HomeOpiaten5.6.3 Incidenten

5.6.3 Incidenten

Acute gezondheidsincidenten

Gegevensbronnen

Sinds 2009 houdt de Monitor Drugsincidenten (MDI, zie bijlage B3) actuele gegevens bij over de aard en omvang van acute drugsgerelateerde gezondheidsincidenten bij patiënten die worden behandeld op de spoedeisende eerste hulp (SEH) van een ziekenhuis, door de ambulance, door forensisch artsen, of op de EHBO van een grootschalig evenement. De monitor is niet landelijk dekkend, maar rapporteert vanuit peilstationregio’s in Nederland (vier regio’s in 2009; acht sinds 2011) ​​[1]​​. De gegevens worden aangevuld met die van het Letsel Informatie Systeem (LIS), waarin de behandelingen wegens intoxicaties of letsels na drugsgebruik op 14 SEH’s zijn opgenomen. Daarnaast registreert het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) informatieverzoeken van artsen en andere medisch professionals over vermoede blootstellingen aan middelen. Bij beide bronnen worden intoxicaties niet analytisch/toxicologisch geverifieerd.

Monitor Drugsincidenten

In 2020 werden in totaal 3.541 drugsincidenten gemeld, waarvan 277 incidenten met heroïne of methadon (8%). In 181 van die 277 gevallen (65%) was heroïne of methadon de enige gebruikte drug (maar mogelijk wel in combinatie met alcohol). Het aandeel van de ontwenningsverschijnselen is opvallend hoog bij heroïne of methadon: 21% tegenover 2% bij andere drugs. Een groot deel van de patiënten die worden gezien voor ontwenningsverschijnselen, bestaat uit arrestanten. De gegevens over de gebruikte drugs zijn grotendeels afkomstig van zelfrapportage.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle incidenten met heroïne of methadon als enige drug in het registratiejaar 2020. Vanwege verschillen tussen de medische diensten worden de gegevens uitgesplitst naar type dienst.

  • Vergeleken met de andere diensten, zien forensisch artsen relatief vaak incidenten gerelateerd aan heroïne- en/of methadongebruik (23% van alle door forensisch artsen in 2020 geregistreerde incidenten waren met heroïne of methadon als enige drug). Bij de ambulancediensten lag het aandeel incidenten met heroïne of methadon (3%) in 2020 op een vergelijkbaar niveau met voorgaande jaren. Ook bij de ziekenhuizen is het aandeel stabiel (2% in 2020). Bij de EHBO’s van grootschalige evenementen komen zelden patiënten met een incident na gebruik van opiaten. De EHBO’s zijn daarom niet opgenomen in onderstaande tabel.

Kenmerken patiënten en incidenten gerelateerd aan gebruik van heroïne of methadon

  • Patiënten met een gezondheidsincident na heroïne- of methadongebruik hebben de hoogste leeftijd van de drugspatiënten: in 2020 was de mediane leeftijd 41 jaar, vergeleken met 23 jaar bij ecstasy-incidenten, 27 jaar bij cannabis-incidenten en 30 jaar bij alle drugspatiënten samengenomen.
  • De ontwenningsverschijnselen waren grotendeels licht (82%) of matig (16%) van aard in 2020. Intoxicaties met heroïne of methadon waren vaker matig (17%) of ernstig (39%).

Tabel 5.6.1           Incidenten met heroïne of methadon als enige drug geregistreerd door de Monitor Drugsincidenten (MDI) en het Letsel Informatie Systeem (LIS), 2020

Opioïde pijnstillers

  • Sinds 2019 registreert de MDI ook opioïde pijnstillers, waardoor het aantal geregistreerde incidenten met deze middelen hoger is dan voor 2019. Nog niet alle diensten melden echter incidenten met opioïde pijnstillers, waardoor de aantallen nog steeds geen volledig beeld geven.
  • In 2020 registreerde de MDI 74 intoxicaties met opioïde pijnstillers. De meeste patiënten werden behandeld voor een intoxicatie met oxycodon (34), met tramadol (13) en/of fentanyl (5). In de andere gevallen was sprake van een intoxicatie met morfine, abstral of niet nader opgesplitste opioïde pijnstillers.

Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) voorziet artsen en andere hulpverleners van informatie over de mogelijke gezondheidseffecten en behandeling van acute vergiftiging ​[2]​. Het NVIC registreert het aantal telefonisch gemelde blootstellingen aan diverse middelen en het aantal internet raadplegingen.

Aanvankelijk signaleerde het NVIC in 2018 een stijging in het aantal consulten over intoxicaties met opioïde pijnstillers ​[3,4]​, maar deze stijging heeft zich in 2019 ​[5]​ en in 2020 ​[2]​ niet verder voortgezet.

  • In 2018 kreeg het NVIC 424 telefonische meldingen van blootstellingen aan oxycodon, vergeleken met 280 meldingen in 2017 en 43 meldingen in 2008 ​[3]​. Het aantal telefonische meldingen over oxycodon is echter afgenomen in 2019 naar 343 meldingen en is verder gedaald naar 328 meldingen in 2020 ​[2]​.
  • Wel steeg het aantal risicoanalyses via de website van 960 in 2018 naar 1.313 in 2019. Van deze internet raadplegingen is niet bekend hoe vaak er daadwerkelijk een vergiftigde patiënt betrokken was; artsen kunnen ook voor onderwijsdoeleinden de website raadplegen. Desalniettemin is het mogelijk dat artsen vaker informatie via internet zijn gaan opzoeken en minder zijn gaan bellen over oxycodon ​[5]​.
  • Het aantal telefonisch gemelde blootstellingen aan fentanyl schommelde tussen 33 in 2017, 18 in 2018, en 29 in 2019. “Veel meldingen aan het NVIC betroffen medicatiefouten bij therapeutische gebruikers” ​[5]​. Het ging hier voornamelijk om verkeerd gebruik van fentanyl pleisters.

Rijden onder invloed

Aan het rijden onder invloed van opiaten zijn risico’s verbonden (zie ook § 15.2).

  • Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voert analyses uit van bloedmonsters die door de politie zijn afgenomen van verkeersdeelnemers die worden verdacht van het gebruik van drugs of medicijnen. Het NFI let daarbij ook op opiaten. In 2013, 2014, 2015, en 2016 werden achtereenvolgens 928, 978, 966, en 1.211 bloedmonsters onderzocht op de aanwezigheid van drugs en medicijnen. Morfine werd aangetroffen in respectievelijk 43 bloedmonsters (5%), 30 bloedmonsters (3%), nog eens 30 bloedmonsters (3%), en 52 bloedmonsters (4%), waarbij het ook kan gaan om morfine afkomstig van medicinale opiaten (opioïden).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Schürmann L, Croes E, Vercoulen E, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2020. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021.
  2. 2.
    Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Van Velzen AG, Mulder-Spijkerboer HN, Visser CC, Dijkman MA, Kan AA, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2020: NVIC Rapport 01/2021. Utrecht: Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), Divisie Vitale Functies, Universitair Medisch Centrum Utrecht; 2021.
  3. 3.
    Kan AA, Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Mulder-Spijkerboer HN, Van Velzen AG, De Lange DW, Van Riel AJHP, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2018: NVIC Rapport 07/2019 [Internet]. Utrecht: Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), Divisie Vitale Functies, Universitair Medisch Centrum Utrecht; 2019. Available from: https://www.umcutrecht.nl/getmedia/7f6543a2-6609-46f2-a043-a554bef36475/NVIC-Jaaroverzicht-2016.pdf.aspx?ext=.pdf
  4. 4.
    Kan AA, Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Mulder-Spijkerboer HN, Van Velzen AG, De Lange DW, Van Riel AJHP, et al. Acute vergiftigingen bij mens en dier: NVIC Jaaroverzicht 2017. Utrecht: NVIC; 2018.
  5. 5.
    Nugteren–van Lonkhuyzen JJ, de Lange DW, van Riel AJHP, Vrolijk RQ, Ohana D, Hondebrink L. The Clinical Toxicology of 4-Bromo-2,5-dimethoxyphenethylamine (2C-B): The Severity of Poisoning After Exposure to Low to Moderate and High Doses [Internet]. Vol. 76, Annals of Emergency Medicine. American College of Emergency Physicians; 2020. p. 303–317. Available from: https://doi.org/10.1016/j.annemergmed.2020.04.022

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.