HomeOpioïden5.6.2 Ziekenhuizen

5.6.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van opioïden een rol?

In het kort: In 2023 waren er ruim 500 klinische opnamen en observaties met opioïdeproblematiek als belangrijkste reden (hoofddiagnose). De diagnose ‘vergiftiging door andere opioïden’ werd het vaakst als hoofddiagnose geregistreerd. In 2023 werd opioïdegebruik 1.718 keer als nevendiagnose geregistreerd. Het aantal hoofd- en nevendiagnosen is tussen 2019 en 2023 ongeveer gelijk gebleven. De meeste patiënten met opioïdenproblematiek waren man (60,2% in 2023). Ruim een kwart van de patiënten was 65 jaar of ouder.

In 2023 waren er ruim 500 klinische opnamen en observaties met opioïdeproblematiek als belangrijkste reden

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 531 klinische opnamen en observaties waarbij opioïdeproblematiek de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In de meeste gevallen (90%) ging het om een klinische opname. Vaker speelde opioïden een rol als nevendiagnose. In 2023 werd opioïdegebruik 1.718 keer als nevendiagnose geregistreerd. Dat betekent dat opioïdegebruik van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie. Opgemerkt moet worden dat synthetische opioïden zoals fentanyl en tramadol niet meegerekend zijn in het aantal hoofd- en nevendiagnosen. Deze stoffen zijn geregistreerd onder ‘overige middelen’ in de categorie ‘vergiftiging door andere synthetische narcotica’ (deze code (T40.4) werd in 2023 158 keer als hoofddiagnose geregistreerd). Het is niet bekend welk aantal hiervan vergiftiging door synthetische opioïden betreft.

Meeste klinische opnamen vanwege vergiftiging andere opioïden

Artsen leggen bij een klinische opname of observatie vast wat de diagnose is. Dat doen ze met behulp van een internationaal classificatiesysteem, de ICD-10. Er kwamen in 2023 vijf verschillende opioïdegerelateerde diagnosecodes voor. Daarbij kwamen de diagnosen ‘vergiftiging door andere opioïden’ en ‘vergiftiging door opium’ het vaakst als hoofddiagnosen voor (bij elkaar opgeteld 357 keer). Omdat het aantal registraties van tenminste één van de diagnosen te klein was om te mogen rapporteren, zijn de twee diagnoses samengenomen om zo de privacy te waarborgen. We verwachten dat het in bijna alle 357 gevallen gaat om de diagnose ‘vergiftiging door andere opioïden’. In Nederland komt het gebruik van opium namelijk bijna niet voor. Ook in de verslavingszorg komt opiumproblematiek zelden voor. Binnen de categorie ‘andere opioïden’ gaat het in de praktijk vaak om medicinale opioïden (bijvoorbeeld oxycodon en morfine).

Aantal hoofd- en nevendiagnosen vanwege opioïdeproblematiek ongeveer gelijk gebleven tussen 2019 en 2023

Tussen 2019 en 2023 is zowel het aantal hoofd- als nevendiagnosen ongeveer gelijk gebleven. In de tussenliggende jaren lag het aantal nevendiagnosen iets lager. Het aantal hoofddiagnosen schommelde gedurende de hele periode rond de 500. Voor trends vanaf 2015, zie: Ontwikkelingen sinds 2015.

In 2019 zijn de diagnose ‘vergiftiging door opium’ (ICD-code T40.0) en ‘vergiftiging door andere opioïden’ (waaronder semi-synthetische opioïden als oxycodon en morfine; ICD-code T40.2) voor het eerst meegenomen bij de bepaling van het aantal ziekenhuisopnamen. Daarom staan hierboven alleen de cijfers vanaf 2019. Om ook inzicht te geven in de ontwikkelingen sinds 2015 staan hieronder de cijfers tussen 2015 en 2023, zonder de diagnosen ‘vergiftiging door opium’ en ‘vergiftiging door andere opioïden’.

De cijfers laten zien dat het aantal hoofddiagnosen tussen 2015 en 2019 schommelde tussen de 150 in 2017 en 2018 en 174 in 2019. Tussen 2019 en 2023 schommelde het aantal hoofddiagnosen ook maar is in 2023 weer gelijk aan het aantal in 2019 (n=174). Het aantal nevendiagnosen nam tussen 2015 en 2019 toe, met de grootste stijging tussen 2018 en 2019 (van 1.085 naar 1.309 gevallen). Daarna lijkt het aantal wat te dalen, maar in 2023 ligt het aantal nevendiagnosen weer iets hoger dan in 2019 (1.379).

De trend tussen 2019 en 2023 is voor zowel de hoofd- als nevendiagnosen vergelijkbaar met de trend inclusief de diagnosen ‘vergiftiging door opium’ en ‘vergiftiging door andere opioïden’. Wel liggen de lijnen duidelijk hoger als ook de diagnosen ‘vergiftiging door opium’ en ‘vergiftiging door andere opioïden’ meegenomen worden. Dit komt omdat ‘vergiftiging door andere opioïden’ (waaronder oxydodon en morfine) relatief vaak voorkomt.

In 2023 werden 1.853 personen minstens één keer opgenomen met opioïdeproblematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Bovendien kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 1.853 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan opioïden als hoofd-­ of nevendiagnose.

Patiënten met opioïdeproblematiek zijn meestal man

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinisch of observatie) vanwege opioïdeproblematiek (hoofd- én nevendiagnose) was 60,2% man. Dit percentage is sinds 2019 (55,3%) gestegen.

Sinds 2019 is het aandeel patiënten van 60 jaar en ouder gestegen

In 2023 was meer dan de helft (54,4%) van de patiënten met opioïdeproblematiek 55 jaar of ouder. Ruim een kwart van de patiënten was 65-plus. Vergeleken met 2019 is het percentage 65-plussers en, in mindere mate 60 t/m 64-jarigen, toegenomen. Het aandeel van de andere leeftijden is iets afgenomen of ongeveer gelijk gebleven.

De gemiddelde leeftijd van opioïde patiënten tussen 2019 en 2023 ongeveer gelijk gebleven

De gemiddelde leeftijd van opioïde patiënten is in 2023 54,0 jaar. Dit is ongeveer gelijk aan de gemiddelde leeftijd in de periode 2019-2022.

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[1]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 09:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20200901084635/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.