HomeCannabis3.6 Hulpvraag en incidenten

3.6 Hulpvraag en incidenten

Gegevensbronnen

Chronische cannabisproblematiek wordt onder andere gezien en behandeld in de verslavingszorg en in de algemene ziekenhuizen. De Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) bevat een schatting van het aantal klinische opnames met middelengebruik als hoofd- of nevendiagnose. Zie bijlage B5 voor de meest recente gegevens. Het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) rapporteerde tot en met 2015 over de hulpvraag in de verslavingszorg. De acute hulpvraag wordt geregistreerd in de Monitor Drugsincidenten (MDI). Deze monitor beschrijft de aard en omvang van acute drugsgerelateerde gezondheidsincidenten bij patiënten die worden behandeld op de spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis, door de ambulance, door politieartsen, of op de EHBO van een grootschalig evenement. Daarnaast registreert het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) informatieverzoeken van artsen en andere medisch professionals over vermoede blootstellingen aan middelen.

De meest recente cijfers van het LADIS zijn afkomstig uit registratiejaar 2015 en de meest recente cijfers over opnames in algemene ziekenhuizen uit registratiejaar 2018. Van belang is dat de situatie in 2020 door de coronacrisis mogelijk is veranderd. Zo lag het totaal aantal geregistreerde acute gezondheidsincidenten in de MDI in 2020 lager dan in voorgaande jaren, wat grotendeels verklaard kan worden door het uitblijven van feesten en festivals en het wegblijven van toeristen. Bovendien kunnen de stress en de psychologische last van de coronacrisis voor een deel van de gebruikers reden zijn om meer te gebruiken ​[1]​, met mogelijke gevolgen voor de hulpvraag op lange termijn. De impact van de coronamaatregelen is nog moeilijk in te schatten.

3.6.1 Verslavingszorg

De verslavingszorg is het onderdeel van de gezondheidszorg dat hulp biedt aan mensen die een stoornis hebben in drugs-, alcohol-, of medicatiegebruik, of een gokstoornis of een andere niet-middelen gebonden gedragsverslaving hebben. De behandeling van cannabisverslaving valt onder de ‘Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines’ ​[2]​. Voor een stoornis in het gebruik van cannabis adviseert de richtlijn een behandeling met cognitieve gedragstherapie en motiverende gespreksvoering, of een behandeling met Contingency Management ​[2]​. Er is geen evidentie voor een effectieve farmacologische behandeling ​[2,3]​. Jongeren komen daarbij bovendien in aanmerking voor een gezinsbehandeling, bijvoorbeeld in de vorm van multidimensionale gezinstherapie.

LADIS

Verslavingszorginstellingen leverden tot en met 2015 gepseudonimiseerde gegevens over de hulpverlening aan via het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem ​[4]​. Vanwege aanscherping van de privacywet, zijn na 2015 geen nieuwe gegevens meer beschikbaar gekomen uit het LADIS (zie bijlage B6: LADIS). In 2022 zullen nieuwe gegevens beschikbaar zijn, over de periode vanaf 2015.

  • Het aantal cliënten dat ingeschreven stond wegens een primair cannabisprobleem is tussen 2006 en 2011 bijna twee keer zo groot geworden. Tussen 2011 en 2015 stabiliseerde het aantal primaire cannabiscliënten op ongeveer 11.000 cannabiscliënten.
  • Per 100.000 inwoners van 15 jaar en ouder steeg het aantal primaire cannabiscliënten van 46 in 2006 naar 82 in 2011 en is sindsdien vrij stabiel (77 in 2015). Het aandeel van cannabis in alle verzoeken om hulp vanwege drugs nam eveneens toe, van 20% in 2006 naar 32% in 2011, en ook dit is sindsdien vrij stabiel (35% in 2015).
  • In 2015 was 31% van de primaire cannabiscliënten een nieuwkomer (d.w.z. ze stonden niet eerder ingeschreven bij de verslavingszorg). Vergeleken met andere middelen is dit aandeel nieuwkomers vrij hoog.
  • Van de 10.816 primaire cannabiscliënten uit 2015 stond bij 3.927 cliënten (36%) óók een secundaire problematiek geregistreerd. Voor deze groep was het andere middel alcohol (36%), cocaïne of crack (18%), nicotine (17%), amfetamine of een ander stimulerend middel (7%), medicijnen (4%), of gokken (3%).
  • In 2015 noemden 4.501 cliënten van de verslavingszorg cannabis als secundair probleem; dat is een kwart minder dan in 2009 (5.902 cliënten) en 10% lager dan in 2006 (4.953 cliënten). Voor de secundaire cannabiscliënten was in 2015 het primaire probleem alcohol (53%), cocaïne of crack (20%), heroïne (9%), of amfetamine (8%).

Er is geen afdoende verklaring voor de stijging van de cannabishulpvraag tot en met 2011 en de stabilisering sindsdien.

