HomeAlcohol11.0 Laatste feiten en trends

11.0 Laatste feiten en trends

De belangrijkste feiten en trends over alcohol in dit hoofdstuk zijn:

  • Ruim driekwart van de Nederlanders ouder dan 18 jaar drinkt wel eens alcohol. In de volwassen Nederlandse bevolking komt alcoholgebruik in alle leeftijdsgroepen voor. Vanaf 75 jaar neemt het aandeel drinkers af (§ 11.2).
  • Het aandeel volwassen Nederlanders dat aan de norm van de Gezondheidsraad om niet meer dan 1 glas alcohol per dag te drinken voldoet is in tussen 2014 en 2020 gestegen (§ 11.2.3).
  • Het percentage overmatig drinkers is in 2020 gedaald ten opzichte van 2019 (§ 11.2.3).  
  • Het percentage zware drinkers toont geen zichtbare trend in de afgelopen 5 jaar (§ 11.2.3).
  • De coronacrisis in 2020 heeft impact gehad op patronen van alcoholgebruik. Onderzoek suggereert dat het merendeel van de mensen evenveel alcohol gebruikt na invoer van de coronamaatregelen. Van het overige deel zijn de mensen die meer zijn gaan drinken in de minderheid (§11.1.2).
  • Volgens verkoopcijfers is de alcoholconsumptie per hoofd van de bevolking sinds 2010 stabiel. Wel wordt in 2019 opnieuw een toename in de verkoop van alcoholvrij bier geconstateerd (§ 11.2).
  • Eén op de tien volwassenen drinkt maandelijks alcoholvrij bier, meer mannen dan vrouwen. Mensen die wel eens alcohol drinken, drinken twee keer zo vaak alcoholvrij bier als mensen die geen alcohol drinken (§ 11.2).
  • Het ooitgebruik van alcohol, het laatste-maand-gebruik en het binge drinken onder 12-16-jarige scholieren van het reguliere voortgezet onderwijs is sinds 2015 niet meer gedaald (§ 11.3).
  • Tussen jongens en meisjes van 12 t/m 16 jaar zijn nauwelijks verschillen in binge drinken en in alcoholgebruik in de afgelopen maand (§ 11.3.2).
  • Onder zowel volwassenen als jongeren is het laatste-jaar-gebruik, overmatig en zwaar alcoholgebruik het hoogst onder mensen met een Nederlandse achtergrond en het laagst onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit is vergelijkbaar met eerdere jaren (§ 11.2 en § 11.3).
  • Het percentage jongeren dat ervaring heeft met alcoholgebruik of aangeschoten zijn is het laagst in de regio’s Haaglanden en Amsterdam en het hoogst in de regio’s Groningen en Friesland (§ 11.3).
  • Er zijn geen duidelijke verschillen in alcoholgebruik tussen jongeren uit het praktijkonderwijs, speciaal voortgezet onderwijs en de residentiële jeugdzorg vergeleken met jongeren uit het regulier onderwijs. Alleen het ooitgebruik van alcohol ligt in de residentiële jeugdzorg (RJZ) beduidend hoger (§ 11.3.7). 
  • Internationaal gezien ligt het alcoholgebruik onder Nederlandse 15-16-jarige scholieren boven het gemiddelde van 35 Europese landen. Het aandeel Nederlandse 15-16-jarigen dat het gemakkelijk vindt om aan alcohol te komen ligt op het Europees gemiddelde. Beide bevindingen zijn vergelijkbaar met wat in 2015 werd gevonden (§ 11.5.2).
  • Het aantal patiënten dat minimaal één keer is opgenomen in de algemene ziekenhuizen met een probleem gerelateerd aan alcohol als hoofddiagnose of nevendiagnose, is tussen 2015 en 2018 gestegen van 20.585 naar 21.630 alcoholpatiënten (§ 11.6).
  • Het aantal SEH-behandelingen gerelateerd aan alcohol (alcoholvergiftiging en letsel) is tussen 2010 en 2019 flink toegenomen. Een kwart van de patiënten opgenomen voor alcoholgerelateerd letsel in 2019 was jonger dan 25 jaar (§ 11.6)

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype