HomeCannabis3.4 Problematisch gebruik

3.4 Problematisch gebruik

Gegevensbronnen

Deze paragraaf beschrijft gegevens over het problematisch en riskant gebruik van cannabis en cannabisafhankelijkheid op basis van landelijke onderzoeken in de algemene bevolking, zoals de tweejaarlijkse Aanvullende Module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) en het al wat oudere NEMESIS onderzoek. Verder onderzoek wordt gepresenteerd uit nationale en internationale onderzoeken naar riskant gebruik van cannabis en de samenhang met andere problemen.

Van belang is dat de situatie in 2020 door de coronacrisis mogelijk is veranderd. De impact is nog moeilijk in te schatten. In § 3.1.2 beschrijven we bevindingen uit onderzoeken sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020. Uit verschillende surveys blijkt dat vooral mensen die vóór de coronamaatregelen regelmatig cannabis gebruikten, cannabis meer, en meer frequent, zijn gaan gebruiken tijdens de eerste lockdown (zie § 3.1.2).

Definitie problematisch gebruik van cannabis

Problematisch cannabisgebruik kent geen uniforme definitie, maar is in het afgelopen decennium geoperationaliseerd volgens criteria voor afhankelijkheid en misbruik van het internationaal psychiatrisch classificatiesysteem DSM-IV (zie bijlage D). Vanaf 1 januari 2017 is de DSM-5 leidend voor de klinische praktijk, waarbij de DSM-IV-diagnoses ‘misbruik’ en ‘afhankelijkheid’ zijn samengevoegd tot één nieuwe DSM- 5-diagnose: ‘stoornis in het gebruik van middelen’ met drie ernstniveaus ​[1]​. Gegevens over het vóórkomen van cannabisstoornissen zijn vooralsnog alleen beschikbaar op basis van de DSM-IV. Een indicatie van het problematisch cannabisgebruik kan worden verkregen via een veelgebruikte korte vragenlijst om riskant gebruik te meten, namelijk de Cannabis Abuse Screening Test (CAST) ​[2]​.

3.4.1 Problematisch gebruik algemene bevolking

Riskant gebruik van cannabis

Gegevens over het voorkomen van riskant cannabisgebruik in de volwassen Nederlandse bevolking zijn verzameld op basis van de Cannabis Abuse Screening Test (CAST) screeningvragenlijst, die in 2020 is opgenomen in de LSM-A (zie bijlage A2). Een positieve score (van 2 of hoger) op deze vragenlijst hangt samen met een verhoogd risico op problematisch cannabisgebruik, maar vormt geen klinische diagnose. Daarom moeten deze gegevens voorzichtig worden geïnterpreteerd.

  • In 2020 had 1,3% van de bevolking van 18 jaar en ouder een positieve CAST score. Dat komt (afgerond op tienduizendtallen) neer op 180 duizend Nederlanders (95% betrouwbaarheidsinterval 150-220 duizend). Dit percentage is op hetzelfde niveau gebleven als in 2016 (1,4%) en 2018 (1,2%).
  • Onder de laatste-jaar-gebruikers van cannabis heeft 19,0% een positieve CAST score. Voor mannen (23,0%) is dit hoger dan voor vrouwen (9,9%). Onder 18-24-jarigen zijn er relatief weinig riskante gebruikers, maar de aantallen zijn klein en verschillen moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd.
  • Gebruikers met een niet-westerse migratieachtergrond (23,6%) en een westerse migratieachtergrond (22,1%) hebben vaker een positieve CAST score dan gebruikers met een Nederlandse achtergrond (17,1%).
  • Meer laagopgeleiden (37,4%) dan middelbaar- (19,7%) en hoogopgeleiden (15,1%) zijn riskante gebruikers.
  • Een positieve CAST score hangt sterk samen met de frequentie van cannabisgebruik. Meer dan de helft (62,8%) van de riskante gebruikers zegt op 20 of meer dagen te hebben gebruikt in de afgelopen 30 dagen (d.w.z. (bijna) dagelijks gebruik) vergeleken met 37,2% onder de niet-riskante gebruikers.
  • Recent onderzoek in Spanje laat zien dat bepaalde motieven voor cannabisgebruik gerelateerd zijn aan een positieve CAST score. Mensen die cannabis gebruiken om met negatieve gevoelens om te gaan (in plaats van om positieve gevoelens te vergroten of uit gewoonte) roken een grotere hoeveelheid cannabis, hebben een grotere kans op problematisch cannabisgebruik, en zijn sociaal kwetsbaarder ​[3]​.

Misbruik en afhankelijkheid van cannabis

Recente gegevens over de prevalentie van cannabismisbruik en -afhankelijkheid onder de volwassen Nederlandse bevolking ontbreken. De laatste cijfers dateren uit 2007-2009. Naar verwachting zijn de gegevens van het nieuwe NEMESIS (-3) onderzoek in 2022 beschikbaar.

