HomeIllegale handel, bezit en productie16.5 Recidive van Opiumwetdelinquenten

16.5 Recidive van Opiumwetdelinquenten

In deze paragraaf wordt de recidive besproken van daders die voor een Opiumwetmisdrijf werden vervolgd. De gegevens zijn afkomstig van de WODC-Recidivemonitor. Het tijdstip van de recidive is bepaald aan de hand van de pleegdatum van het nieuwe delict. De recentste recidivecijfers hebben betrekking op daders die in 2017 werden vervolgd voor een Opiumwetdelict voor het ‘uitgangsdelict’. Cijfers over eerdere jaren die in deze paragraaf worden gepresenteerd, hebben betrekking op uitgangsdelicten in eerdere jaren.

  • Van daders van wie in de periode 2004-2017 een strafzaak is afgedaan naar aanleiding van een gepleegd Opiumwetdelict is bekend of zij in de jaren daarna opnieuw schuldig zijn bevonden aan het overtreden van de Opiumwet (speciale recidive).
  • Een betrekkelijk kleine groep daders van Opiumwetdelicten kwam relatief snel opnieuw in aanraking met justitie vanwege een drugsmisdrijf: van de daders uit 2017 werd afgerond 10% binnen twee jaar opnieuw vervolgd voor een Opiumwetdelict.
  • Het percentage daders dat opnieuw voor een Opiumwetdelict werd opgepakt, stijgt naarmate de observatietijd toeneemt: zo’n 15% recidiveerde binnen vier jaar met een Opiumwetdelict en 18% binnen zes jaar. De grafiek laat verder zien – door vergelijking van de cohorten – dat de twee- en vierjarige recidive daalden vanaf 2004 en deze in 2013 weer een lichte stijging lieten zien. De zesjarige recidive daalde eveneens in de periode 2004-2013.

 Speciale recidive van daders van Opiumwetdelicten (harddrugs en softdrugs), 2004-2017, in % [Figuur 16.5.1]

  • Van daders van wie in de periode 2004-2017 een strafzaak is afgedaan naar aanleiding van een Opiumwetdelict is ook de algemene recidive bekend. Het gaat dan om alle misdrijven die werden gepleegd na het uitgangsdelict, dus niet alleen om de Opiumwetdelicten.
  • Van de groep uit 2004 pleegde bijna een derde (31%) van de daders binnen twee jaar opnieuw een misdrijf, in 2017 was dat percentage gedaald naar ruim een kwart (27%).
  • Het percentage daders van Opiumwetdelicten dat binnen vier jaar een nieuw delict pleegde liep vanaf 2004 ook terug, van 41% naar 36% in de groep uit 2015.
  • Bijna de helft van de daders van Opiumwetdelicten uit 2004 pleegde binnen zes jaar na het uitgangsdelict opnieuw een delict (46%). Dat percentage daalde eveneens over de onderzochte periode. Onder de groep uit 2013 waren dit er ruim vier op de tien (42%).
  • Als de ontwikkelingen globaal met elkaar worden vergeleken, is vanaf 2004 eerst een lichte daling te zien. Vanaf 2008 is de recidive binnen twee, vier en zes jaar min of meer stabiel.

Algemene recidive van daders van Opiumwetdelicten (softdrugs en harddrugs), 2004-2017, in % [Figuur 16.5.2]

  • Een uitsplitsing van de recidivecijfers naar daders van een harddrugsdelict en daders van een softdrugsdelict maakt het mogelijk om deze twee groepen te vergelijken.
  • De uitsplitsing maakt inzichtelijk dat daders van een harddrugsdelict vaker opnieuw een delict plegen dan daders van een softdrugsdelict. Dat geldt zowel voor recidive binnen twee jaar als binnen zes jaar. Ook geldt het zowel voor speciale recidive (na het uitgangsdelict opnieuw een Opiumwetdelict plegen) als voor algemene recidive (opnieuw een willekeurig misdrijf plegen, ook niet-Opiumwetdelicten).
  • De globale trend toont dat de algemene en speciale tweejarige recidive van harddrugsdelinquenten tussen 2004 en 2011 daalde. Vanaf 2012 begon deze weer te stijgen. De zesjarige recidive lijkt in de periode 2004-2011 licht te dalen en daarna enigszins te stijgen.
  • De algemene en speciale tweejarige recidive van daders van softdrugsdelicten daalde tussen 2004 en 2008. In de jaren daarna schommelde de algemene tweejarige recidive rond 23% en de speciale tweejarige recidive rond 6%. De algemene zesjarige recidive van daders van softdrugsdelicten schommelde in de periode 2004-2013 en de speciale zesjarige recidive daalde vanaf 2004 tot 2009 om daarna weer licht te stijgen.

Tweejarige (algemene en speciale) recidive uitgesplitst naar daders van harddrugs- en softdrugs­delicten, 2004-2017, in % [Figuur 16.5.3]

Zesjarige (algemene en speciale) recidive, uitgesplitst naar daders van harddrugs- en softdrugs­delicten, 2004-2013, in % [Figuur 16.5.4]

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.