HomeSlaap- en kalmeringsmiddelen10.6.2 Ziekenhuizen

10.6.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen een rol?

In het kort: In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 1801 klinische opnamen en observaties waarbij problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen de hoofddiagnose was. In 2023 werden slaap- en kalmeringsmiddelen 1.699 keer als nevendiagnose geregistreerd. De meeste klinische opnamen en observaties waren vanwege vergiftiging door benzodiazepinen. Het aantal opnamen en observaties met slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofddiagnose is in 2023 iets lager vergeleken met 2019. Patiënten met slaap- en kalmeringsmiddelen problematiek zijn meestal vrouw (64,1% in 2023). Bijna één op de vijf patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek is 65-plus.

In 2023 waren er 1801 klinische opnamen en observaties met problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen als belangrijkste reden

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 1801 klinische opnamen en observaties waarbij problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In de meeste gevallen (81%) ging het om een klinische opname. Slaap- en kalmeringsmiddelen speelden iets minder vaak een rol als nevendiagnose. In 2023 werden slaap- en kalmeringsmiddelen 1.699 keer als nevendiagnose geregistreerd. Dat betekent dat gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie.

Meeste klinische opnamen en observaties vanwege vergiftiging door benzodiazepinen

Artsen registreren bij een klinische opname of observatie de aard van de diagnose met behulp van een classificatiesysteem (ICD-10). Er kwamen in 2023 vijf verschillende diagnosen voor slaap- en kalmeringsmiddelen voor. In 2023 werd de diagnose ‘vergiftiging door benzodiazepinen’ het vaakst als hoofddiagnose geregistreerd (1.532 keer). De andere diagnosen waren ‘vergiftiging door andere anti-epileptica en sederende hypnotica’ (153 keer) en ‘vergiftiging door niet-gespecificeerde anti-epileptica en sederende hypnotica’ (77 keer). De diagnosen ‘psychische stoornissen en gedragsstoornissen door het gebruik van sedativa en hypnotica’ en ‘vergiftiging door barbituraten’ kwamen bij elkaar opgeteld 39 keer als hoofddiagnose voor (het aantal registraties van tenminste één van de diagnosen was klein, om de privacy te waarborgen zijn de laatste twee diagnosen samengenomen).

Aantal opnamen en observaties vanwege het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofdiagnose gedaald

Het aantal opnamen en observaties met slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofddiagnose is in 2023 iets lager vergeleken met 2019. De daling deed zich met name voor tussen 2019 en 2020 en had vooral betrekking op vergiftigingen door benzodiazepinen (daalde van 1795 in 2019 naar 1551 in 2020). Tussen 2020 en 2023 blijven de aantallen ongeveer gelijk. Het aantal nevendiagnoses is vrijwel gelijk gebleven in de periode 2019-2023. Voor trends vanaf 2015, zie: Ontwikkelingen sinds 2015.

In 2019 zijn de diagnose ‘vergiftiging door andere anti-epileptica en sederende hypnotica’ (ICD-code T42.6) en ‘vergiftiging door niet-gespecificeerde anti-epileptica en sederende hypnotica’ (ICD-code T40.7) voor het eerst meegenomen bij de bepaling van het aantal ziekenhuisopnamen. Daarom staan hierboven alleen de cijfers vanaf 2019. Om ook inzicht te geven in de ontwikkelingen sinds 2015 staan hieronder de cijfers tussen 2015 en 2023, zonder de diagnosen ‘vergiftiging door andere anti-epileptica en sederende hypnotica’ en ‘vergiftiging door niet-gespecificeerde anti-epileptica en sederende hypnotica’.

De cijfers laten zien dat het aantal hoofddiagnosen tussen 2015 en 2020 is afgenomen. Daarna blijft het aantal ongeveer gelijk. Het aantal nevendiagnosen ligt iets hoger in 2023 dan in 2015, maar het verschil is klein.

De trend tussen 2019 en 2023 is voor zowel de hoofd- als nevendiagnosen vergelijkbaar met de trend inclusief de diagnosen ‘vergiftiging door andere anti-epileptica en sederende hypnotica’ en ‘vergiftiging door niet-gespecificeerde anti-epileptica en sederende hypnotica’.

In 2023 werden 2.841 personen minstens één keer opgenomen met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Bovendien kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 2.841 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan slaap- of kalmeringsmiddelen als hoofd­- of nevendiagnose.

Patiënten met slaap- en kalmeringsmiddelen problematiek zijn meestal vrouw

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinische opname of observatie) vanwege het gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen (hoofd- én nevendiagnose) was 64,1% vrouw. In 2019 was het percentage vrouwen iets hoger (66,4%) maar in de jaren daarna schommelt het rond de 64%.

Bijna één op de vijf patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek was 65-plus

In 2023 hadden patiënten van 65 jaar en ouder het grootste aandeel in de groep patiënten die was opgenomen vanwege slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek (18,8%). Ongeveer een kwart (25,7%) van de patiënten was in 2023 jonger dan 30 jaar. Het aandeel 65-plussers is in 2023 toegenomen vergeleken met 2019 (15,1%). Het aandeel van de leeftijdsgroep 50-54 jaar in 2023 is iets afgenomen vergeleken met 2015. In de andere leeftijdscategorieën zijn de verschillen tussen 2019 en 2023 relatief klein.

Gemiddelde leeftijd van patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelenproblematiek rond de 45 jaar

In 2023 waren patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelenproblematiek gemiddeld 45,7 jaar oud. Dit is vergelijkbaar met de jaren daarvoor waarin het percentage rond de 45 jaar schommelde.

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[1]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Bureau voor de Statistiek C. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 09:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20200901084635/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.