HomeAlcohol11.6.2 Ziekenhuizen

11.6.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van alcohol een rol?

In het kort: In 2023 waren er ruim 6.000 klinische-, dagopnamen en observaties met alcoholproblematiek als belangrijkste reden (hoofddiagnose). Alcoholgebruik speelde veel vaker een rol als nevendiagnose; in 2023 24.184 keer. Tussen 2019 en 2023 zijn deze aantallen ongeveer gelijk gebleven. De meest voorkomende hoofddiagnose was in 2023 ‘stoornissen gerelateerd aan het gebruik van alcohol’ (waaronder verslaving, psychose en angst). In de meeste gevallen waren de patiënten man (71,2% in 2023). Ook waren het relatief vaak 65-plussers (40,8%).

In 2023 waren er ruim 6.000 klinische-, dagopnamen en observaties met alcoholproblematiek als belangrijkste reden

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 6.170 klinische opnamen, dagopnamen of observaties waarbij alcoholproblematiek de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In de meeste gevallen ging het om een klinische opname (75,2%), gevolgd door observatie (15,8%) en dagopname (9,0%). Alcoholgebruik speelde veel vaker een rol als nevendiagnose, in 2023 24.184 keer. Dat betekent dat alcoholgebruik van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie.

Meeste opnamen en observaties vanwege stoornissen door het gebruik van alcohol

Artsen leggen bij een klinische-, dagopname of observatie vast wat de diagnose is. Dat doen ze met behulp van een internationaal classificatiesysteem, de ICD-10. In 2023 werd bij alcoholproblematiek als hoofddiagnose ‘stoornissen gerelateerd aan het gebruik van alcohol’ (zoals verslaving, psychose en angst) het meest geregistreerd (32,5%). Ook alcoholische levercirrose (28,6%) en alcoholgeïnduceerde acute pancreatitis kwamen relatief vaak voor (22,0%). Alle diagnosen in de categorie overig kwamen minder dan 1% voor en zijn samengevoegd.

Aantal opnamen en observaties vanwege alcoholgebruik als hoofddiagnose tussen 2019 en 2023 gedaald

Het aantal klinische-, dagopnamen en observaties met alcoholproblematiek als hoofddiagnose is in 2023 lager dan in 2019 maar het verschil is relatief klein en de aantallen schommelen in de tussenliggende periode. Het aantal nevendiagnosen is tussen 2019 en 2023 ongeveer gelijk gebleven. Voor trends vanaf 2015: Ontwikkelingen sinds 2015.

In 2019 is de diagnose alcoholgeïnduceerde acute pancreatitis (K85.2) voor het eerst meegenomen bij de bepaling van het aantal ziekenhuisopnamen. Daarom staan in de paragraaf hierboven alleen de cijfers vanaf 2019. Om ook inzicht te geven in de ontwikkelingen sinds 2015 staan hieronder de cijfers tussen 2015 en 2023, zonder de diagnose alcoholgeïnduceerde acute pancreatitis.  

De cijfers laten zien dat het aantal hoofddiagnosen tussen 2015 en 2020 afneemt, met de grootste dalingen tussen 2015 en 2016 en tussen 2019 en 2020. In de jaren daarna blijft het aantal hoofddiagnosen ongeveer gelijk. Het aantal nevendiagnosen nam tussen 2015 en 2019 toe, met de grootste stijging tussen 2018 en 2019 (van 21.415 naar 25.486 gevallen) en bleef daarna ongeveer gelijk. De trend tussen 2019 en 2023 is voor zowel de hoofd- als nevendiagnosen vergelijkbaar met de trend inclusief de diagnose alcoholgeïnduceerde acute pancreatitis.

Het aantal nevendiagnosen tussen 2019 en 2023 ligt inclusief K85.2 lager dan exclusief K85.2. Dat komt omdat een nevendiagnose alleen geteld wordt als de hoofddiagnose niet aan het middelengebruik gerelateerd is ​[1]​. Als na toevoeging van K85.2 deze diagnose als hoofddiagnose wordt geregistreerd, worden de eventuele nevendiagnosen die aan het middelengebruik gerelateerd waren niet meegeteld als nevendiagnose. Dit heeft dus voor alcohol geresulteerd in een lager aantal nevendiagnose na toevoeging van diagnosecode K85.2.

In 2023 werden ongeveer 24.000 personen ten minste één keer opgenomen met alcoholproblematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch, dag of observatie). Bovendien kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 24.097 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan alcohol als hoofd­ of nevendiagnose.

Personen met alcoholproblematiek zijn vaker man

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinisch, dag of observatie) vanwege alcoholproblematiek (hoofd of nevendiagnose) was 71,2% man. Dit percentage is nauwelijks veranderd over de tijd. In 2019 was 70,0% man en in de tussenliggende jaren schommelde het percentage tussen de 70,0% en 71,2%.

Toename van aandeel 65-plussers met alcoholproblematiek

Het aandeel patiënten met alcoholproblematiek is in 2023 veruit het hoogst in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder. Het aandeel van de groep 24 jaar en jonger lijkt ook relatief hoog maar dit betreft drie leeftijdsgroepen die zijn samengevoegd (de groepen < 15 jaar en 15-19-jarigen waren heel klein en konden daarom vanwege privacyregels niet apart worden gerapporteerd). Vergeleken met 2019 is het aandeel 65-plussers in 2023 hoger (38,2% vergeleken met 40,8%). Het aandeel van de leeftijdsgroep 24 jaar en jonger is in 2023 juist lager (7,5% vergeleken met 9,2%).

Gemiddelde leeftijd van personen die zijn opgenomen met alcoholproblematiek ongeveer gelijk gebleven

De gemiddelde leeftijd van personen met alcoholproblematiek (klinische-, dagopname of observatie) is in 2023 57,2 jaar. Dit is ongeveer gelijk gebleven sinds 2019 (56,2 jaar).

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[2]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 09:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20200901084635/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018.
  2. 2.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 [Internet]. 2020. Available from: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.