  • Factoren zoals toegankelijkheid van de verslavingszorg, andere vormen van zorg en veranderingen in de registratie spelen mogelijk een rol, maar het zou deels ook kunnen wijzen op een stijging en stabilisering in problematisch gebruik.
  • Laatsgenoemde zou dan weer het gevolg kunnen zijn geweest van de stijging en stabilisering van het THC-gehalte in nederwiet (zie § 3.8). In een 16-jarige retrospectieve studie werd een positieve associatie gevonden tussen de stijging in THC-gehalte in nederwiet en het optreden van eerste hulpvraag voor problematisch cannabisgebruik. Deze associatie is plausibel, maar de sterkte van de resultaten suggeert dat andere factoren ook belangrijk zijn ​[5]​.
  • Een studie onder jongvolwassen frequente cannabisgebruikers (18-30 jaar) vond geen verband tussen de sterkte van de geconsumeerde cannabis of de mate van cannabisgebruik en het ontstaan en persisteren van cannabisafhankelijkheid van frequente gebruikers buiten de hulpverlening ​[6]​ (zie ook § 3.4). Wel consumeerden verslaafde gebruikers bij de verslavingszorg meer cannabis dan degenen die verslaafd waren maar geen hulp zochten, en hadden hulpzoekers vaker last van psychische problematiek en waren ernstiger verslaafd ​[7]​. Het lijkt hier dus om een bepaalde kwetsbare groep probleemgebruikers te gaan die hulp zoekt.

Figuur 3.6.1    Aantal cliënten bij de verslavingszorg in Nederland met primaire of secundaire cannabisproblematiek, vanaf 2006

Cannabis hulpvraag in Europa

Hoewel het behandelaanbod binnen Europa sterk verschilt tussen de landen, is op Europees niveau (ook) een toename in de hulpvraag voor cannabis waarneembaar.

  • Tussen 2006 en 2018 is in Europa het aantal nieuwe aanmeldingen bij de (verslavings)zorg voor een cannabisprobleem met 64% gestegen naar ongeveer 135.000 ​[8]​. De stijging werd geconstateerd in 24 landen waarvoor gegevens beschikbaar waren. Naast Nederland werd de stijging ook waargenomen in onder andere, Italië, Frankrijk, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
  • Het aantal nieuwe aanmeldingen in Europa bereikte echter zijn piek in 2015 en lijkt sindsdien te zijn gestabiliseerd.
  • Als mogelijke verklaringen voor de stijging in de cannabishulpvraag op Europees niveau worden genoemd: de stijging in het gebruik van cannabis in de algemene bevolking, de stijging in de sterkte van de cannabis, en in het toenemend besef van de risico’s van het cannabisgebruik, evenals de uitbreiding van het hulpaanbod dat specifiek is gericht op cannabisproblemen, politieke ontwikkelingen die aansturen op meer hulpverlening, en de verbetering in de registraties ​[9]​.

 

LADIS: leeftijd, geslacht en opleidingsniveau

Cannabiscliënten in Nederland zijn veelal mannen en relatief jong.

  • In 2015 was het merendeel van de primaire cannabiscliënten man (79%). Het aandeel mannen schommelt sinds 2006 maar enkele procenten.
  • In 2015 was 37% jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd was 30 jaar, ongeveer gelijk aan 2006 (29 jaar).
  • De piek lag zowel in 2006 als in 2015 in de leeftijdsgroep van 20-24 jaar (zie figuur hieronder). Tussen 2006 en 2015 daalde het aandeel van de 30-39-jarigen en steeg het aandeel van de 45-plussers (zie figuur hieronder).
  • In 2015 had van de primaire cannabiscliënten 44% geen of een lage opleiding afgerond, had 40% een middelbare opleiding afgerond en had 16% een hogere opleiding afgerond (zie bijlage D: Cliënt LADIS.)
  • In de algemene bevolking is het cannabisgebruik (ooit en in het laatste jaar) juist hoger onder hoogopgeleiden. Hoogopgeleiden zijn dus ondervertegenwoordigd in de verslavingszorg.

Figuur 3.6.2    Leeftijdsverdeling van de primaire cannabiscliënten bij de verslavingszorg, in 2006 en 2015

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Vercoulen E, Van Miltenburg C, Rigter S, Van Laar M. Factsheet: De invloed van COVID-19 en de coronamaatregelen op cannabisgebruik. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Hendriks V, Blanken P, Croes E, Schippers G, Schellekens A, Stollenga M, et al. Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines. Utrecht: Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz; 2018.
  3. 3.
    Nielsen S, Gowing L, Sabioni P, Le Foll B. Pharmacotherapies for cannabis dependence. Vol. 2019, Cochrane Database of Systematic Reviews. 2019. p. Art. No.: CD008940.
  4. 4.
    Wisselink DJ, Kuijpers WGT, Mol A. Kerncijfers Verslavingszorg 2015. Houten: Stichting Informatievoorziening Zorg; 2016.
  5. 5.
    Freeman TP, Van der Pol P, Kuijpers W, Wisselink J, Das R, Rigter S, et al. Changes in cannabis potency and first-time admissions to drug treatment: a 16-year study in the Netherlands. Vol. 48, Psychological medicine. 2018. p. 2346–2352.
  6. 6.
    Van der Pol P, Liebregts N, de Graaf R, Korf DJ, Van den Brink W, Van Laar MW. Predicting the transition from frequent cannabis use to cannabis dependence: A three-year prospective study. Vol. 133, Drug and Alcohol Dependence. 2013. p. 352–9.
  7. 7.
    Van der Pol P, Liebregts N, De Graaf R, Korf DJ, Van den Brink W, Van Laar M. Facilitators and barriers in treatment seeking for cannabis dependence. Vol. 133, Drug and Alcohol Dependence. 2013. p. 776–80.
  8. 8.
    EMCDDA. European Drug Report 2020: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2020.
  9. 9.
    EMCDDA. European Drug Report 2018: Trends and Developments [Internet]. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2018. Available from: http://www.emcdda.europa.eu/edr2015

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.