HomeCannabis3.4 Problematisch gebruik

3.4 Problematisch gebruik

3.4.1 Problematisch gebruik algemene bevolking

Snel naar:

Deze paragraaf beschrijft gegevens over de aard en omvang van het problematisch gebruik van cannabis op basis van uiteenlopende nationale en internationale studies. Gegevens over de prevalentie van cannabismisbruik en afhankelijkheid in de algemene bevolking zijn afkomstig van het al wat oudere landelijke NEMESIS onderzoek in de algemene bevolking van 18-64 jaar uit 2007-2009, en de TRAILS studie (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey) onder jongeren uit Noord-Nederland ​[1]​.

Gegevens over riskant gebruik van cannabis onder volwassenen en jongeren zijn afkomstig van de  tweejaarlijkse Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) en het ESPAD onderzoek onder 15-16-jarige scholieren.

Daarnaast geeft een aantal Nederlandse studies, zoals Het Grote Uitgaansonderzoek 2020, informatie over het aantal gebruikers dat zelf vindt dat zij te veel of te vaak gebruiken, of willen stoppen of minderen.

Definitie problematisch gebruik van cannabis

De term problematisch middelengebruik kent geen uniforme en overeengekomen definitie (zie bijlage D en bijlage B12). Bij de verschillende definities die in onderzoek en praktijk worden gehanteerd staat echter het volgende aspect centraal, namelijk een gebruikspatroon dat leidt tot lichamelijke, psychische of sociale problemen. Gebeurt dit herhaaldelijk dan kan sprake zijn van misbruik. Bij afhankelijkheid (of ‘verslaving’) staan controleverlies en hunkering om te blijven gebruiken centraal. Misbruik en afhankelijkheid kunnen in de klinische praktijk of onderzoek worden vastgesteld volgens de criteria van het internationaal psychiatrisch classificatiesysteem DSM-IV (zie bijlage D); in de DSM-5 zijn deze samengevoegd tot 1 diagnose: ‘stoornis in het gebruik van middelen’.

Daarnaast geeft een aantal Nederlandse studies informatie over indicatoren voor problematisch gebruik, zoals resultaten van screeningsinstrumenten voor riskant gebruik, het aantal gebruikers dat zelf vindt dat zij te veel of te vaak gebruiken, of wil stoppen of minderen.

Misbruik en afhankelijkheid van cannabis

Recente gegevens over de prevalentie van cannabismisbruik en -afhankelijkheid (volgens de DSM definitie) onder de volwassen Nederlandse bevolking ontbreken. De laatste cijfers dateren uit 2007-2009. Naar verwachting zijn de gegevens van het nieuwe NEMESIS (-3) onderzoek eind 2022 beschikbaar.

  • Volgens het NEMESIS-2-onderzoek uit 2007-2009 voldeed op jaarbasis naar schatting tussen 0,2% en 0,6% van de bevolking van 18-64 jaar aan de diagnose cannabismisbruik, en tussen 0,1% en 0,5% van de bevolking aan de diagnose cannabisafhankelijkheid (DSM-IV gewijzigde editie).
  • Van degenen die in het jaar voorafgaand aan het interview cannabis hadden gebruikt (6,5% van alle respondenten), voldeed 1 op de 9 aan de criteria voor cannabismisbruik of -afhankelijkheid. Deze stoornissen komen vaker voor onder mannen dan vrouwen (zie tabel hieronder). Omgerekend naar de bevolking ging het om naar schatting 29.300 mensen met cannabisafhankelijkheid en 40.200 mensen met cannabismisbruik.
  • Drie jaar na de eerste NEMESIS-2-meting werd een tweede meting uitgevoerd ​[2]​. Op deze manier kon worden onderzocht hoeveel mensen die nog nooit een cannabisstoornis hadden gehad, binnen de periode van een jaar deze alsnog kregen. Binnen die periode voldeed 0,12% voor het eerst aan de criteria van cannabismisbruik en werd nog eens 0,09% voor het eerst cannabisafhankelijk.