  • Volgens het NEMESIS-2-onderzoek uit 2007-2009 voldeed op jaarbasis naar schatting tussen 0,2% en 0,6% van de bevolking van 18-64 jaar aan de diagnose cannabismisbruik, en tussen 0,1% en 0,5% van de bevolking aan de diagnose cannabisafhankelijkheid (DSM-IV gewijzigde editie).
  • Van degenen die in het jaar voorafgaand aan het interview cannabis hadden gebruikt (6,5% van alle respondenten), voldeed 1 op de 9 aan de criteria voor cannabismisbruik of -afhankelijkheid. Deze stoornissen komen vaker voor onder mannen dan vrouwen (zie tabel hieronder). Omgerekend naar de bevolking ging het om naar schatting 29.300 mensen met cannabisafhankelijkheid en 40.200 mensen met cannabismisbruik.
  • Drie jaar na de eerste NEMESIS-2-meting werd een tweede meting uitgevoerd ​[4]​. Op deze manier kon worden onderzocht hoeveel mensen die nog nooit een cannabisprobleem hadden gehad, binnen de periode van een jaar alsnog een cannabisprobleem kregen. Binnen die periode voldeed 0,12% voor het eerst aan de criteria van cannabismisbruik en werd nog eens 0,09% voor het eerst cannabisafhankelijk.

Tabel 3.4.1     Jaarprevalentie en aantallen mensen met een cannabisstoornis. Peiljaar 2007-2009

Risico en beloop cannabisstoornissen en samenhang met andere problemen

Het risico op afhankelijkheid wordt voor cannabis kleiner beoordeeld dan voor alcohol, tabak, heroïne, crack, cocaïne, en (meth)amfetamine ​[5]​. Het risico op afhankelijkheid neemt echter toe bij langdurig frequent gebruik en een vroege startleeftijd en gaat vaak samen met afhankelijkheid van andere middelen ​[6–9]​.

Cannabisafhankelijkheid gaat vaak samen met andere psychische stoornissen ​[10–12]​ en kent vaak een dynamisch beloop (zie ook § 3.7). Zowel frequent cannabisgebruik met en zonder afhankelijkheid hangt samen met gedragsstoornissen en ADHD. Angststoornissen en depressie komen echter alleen vaker voor bij degenen die ook afhankelijk zijn, blijkt uit een vergelijking tussen frequente cannabisgebruikers van 18-30 jaar en leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking die niet (frequent) blowen ​[13]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Sigling H. Van DSM IV-TR naar DSM-5: middelengebruik en gedragsverslavingen. Vol. 12, Verslaving. 2016. p. 228–239.
  2. 2.
    Casajuana C, Lopez-Pelayo H, Balcells MM, Miquel L, Colom J, Gual A. Definitions of Risky and Problematic Cannabis Use: A Systematic Review. Vol. 51, Substance Use & Misuse. 2016. p. 1760–1770.
  3. 3.
    Casajuana C, López-Pelayo H, Oliveras C, Colom J, Gual A, Balcells-Oliveró MM. The relationship between motivations for cannabis consumption and problematic use. Vol. xx, Adicciones. 2019. p. 1221–1221.
  4. 4.
    De Graaf R, Ten Have M, Tuithof M, Van Dorsselaer S. Incidentie van psychische aandoeningen: Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012.
  5. 5.
    Van Amsterdam J, Opperhuizen A, Koeter M, Van Den Brink W. Ranking the harm of alcohol, tobacco and illicit drugs for the individual and the population. Vol. 16, European Addiction Research. 2010. p. 202–207.
  6. 6.
    Volkow ND, Swanson JM, Evins AE, DeLisi LE, Meier MH, Gonzalez R, et al. Effects of Cannabis Use on Human Behavior, Including Cognition, Motivation, and Psychosis: A Review. Vol. 73, JAMA Psychiatry. 2016. p. 292–297.
  7. 7.
    Hall W, Degenhardt L. The adverse health effects of chronic cannabis use. Vol. 6, Drug Testing and Analysis. 2014. p. 39–45.
  8. 8.
    WHO. The health and social effects of nonmedical cannabis use [Internet]. 2016. p. Chapter 1. Available from: https://www.who.int/substance\_abuse/publications/cannabis\_report/en/index3.html
  9. 9.
    Hall W. What has research over the past two decades revealed about the adverse health effects of recreational cannabis use? Vol. 110, Addiction. 2015. p. 19–35.
  10. 10.
    Van Laar MW, Van Dorsselaer S, Monshouwer K, De Graaf R. Does cannabis use predict the first incidence of mood and anxiety disorders in the adult population? Vol. 102, Addiction. 2007. p. 1251–1260.
  11. 11.
    Couvy-Duchesne B, O’Callaghan V, Parker R, Mills N, Kirk KM, Scott J, et al. Nineteen and Up study (19Up): understanding pathways to mental health disorders in young Australian twins. Vol. 8, BMJ open. 2018. p. e018959.
  12. 12.
    Hasin DS, Kerridge BT, Saha TD, Huang B, Pickering R, Smith SM, et al. Prevalence and Correlates of DSM-5 Cannabis Use Disorder, 2012-2013: Findings from the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. Vol. 173, Am J Psychiatry. 2016. p. 588–599.
  13. 13.
    Van der Pol P, Liebregts N, De Graaf R, Ten Have M, Korf DJ, Van den Brink W, et al. Mental health differences between frequent cannabis users with and without dependence and the general population. Vol. 108, Addiction. 2013. p. 1495–69.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.