van het aandeel Opiumwetzaken.
  • De stijging van het totaal aantal zaken die in 2019 bij het OM zijn ingestroomd, werd veroorzaakt door een wijziging in de registratiemethode: zaken die in voorgaande jaren voor instroom bij het OM werden geseponeerd, worden in 2019 wel als instroom bij het OM geregistreerd ​[1,4]​. Mogelijk worden relatief weinig Opiumwetzaken voor instroom bij het OM geseponeerd, waardoor het aandeel Opiumwetzaken in de totale instroom bij het OM in 2019 desondanks daalde.

Aandeel Opiumwetzaken op totale instroom OM, 2011-2020, in %I [Tabel 16.4.4]

Instroom van harddrugsdelicten

  • In de instroom bij het OM van Opiumwetdelicten voor harddrugs kan onderscheid gemaakt worden naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben van harddrugs.
  • In 2020 had 56% van de harddrugsdelicten betrekking op het ‘aanwezig hebben’ (vrij vertaald: bezit) van harddrugs. Hieronder zijn zowel het bezit van relatief kleine hoeveelheden voor eigen gebruik als het bezit van handelshoeveelheden geschaard. De dalende trend van de bezitsdelicten werd in 2020 gecontinueerd: het aandeel daalde van 64% in 2017 tot 56% in 2020.
  • Voor het vierde jaar op een rij is het aandeel ‘in-, uit- en vervoer en handel’ van harddrugsdelicten gestegen, naar 42% in 2020. Experts in de duidingssessie wijzen erop dat de coronapandemie mogelijk van invloed is geweest op de relatief sterke stijging in 2020 ten opzichte van 2019: door de sluiting van horeca en beperkte doorgang van evenementen (zoals festivals) is mogelijk minder bezit van drugs geconstateerd ​[3]​. Het absolute aantal harddrugsdelicten dat betrekking heeft op ‘in-, uit- en vervoer en handel’ is in 2020 vergelijkbaar met 2019. Tot 2016 daalde het aandeel van ‘in-, uit- en vervoer en handel’ van harddrugsdelicten. Het betreft een brede categorie met delicten die op basis van het registratiesysteem van het OM niet verder te specificeren vallen. In eerder onderzoek naar Opiumwetdelicten in 2012 werd gevonden dat smokkel van harddrugs voor 95% betrekking had op cocaïne ​[5]​. Bij de overige typen handelsdelicten ging het ook meestal om cocaïne, met heroïne/opium op de tweede en synthetische drugs op de derde plaats.
  • Een klein deel van de harddrugsdelicten betreft de productie van een harddrug. In 2020 was dat 1,1% van de harddrugsdelicten. Dat is vergelijkbaar met 2019 (1,0%). In de periode 2011-2018 had minder dan 1% van de harddrugsdelicten betrekking op de productie. Bij de categorie gecombineerde hard- en softdrugsdelicten is dit aandeel groter (9% in 2020) zoals bij het figuur onder ‘Instroom van gecombineerde hard- en softdrugdelicten’ verderop in deze paragraaf zal worden beschreven. Productie van drugs is mogelijk moeilijker te bewijzen dan handel of bezit waardoor dergelijke casussen minder snel zouden resulteren in een zaak (en daarmee registratie bij het OM), blijkt uit de duidingssessie ​[3]​.

Instroom van harddrugsdelictenI bij het OM, naar vervaardigen, in-/uit-/vervoer en handel, en aanwezig hebben, 2011-2020, in aantal en %II [Figuur 16.4.4]

Instroom van softdrugsdelicten

  • In de instroom bij het OM van Opiumwetdelicten voor softdrugs kan onderscheid gemaakt worden naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben.
  • In 2020 had, net als in 2019, ongeveer een kwart van de softdrugsdelicten betrekking op de categorie ‘aanwezig hebben’ (27%). Deze delictscategorie betreft het bezit van softdrugs. Hieronder wordt zowel het bezit van relatief kleine hoeveelheden voor eigen gebruik als het bezit van handelshoeveelheden begrepen. Tussen 2011 en 2014 varieerde het aandeel van dit type delict tussen 27% en 31% en vanaf 2015 schommelde het rond 25%.
  • In 2020 betrof 13% van de softdrugsdelicten de categorie ‘in- uit- en vervoer en handel’ van softdrugs. Dit percentage schommelde rond de 9% in de periode 2017-2019. Tussen 2011 en 2013 schommelde het aandeel rond 14%, om van 2014 tot 2016 te dalen tot een niveau van ongeveer 8%.
  • In 2020 had 59% van de softdrugsdelicten betrekking op de delictscategorie ‘vervaardigen’. Het aandeel van de delicten in deze categorie steeg tussen 2013 en 2016 van 54% naar 68%. Sinds 2017 daalde het aandeel van deze delictscategorie.

Instroom van softdrugsdelictenI bij het OM, naar vervaardigen, in-/uit-/vervoer en handel, aanwezig hebben, 2011-2020, in aantal en %ii [Figuur 16.4.5]

Instroom van gecombineerde hard- en softdrugdelicten

  • Ook in de instroom bij het OM van Opiumwetdelicten voor gecombineerde hard- en softdrugsdelicten kan onderscheid worden gemaakt naar vervaardigen, in-, uit- en vervoer en handel, en het aanwezig hebben.
  • De grootste delictcategorie van gecombineerde hard- en softdrugszaken was in 2020 aanwezig hebben (vrij vertaald ‘bezit’): 51%. Dit aandeel is gedaald ten opzichte van 2019, toen het om 60% ging. In de periode 2012-2018 schommelde het aandeel van deze categorie rond de 55%. De cijfers lijken te suggereren dat het aandeel bezit van gecombineerde hard- en softdrugsdelicten terug is op het niveau van 2011 (52%).
  • In 2020 betrof de categorie ‘in-, uit- en vervoer en handel’ ruim 36% van de gecombineerde drugsmisdrijven. Dit is meer dan in de jaren daarvoor waarin het aandeel schommelde rond 32% (2011-2019).
  • In 2020 had minder dan één op de tien delicten betrekking op het vervaardigen van drugs (9%). In de periode 2015-2019 lag dat rond 11%. In de jaren van 2011 tot 2014 was dat aandeel kleiner.

Instroom van gecombineerde hard- en softdrugsdelictenI bij het OM, naar vervaardigen, in-/uit-/vervoer en handel, en aanwezig hebben, 2011-2020, in aantal en %II [Figuur 16.4.6]

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Meijer RF, Moolenaar DEG, Choenni R, Van den Braak SW. Criminaliteit en rechtshandhaving 2020. Cahier 2021-22. Den Haag: WODC, CBS, Politie, OM, Raad voor de rechtspraak; 2021 p. 1–190.
  2. 2.
    OM . Jaarbericht 2020. Den Haag: Den Haag: Openbaar Ministerie; 2021 p. 1–35.
  3. 3.
    Notitie opbrengsten groepsgesprekken. Regioplan; 2021 p. 1–6.
  4. 4.
    Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen: Cahier 2020-16. Den Haag: WODC, CBS, Raad voor de rechtspraak; 2020.
  5. 5.
    Kruize P, Gruter P. Drugsdelicten beschouwd: over aard & omvang van Opiumwetfeiten in 2012 geregistreerd bij politie en Koninklijke Marechaussee [Internet]. Den Haag: WODC; 2014. Available from: https://www.politieacademie.nl//kennisenonderzoek/kennis/mediatheek/PDF/89780.PDF

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.