Tabel 3.4.1     Jaarprevalentie en aantallen mensen met een cannabisstoornis. Peiljaar 2007-2009

Riskant gebruik van cannabis

Gegevens over het voorkomen van riskant cannabisgebruik in de volwassen Nederlandse bevolking zijn verzameld met behulp van de Cannabis Abuse Screening Test (CAST) screeningvragenlijst, die sinds 2016 is opgenomen in de tweejaarlijkse LSM-A (zie bijlage A2). Een positieve score (2 of hoger) op deze vragenlijst hangt samen met een verhoogd risico op problematisch cannabisgebruik, maar vormt geen klinische diagnose.

  • In 2020 had 1,3% van de bevolking van 18 jaar en ouder een positieve CAST score. Dat komt (afgerond op tienduizendtallen) neer op naar schatting 180 duizend Nederlanders. Dit percentage is op hetzelfde niveau gebleven als in 2016 (1,4%) en 2018 (1,2%).
  • Onder de laatste-jaar-gebruikers van cannabis heeft in 2020 19,0% een positieve CAST score. Voor mannen (23,0%) is dit hoger dan voor vrouwen (9,9%). Onder 18-24-jarigen zijn er relatief weinig riskant gebruikers, maar de aantallen zijn klein en verschillen moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd.
  • Meer laagopgeleiden (37,4%) dan middelbaar- (19,7%) en hoogopgeleiden (15,1%) zijn riskant gebruikers.
  • Een positieve CAST score hangt sterk samen met de frequentie van cannabisgebruik. Meer dan de helft (62,8%) van de riskant gebruikers zegt op 20 of meer dagen te hebben gebruikt in de afgelopen 30 dagen (d.w.z. (bijna) dagelijks gebruik) vergeleken met 37,2% onder de niet-riskant gebruikers.

Risico op cannabisstoornissen

Gebruikers kunnen afhankelijk worden van cannabis. Het risico op afhankelijkheid neemt toe bij langdurig frequent gebruik, een vroege startleeftijd en gaat vaak samen met afhankelijkheid van andere middelen.

  • In een Nederlandse studie uit 2013 is het risico op afhankelijkheid onder frequente cannabisgebruikers (3 gebruiksdagen of meer per week) onderzocht ​[3]​. Na drie jaar had 37% van de frequente cannabisgebruikers cannabisafhankelijkheid ontwikkeld (DSM-IV criteria). Voorspellers voor het ontwikkelen van cannabisafhankelijkheid waren: alleen wonen, het aantal negatieve levenservaringen in het afgelopen jaar en cannabis gebruiken om problemen te vergeten (coping motieven). Ook uit andere internationale studies blijkt dat gebruik vanwege coping motieven samenhangt met een verhoogd risico op problematisch cannabisgebruik ​[4]​.
  • Op basis van een meta-analyse ​[5]​, een bundeling van in totaal 21 (internationale) studies, wordt geschat dat er bij 13% van de cannabisgebruikers sprake is van cannabismisbruik en bij 13% van cannabisafhankelijkheid (volgens DSM-III of DSM-IV criteria). Daarnaast wordt op basis van één studie geschat dat 27% van de cannabisgebruikers een stoornis in het gebruik van cannabis volgens de DSM-5 criteria ontwikkelt ​[5]​. Het risico op een stoornis in het gebruik neemt toe bij een vroege startleeftijd en bij frequent gebruik (wekelijks of vaker).
  • Hoewel niet iedereen met een stoornis in het gebruik van cannabis hiervoor hulp zoekt ​[6]​, geeft het aantal mensen dat hulp zoekt in de verslavingszorg wel een indicatie van de omvang van problematisch gebruik in Nederland, deze gegevens staan beschreven in §3.6.1.
  • Cannabisafhankelijkheid gaat vaak samen met afhankelijkheid van andere middelen, gedragsstoornissen en psychische stoornissen zoals bijvoorbeeld depressie en ADHD, zie voor meer informatie § 3.7.

