HomeCannabis3.7.3 Sterfte

3.7.3 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van cannabis in Nederland?

In het kort: Cannabis is niet erg giftig. Er zijn geen onderzoeken die laten zien dat je kunt overlijden aan een overdosis cannabis. Cannabis kan indirect wel bijdragen aan sterfte, bijvoorbeeld door het verergeren van hartproblemen of door verkeersongevallen. Synthetische cannabinoïden zijn veel giftiger en daardoor gevaarlijker. Deze worden vaker in verband gebracht met sterfgevallen. Het precieze aantal sterfgevallen door het gebruik van cannabis in Nederland is niet bekend.

Kans overlijden als direct gevolg van cannabis onwaarschijnlijk

De kans op overlijden als direct gevolg van het gebruik van natuurlijke cannabis is onwaarschijnlijk. Toch worden er jaarlijks wel enkele sterfgevallen door cannabis geregistreerd in de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). Zo werd er in 2024 één persoon van 15 jaar en ouder geregistreerd als overleden door cannabisgebruik, mogelijk gaat het hierbij om een overlijden waarbij de arts, bij gebrek aan andere duidelijke oorzaken, langdurig gebruik van cannabis als doodsoorzaak heeft geregistreerd. In de afgelopen 10 jaar werden er per jaar tussen de 0 en 4 personen gerapporteerd als overleden door het gebruik cannabis. Mogelijk is dit een registratiefout en gaat het bij (een deel van) deze sterfgevallen om synthetische cannabinoïden, maar dit is niet bekend.

Synthetische cannabinoïden: groter risico op sterfte

Synthetische cannabinoïden, die vaak veel toxischer zijn dan natuurlijke cannabis, zijn wel degelijk in verband gebracht met sterfgevallen ​​[1]​​. In 2023 overleden drie personen van 15 jaar en ouder door het gebruik van cannabinoïden; in 2024 was er één sterfgeval gerelateerd aan het gebruik van deze middelen. Lees daarover meer op onze pagina over sterfte door nieuwe psychoactieve stoffen (NPS).

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van cannabis?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik, denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze overlijdens worden aangeduid als indirecte sterfte.

Overlijden als direct gevolg van cannabis is onwaarschijnlijk; wel indirecte risico’s

De toxiciteit van cannabis is relatief laag en de meeste intoxicaties verlopen mild ​[2]​ (zie ook: Ziekte). Een dodelijke overdosis is daarom zeer onwaarschijnlijk. Dit komt doordat de CB1-receptoren, die door cannabis worden beïnvloed, zich vooral bevinden in hersengebieden die niet direct betrokken zijn bij vitale functies. Essentiële processen zoals hartslag en ademhaling worden hierdoor nauwelijks beïnvloed, waardoor overlijden door een overdosis cannabis vrijwel onmogelijk is ​[3]​.

Cannabis kan echter wel een indirecte rol spelen bij sterfte, zo kan het in het verkeer het risico op ongevallen vergroten. Het aantal indirecte sterfgevallen door cannabis is echter onbekend.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd. Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[4]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[5]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld psychostimulantia en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door psychostimulantia wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[6]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabinoïden geen onderscheid gemaakt tussen synthetische en natuurlijke cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[6]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    EMCDDA. 5F-MDMB-PINACA: Report on the risk assessment of methyl 2-{[1-(5-fluoropentyl)-1H-indazole-3- carbonyl]amino}-3,3-dimethylbutanoate in the framework of the Council Decision on new psychoactive substances: Risk Assessments 25. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2018.
  2. 2.
    Dines AM, Wood DM, Galicia M, Yates CM, Heyerdahl F, Hovda KE, et al. Presentations to the Emergency Department Following Cannabis use—a Multi-Centre Case Series from Ten European Countries. Vol. 11, Journal of Medical Toxicology. 2015. p. 415–421.
  3. 3.
    Herkenham M, Lynn AB, Little MD, Johnson MR, Melvin LS, De Costa BR, et al. Cannabinoid receptor localization in brain. Vol. 87, Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America. 1990. p. 1932–1936.
  4. 4.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  5. 5.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  6. 6.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.