HomeIllegale handel, bezit en productie16.5 Recidive van Opiumwetdelinquenten

16.5 Recidive van Opiumwetdelinquenten

In deze paragraaf wordt de recidive besproken van daders die voor een Opiumwetdelict werden vervolgd. De gegevens zijn afkomstig van de WODC-Recidivemonitor. Het tijdstip van de recidive is bepaald aan de hand van de pleegdatum van het nieuwe delict. De recentste recidivecijfers hebben betrekking op daders die in 2016 werden vervolgd voor een Opiumwetdelict en toen het ‘uitgangsdelict’ hebben gepleegd. Cijfers over eerdere jaren die in deze paragraaf worden gepresenteerd, hebben betrekking op uitgangsdelicten in eerdere jaren.

Onderstaande figuur geeft de recidive weer van mensen van wie in de periode 1997-2016 een strafzaak was afgedaan naar aanleiding van een gepleegd Opiumwetdelict en die zich in de jaren daarna opnieuw schuldig hebben gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet (speciale recidive).

  • Een kleine groep Opiumwetovertreders kwam relatief snel opnieuw in aanraking met de politie vanwege een drugsdelict: van de daders uit 2016 werd afgerond 10% binnen twee jaar opnieuw vervolgd voor een Opiumwetdelict.
  • Het percentage overtreders dat opnieuw voor een Opiumwetdelict werd opgepakt, stijgt naarmate de observatietijd toeneemt: zo’n 15% recidiveerde binnen vier jaar met een Opiumdelict en 18% binnen zes jaar. De grafiek laat verder zien – door vergelijking van de cohorten – dat de twee- en vierjarige recidive dalen vanaf 2002 en deze in 2013 weer een lichte stijging laten zien. De zesjarige recidive daalt eveneens sinds 2002.

Onderstaande figuur is de algemene recidive weergegeven van daders van wie in de periode 1997-2016 een strafzaak werd afgedaan naar aanleiding van een gepleegd Opiumwetdelict. Het gaat dan om alle misdrijven die werden gepleegd na het uitgangsdelict, dus niet alleen om de Opiumwetdelicten.

  • Van de groep uit 1997 pleegde een derde van de Opiumwetovertreders binnen twee jaar opnieuw een delict, in 2015 was dat percentage gedaald naar ruim een kwart (27%) en het steeg weer licht in 2016 (28%).
  • Het percentage Opiumwetovertreders dat binnen vier jaar een nieuw delict pleegt liep, na een piekje in 2000 en 2003, ook terug (37% in 2014). Bijna de helft van de Opiumwetdelinquenten uit 1997 pleegde binnen zes jaar na het uitgangsdelict opnieuw een delict; dat aantal daalde eveneens over de onderzochte periode. Onder de groep uit 2012 waren dit er ruim vier op de tien.
  • Als de ontwikkelingen globaal met elkaar worden vergeleken, is vanaf 1997 eerst een lichte stijging te zien en daarna, vanaf 2003, een daling. Vanaf 2012 steeg de recidive binnen twee en vier jaar weer licht.

Een uitsplitsing van de recidivecijfers van de drugsdelinquenten naar daders van een harddrugsdelict en softdrugsdelict maakt het mogelijk om deze twee groepen te vergelijken. In onderstaande figuur is de recidive binnen twee jaar voor verschillende groepen weergegeven. De figuur daaronder toont de recidive binnen zes jaar.

De uitsplitsing maakt inzichtelijk dat daders van een harddrugsdelict vaker opnieuw een delict plegen dan daders van een softdrugsdelict. Dat geldt zowel voor recidive binnen twee jaar, binnen vier jaar (niet in figuur) als binnen zes jaar. Ook geldt het zowel voor speciale recidive (na het uitgangsdelict opnieuw een Opiumwetdelict plegen) als voor algemene recidive (opnieuw een willekeurig misdrijf plegen, ook niet-Opiumwetdelicten).

  • De globale trend toont dat de tweejarige recidive van harddrugsdelinquenten tussen 1997 en 2011 aanzienlijk daalde. Vanaf 2012 begon deze weer te stijgen.
  • De tweejarige recidive van softdrugsdelinquenten lijkt relatief stabiel. De zesjarige recidive daalde licht tussen 1997 en 2009 voor zowel harddrugs- als softdrugsdelinquenten.

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype