HomeOpioïden5.7.3 Sterfte in Nederland

5.7.3 Sterfte in Nederland

Hoeveel mensen overlijden er door het gebruik van opioïden in Nederland?

In het kort: In 2024 overleden ten minste 161 mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van opioïden. De meeste sterfgevallen werden geregistreerd bij de categorie ‘andere opioïden’ (112 gevallen). Hieronder vallen pijnstillers zoals oxycodon en morfine. Een klein deel van de sterfgevallen werd gemeld door het gebruik van heroïne of methadon. De meeste mensen die overleden door opioïden waren man (73%) en een relatief groot deel was tussen de 50 en 64 jaar oud. In één op de drie sterfgevallen door opioïden ging het om suïcide. Het aantal mensen dat overlijdt door opioïden is in de afgelopen tien jaar gestegen.

In 2024 overleden ten minste 161 personen door het gebruik van opioïden; slechts klein deel door heroïne of methadon

In 2024 overleden er tenminste 161 mensen van 15 jaar of ouder door opioïdengebruik, blijkt uit de cijfers van de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit komt neer op ongeveer 1,1 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2024. In totaal overleden er in 2024 tenminste 378 mensen door het gebruik van drugs. Ongeveer twee vijfde hiervan (43%) overleed dus door het gebruik van opioïden.

In 21 van de sterfgevallen (13%) door opioïden in 2024 werden specifiek heroïne (10 gevallen) en methadon (11 gevallen) genoemd. Na 2020 zijn er geen gevallen meer gerapporteerd door opiumgebruik.

Het grootste deel van de sterfgevallen viel in de verzamelcategorie ‘andere opioïden’ (112 gevallen; 70% opioïden-gerelateerde sterfgevallen). Hierin worden alle natuurlijke of semi-synthetische (natuurlijke opioïden die in een lab bewerkt zijn) opioïden geregistreerd waarvoor geen specifieke ICD-code beschikbaar is. In deze code worden onder andere pijnstillers zoals oxycodon en morfine geregistreerd (en geen fentanyl). Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen illegale opioïden en voorgeschreven opioïden.

Ook werden er 9 gevallen geregistreerd in de verzamelcategorie ‘andere synthetische opioïden en narcotica’. In deze categorie vallen de synthetische opioïden (volledig in een lab gemaakt), zoals fentanyl en tramadol, en synthetische opioïden die geen specifieke ICD-code hebben, zoals carfentanil. Ook hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen illegaal en voorgeschreven varianten.

Wanneer iemand overlijdt door de langdurige gevolgen van opioïdengebruik dan worden ze ook in een verzamelcategorie geplaatst ‘overlijden door middelengebruik opioïden’. Het specifieke middel is hierbij vaak niet bekend. In 2024 werden er hier 19 gevallen geregistreerd.

Tenslotte zijn er ook 135 sterfgevallen geweest waarbij het middel niet onder één van de bestaande ICD-10 codes viel of niet was gespecificeerd (bijvoorbeeld doordat de arts alleen “overdosering drugs” heeft genoteerd). Onder deze “overige” gevallen zouden mogelijk ook nog sterfgevallen door het gebruik van opioïden kunnen vallen. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van opioïden?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Voor drugs worden in de praktijk vooral stoornissen in middelengebruik geregistreerd, zoals verslaving en misbruik. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik, denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

De gegevens op deze pagina gaan alleen over sterfgevallen die door artsen geregistreerd zijn als directe sterfte. Dit is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). 

Ademhalingsdepressie is de belangrijkste doodsoorzaak bij opioïdengebruik

Een overdosis opioïden blokkeert de receptoren die de ademhaling reguleren, waardoor deze vertraagt en uiteindelijk volledig kan stilvallen (ademhalingsdepressie) (zie ook: Problematisch gebruik en Ziekte). Dit is de meest voorkomende doodsoorzaak bij opioïdengebruik ​[1–3]​. Daarnaast kan een mogelijk zuurstoftekort wat ontstaat door een vertraagde ademhaling leiden tot hersen- en hartschade, met ernstige gevolgen zoals coma, hersendood of hartstilstand. Overdoseringen gaan vaak gepaard met bewusteloosheid, waardoor verstikking door braken of de tong kan optreden ​[4]​.

Het overlijdensrisico neemt aanzienlijk toe bij polydrugsgebruik, vooral in combinatie met dempende middelen zoals alcohol, andere opioïden of benzodiazepinen ​[1]​. Opioïden zijn ook vaak betrokken bij suïcides, voornamelijk bij personen met chronische pijn ​[5–7]​.

Indirect kan opioïdengebruik eveneens betrokken zijn bij sterfte, zoals rijden onder invloed of door infecties als gevolg van naaldgebruik en het delen van naalden, wat ook op langere termijn dodelijke complicaties kan veroorzaken ​[7]​.

In één op de drie sterfgevallen door opioïdengebruik ging het om suïcide

In 82 sterfgevallen door opioïdengebruik (51%) ging het om een niet opzettelijke overdosis. In 55 gevallen (34%) ging het om een opzettelijke overdosis, oftewel een suïcide. In 5 gevallen (3%) ging het om een overdosis waarbij het niet duidelijk was wat de intentie was. In 19 (12%) gevallen werd de doodsoorzaak genoteerd als het gevolg van een stoornis in het gebruik van opioïden, zoals een verslaving.

Vergeleken met de sterfgevallen door andere drugs dan opioïden gaat het bij de sterfgevallen door opioïden veel vaker om suïcide als doodsoorzaak (34% versus 5%).

Intentie van overdosis varieert per opioïdensoort

Opvallend is dat de doodsoorzaak per groep opioïden verschilt. Tussen 2014 en 2024 ging het bij sterfgevallen door heroïne, methadon en opium in 68% van de gevallen om een niet-opzettelijke overdosis en in 30% om een opzettelijke overdosis. In de categorie ‘andere opioïden’ ging het in 55% van de gevallen om een niet-opzettelijke overdosis en in 43% om een opzettelijke overdosis. Terwijl het voor de groep ‘andere synthetische opioïden en narcotica’ ging om 18% niet opzettelijke overdosis en 78% van de gevallen om een opzettelijke overdosis. In alle andere gevallen was de intentie van de overdosis onbekend.

Ruim twee derde van de mensen die overlijden door opioïdengebruik zijn mannen

In 2024 overleden ten minste 103 mannen (64%) en 58 vrouwen (36%) door opioïdengebruik. Als het gaat om niet-opioïde drugs is het aandeel vrouwen kleiner (18% van de niet opioïden gelinkte sterfgevallen).

Opioïden belangrijkste oorzaak van drugsgerelateerde sterfte onder jongeren en ouderen

Opioïden spelen een grote rol bij sterfte door drugsgebruik onder jongere mensen. In 2024 onder mensen van 15-34 jaar was 54% van de sterfgevallen door drugs te herleiden onder tot opioïdengebruik.

Ook onder ouderen zijn opioïden relatief vaak de oorzaak van sterfte. Zo was in 2024 59% van de sterfgevallen door drugs bij 65-plussers gerelateerd aan opioïdengebruik. Van alle sterfgevallen door opioïden was 19% ouder dan 65 jaar, waarvan 11% ouder dan 74 jaar. Ter vergelijking, onder de sterfgevallen door andere drugs is dit ongeveer rond de 7% (met uitzondering van slaap- en kalmeringsmiddelen (42%) en alcohol (45%)). Mogelijk gaat het hier voor een (groot) deel om voorgeschreven medicinale opioïden.

Wat zijn de trends in sterfgevallen onder opioïden?

Aantal sterfgevallen door opioïden toegenomen in de afgelopen tien jaar

Tussen 2014 en 2024 steeg het aantal sterfgevallen door opioïden van 40 naar 161. Daarbij werd in 2023 met 178 sterfgevallen een piek bereikt. Het totale aantal personen dat overleed door drugsgebruik in het algemeen steeg tussen 2014 en 2024, van 123 en 378. Er is momenteel geen duidelijke verklaring bekend voor deze stijging in het aantal sterfgevallen door drugs- en opioïdengebruik. Veranderingen in de manier van registeren en een toename in het aantal toxicologische onderzoeken zouden de cijfers mogelijk kunnen hebben beïnvloeden. Maar ook veroudering van de drugsgebruikers en een toename in het gebruik van medicinale opioïden zoals oxycodon en fentanyl kunnen een rol spelen. Toekomstig onderzoek, via het speciaal register dat momenteel in ontwikkeling is, kan hierover meer helderheid verschaffen ​[8] (zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina)​.

Aandeel jongvolwassenen dat overlijdt door opioïden sinds 2011-2015 weer toegenomen

Het aandeel mensen van 65 jaar en ouder onder de sterfgevallen opioïdengebruik steeg van 5% in 1996‑2005 naar 15% in 2011‑2024. Waarschijnlijk komt dit doordat gebruikers van heroïne en methadon steeds ouder worden. Daardoor neemt ook het aandeel ouderen onder de sterfgevallen door opioïden toe.

Het aandeel jongvolwassenen van 15-34 jaar onder de sterfgevallen door opioïden daalde van 44% in 1996‑2000 naar 13% in 2011‑2015. Sindsdien is dit aandeel weer gestegen, tot 24% in 2021‑2024. Deze toename hangt mogelijk samen met de verbeterde registratie, het gebruik van opioïde pijnstillers zoals oxycodon en fentanyl en het combineren van opioïden met andere middelen (mengintoxicaties).

Het aandeel mannen onder de sterfgevallen door opioïdengebruik redelijk constant

Tussen 2014 en 2024 was het percentage mannen onder de sterfgevallen door opioïdengebruik redelijk stabiel rond de 68%.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[8]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Verder komt polygebruik (meerdere middelen) relatief vaak voor, maar kan er slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden geregistreerd. In de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven en waarbij een voorrangslijst bepaalt welk middel (het meest schadelijke) wordt geregistreerd ​[9]​. Daarnaast worden X-codes gehanteerd die de wijze van overlijden aangeven, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging, en werken met categorieën in plaats van een voorrangslijst. Deze ICD-10 coderingsregels zorgen ervoor dat mengintoxicaties met bijvoorbeeld synthetische opioïden en heroïne, dat volgens de voorrangslijst schadelijker is, niet als sterfte door synthetische opioïden worden geregistreerd, maar als heroïne.

Tot slot zorgt de manier van coderen met het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[10]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[10]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    R. Webster L, Cochella S, Dasgupta N, L. Fakata K, G. Fine P, M. Fishman S, et al. An Analysis of the Root Causes for Opioid-Related Overdose Deaths in the United States. Vol. 12, Pain Medicine. 2011. p. S26–35.
  2. 2.
    Bedene A, L. A. van Dorp E, Faquih T, C. Cannegieter S, O. Mook-Kanamori D, Niesters M, et al. Causes and consequences of the opioid epidemic in the Netherlands: a population-based cohort study. Vol. 10, Scientific Reports. 2020. p. 15309.
  3. 3.
    A. Baldo B, A. Rose M. Mechanisms of opioid-induced respiratory depression. Vol. 96, Archives of Toxicology. 2022. p. 2247–60.
  4. 4.
    L. deJong J, Lee J, Grande A, Huffman C, Bielby C, Brown T. Positional Asphyxia in Opioid‐Related Deaths: Is It Being Overlooked? Vol. 65, Journal of Forensic Sciences. 2020. p. 2008–12.
  5. 5.
    A. Ilgen M, S.B. Bohnert A, Ganoczy D, J. Bair M, F. McCarthy J, C. Blow F. Opioid dose and risk of suicide. Vol. 157, Pain. 2016. p. 1079–84.
  6. 6.
    Brennan Braden J, J. Edlund M, D. Sullivan M. Suicide Deaths With Opioid Poisoning in the United States: 1999–2014. Vol. 107, American Journal of Public Health. 2017. p. 421–6.
  7. 7.
    Olfson M, Crystal S, Wall M, Wang S, Liu SM, Blanco C. Causes of Death After Nonfatal Opioid Overdose. Vol. 75, JAMA Psychiatry. 2018. p. 820.
  8. 8.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  9. 9.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  10. 10.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Utrecht/Amsterdam: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.