Stoppen en minderen van cannabis

Een deel van de cannabisgebruikers geeft aan te willen minderen of stoppen met gebruik.

  • In het Grote Uitgaansonderzoek (HGU) 2020 is aan de laatste-jaar-gebruikers van cannabis gevraagd of zij vinden dat ze te veel of te vaak gebruiken en of zij zouden willen minderen of stoppen met het gebruik ​[7]​. Ongeveer een vijfde (19,8%) van de laatste-jaar-gebruikers vond dat zij te veel of te vaak gebruikten. Daarnaast gaf 20,5% aan te willen minderen en 16,3% gaf aan te willen stoppen (er is enige overlap tussen het percentage deelnemers dat aangaf te willen minderen en het percentage dat aangaf te willen stoppen, omdat deelnemers beide mogelijkheden konden aangeven; de percentages kunnen dus niet bij elkaar worden opgeteld). Het percentage laatste-jaar-gebruikers dat aangeeft te willen minderen lag hoger onder frequente gebruikers (34,6%) dan niet-frequente gebruikers (8,9%). Frequent gebruik betekent dat de respondent het middel maandelijks of vaker gebruikt.
  • In het Drug Use Persona’s onderzoek uit 2019 gaf 29% van de jongvolwassen laatste-jaar-cannabisgebruikers aan dit jaar te gaan minderen of stoppen met het gebruik ​[8]​. Ruim twee vijfde van de laatste-jaar-gebruikers (44%) gaf aan al meerdere keren te hebben geprobeerd om bewust een tijdje geen cannabis te gebruiken. De belangrijkste redenen om niet meer te gebruiken waren: ‘ik heb geen reden (meer) om te gebruiken, ‘het past niet bij mij/mijn leven’, ‘ik heb een negatieve ervaring gehad met cannabis’ en ‘ik verwacht dat ik klachten krijg door het gebruik van cannabis’.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Leeuwen A Prince van, Creemers HE, Verhulst FC, Vollebergh WAM, Ormel J, van Oort F, et al. Legal substance use and the development of a DSM-IV cannabis use disorder during adolescence: The TRAILS study. Vol. 109, Addiction. 2014. p. 303–311.
  2. 2.
    De Graaf R, Ten Have M, Tuithof M, Van Dorsselaer S. Incidentie van psychische aandoeningen: Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012.
  3. 3.
    Van der Pol P, Liebregts N, de Graaf R, Korf DJ, Van den Brink W, Van Laar MW. Three-year course of cannabis dependence and prediction of persistence. Vol. 21, European Addiction Research. 2015. p. 279–90.
  4. 4.
    Bresin K, Mekawi Y. Do marijuana use motives matter? Meta-analytic associations with marijuana use frequency and problems [Internet]. Vol. 99, Addictive Behaviors. Elsevier; 2019. Available from: https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2019.106102
  5. 5.
    Leung J, Chan GCK, Hides L, Hall WD. What is the prevalence and risk of cannabis use disorders among people who use cannabis? a systematic review and meta-analysis [Internet]. Vol. 109, Addictive Behaviors. 2020. p. 106479. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0306460320306092
  6. 6.
    Van der Pol P, Liebregts N, De Graaf R, Korf DJ, Van den Brink W, Van Laar M. Facilitators and barriers in treatment seeking for cannabis dependence. Vol. 133, Drug and Alcohol Dependence. 2013. p. 776–80.
  7. 7.
    Monshouwer K, Van Miltenburg CJA, Van Beek RJJ, Den Hollander W, Schouten F, Blankers M, et al. Het Grote Uitgaansonderzoek 2020: Uitgaanspatronen, middelengebruik, gezondheid en intentie tot stoppen of minderen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  8. 8.
    De Jonge MC. Persona’s in middelengebruik: Eindrapportage. Utrecht: Trimbos-insituut; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2023. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.