HomeIllegale handel, bezit en productie16.4 Opiumwetdelicten

16.4 Opiumwetdelicten

16.4.1 Alcohol- en drugsgerelateerde incidenten

Toepassing Wet Damocles 

Burgemeesters hebben door Artikel 13b Opiumwet (‘Wet Damocles’) de bevoegdheid om op te treden tegen drugshandel in of nabij panden. Indien er soft- of harddrugs worden ‘verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig’ zijn in woningen en voor-het-publiek-toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven, heeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. In de praktijk kan het toepassen van de bevoegdheid leiden tot de sluiting van een pand of perceel, een last onder dwangsom of een waarschuwing. Sinds 2019 is de burgemeester ook bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen wanneer voorwerpen of stoffen aanwezig zijn waarvan de betrokkene wist of behoorde te weten dat zij worden gebruikt voor onder meer de vervaardiging van drugs ​[1]​.

De Rijksuniversiteit Groningen heeft in samenwerking met het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid (COOV) een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van de Wet Damocles door gemeenten in Nederland. Het onderzoek bevat zowel algemenere informatie van 245 gemeenten in Nederland als informatie over exacte aantallen over de toepassing van de Wet Damocles door 135 in de periode 1 januari 2018 tot 1 juni 2020. Uit het onderzoek blijkt dat:

  • De bevoegdheid werd door een groot aantal Nederlandse burgemeesters toegepast. Dit gold zowel in kleine, middelgrote als grote gemeenten in Nederland ​[1]​.
  • De toepassing van de bevoegdheid vertaalde zich vooral in het geven van waarschuwingen of het sluiten van panden. Gemiddeld werden er door burgemeesters 1 tot 10 waarschuwingen per gemeente gegeven ​[1]​.
  • Vrijwel alle 245 bevraagde gemeenten gaven aan dat zij minstens één pand hebben gesloten in de onderzoeksperiode. Het gaat gemiddeld om 1 tot 10 gesloten panden per gemeente per jaar. Vooral woningen worden door burgemeesters gesloten ​[1]​.
  • Als de bewoners in de wijk overlast van het pand ervaarden, keerde de rust terug in de wijk door de sluiting van de woning. Wanneer er geen overlast van het pand was nam het ervaren veiligheidsgevoel in de wijk juist af ​[1]​.

Landelijke ontwikkeling door de politie geregistreerde incidenten

De politie registreert incidenten die te maken hebben met de Opiumwet in het registratiesysteem BVH. Daarvoor worden de incidenten onder vastgestelde maatschappelijke klassen geregistreerd. Voor softdrugsincidenten zijn dat F41 (bezit softdrugs) en F43 (handel e.d. softdrugs). Harddrugsincidenten worden geregistreerd onder de codes F40 (bezit harddrugs) en F42 (handel e.d. harddrugs). Deze registraties van soft- en harddrugsincidenten zijn voor de periode 2014-2018 onderzocht in een periodieke monitor ​[2]​. Aanvullend zijn de politieregistraties over 2019, 2020 en 2021 opgevraagd (zie voor een toelichting ook bijlage B10).

In 2021 daalde zowel het aantal geregistreerde softdrugsincidenten als het aantal harddrugsincidenten. Dit is in lijn met de daling die te zien was in de periode 2014-2018. In 2019 was echter een stijging te zien in het aantal geregistreerde softdrugsincidenten en harddrugsincidenten, waarna in 2020 het aantal geregistreerde harddrugsincidenten daalde, terwijl het aantal geregistreerde softdrugsincidenten enigszins toenam ​[2]​.

Geregistreerde soft- en harddrugsincidenten bij de politie, 2014-2021, in aantallen [Tabel 16.4.1]

In 2015-2018 was het aantal softdrugsincidenten in de periodes maart-april, juni-juli en de maand oktober relatief hoog vergeleken met de andere maanden. Voor harddrugsincidenten lag de piek in de zomermaanden en de maand oktober ​[2]​.

Regionale ontwikkeling door de politie geregistreerde incidenten

Als we op regionaal niveau het aantal geregistreerde softdrugsincidenten per 10.000 inwoners bekijken, zien we in 2021 in alle politie-eenheden behalve Oost-Nederland en Oost-Brabant een daling ten opzichte van 2020. In Oost-Nederland steeg het aantal softdrugsincidenten licht en in Oost-Brabant is het aantal softdrugsincidenten per 10.000 inwoners in 2021 vergelijkbaar met 2020. De grootste daling van het aantal softdrugsincidenten deed zich in 2021 voor in de eenheid Zeeland-West-Brabant (bijna 40%). Ten opzichte van 2020 is het aantal softdrugsincidenten in 2021 in heel Nederland licht gedaald: van 2,6 naar 2,3 per 10.000 inwoners.

Geregistreerde softdrugsincidenten per politie-eenheidI, 2014-2021, in aantallen (per 10.000 inwoners) [Figuur 16.4.1]

Ook op regionaal niveau zien we dat in alle politie-eenheden, behalve Oost-Nederland en Oost-Brabant, het aantal geregistreerde harddrugsincidenten per 10.000 inwoners in 2021 afneemt. In die twee eenheden steeg het aantal geregistreerde harddrugsincidenten. De afname in geregistreerde harddrugsincidenten per 10.000 inwoners was het grootst in de eenheid Amsterdam (ruim 40%), gevolgd door de eenheden Noord-Holland en Den Haag (beide ruim 30%). In de eenheden Noord-Holland en Midden-Nederland was het aantal geregistreerde harddrugsincidenten aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde. Ten opzichte van 2020 is het aantal harddrugsincidenten voor heel Nederland in 2021 licht gedaald: van 4,6 naar 4,1 per 10.000 inwoners.

Geregistreerde harddrugsincidenten per politie-eenheidI, 2014-2021, in aantallen (per 10.000 inwoners) [Figuur 16.4.2]

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Bruijn LM, Vols M. Onderzoek toepassing artikel 13b Opiumwet. Groningen /; 2021.
  2. 2.
    Mennes R, Schoonbeek I, Pieper R, Bieleman B. Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid: Meting 2018. Groningen-Rotterdam/Den Haag: Breuer&Intraval/WODC; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.