HomeAlcohol11.4 Problematisch gebruik

11.4 Problematisch gebruik

Definities van alcoholproblematiek

De omvang van de alcoholproblematiek hangt af van de gehanteerde definitie. In onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen overmatig drinken, zwaar drinken en een stoornis in het gebruik van alcohol. Overmatig en/of zwaar drinken zijn niet vereist voor een diagnose alcoholmisbruik of -afhankelijkheid. Hoewel het logisch lijkt dat overmatig drinken of zwaar drinken een vereiste is voor een diagnose van een stoornis in het gebruik van alcohol, blijkt uit een studie op basis van het bevolkingsonderzoek NEMESIS-2 dat er slechts een zwakke samenhang is ​[1]​.

  • De resultaten pleiten ervoor om bij het onderzoeken en behandelen van problematisch alcoholgebruik rekening te houden met zowel overmatig drinken als de alcoholstoornis.
  • Zie voor de percentages zware en overmatige drinkers in de Nederlandse bevolking § 11.2.3.

11.4.1 Risicovol en schadelijk alcoholgebruik

Er zijn geen recente schattingen hoe vaak een klinische stoornis in het gebruik van alcohol in Nederland voorkomt. In de LSM-A (Trimbos-instituut i.s.m. RIVM en CBS) zijn sinds 2016 wel gegevens verzameld over risicovol en schadelijk alcoholgebruik op basis van een korte vragenlijst (screeningsinstrument) genaamd de AUDIT (zie bijlage A2).

Riskant alcoholgebruik kan gedefinieerd worden als zodanig drinken dat er problemen worden ervaren door het drinkgedrag, bijvoorbeeld verplichtingen niet na kunnen komen, spijt hebben van het alcoholgebruik of van anderen het advies krijgen om minder te drinken. Tussen 2016 en 2018 is door het CBS de vraagstelling van de AUDIT iets aangepast. Daardoor vormen de percentages van 2016 en 2018 geen zuivere trend, maar geven ze wel een indicatie van de veranderingen in omvang van risicovol – en schadelijk alcoholgebruik in deze twee jaren. In 2020 was de vraagstelling hetzelfde als in 2018, daarom kunnen de percentages tussen deze twee jaren wel vergeleken worden.

  • In 2020 hield volgens dit screeningsinstrument het alcoholgebruik bij 88,1% van alle Nederlanders van 18 jaar en ouder (inclusief de niet-drinkers) géén of een laag risico in. In 2018 (87,1%) lag dit percentage iets lager.
  • Van de volwassen Nederlanders die in het afgelopen jaar alcohol dronken hield in 2020 de mate van alcohol- gebruik bij 84,8% géén of een laag risico in (zie onderstaande figuur). Onder drinkers was er geen verschil in dit aandeel vergeleken met 2018 (83,7%).
  • Bij 13,3% van de volwassenen die in het afgelopen jaar alcohol dronken vormt in 2020 het alcoholgebruik een matig risico; bij 1,3% een hoog risico en bij 0,6% van de drinkende volwassenen zijn er volgens de AUDIT aanwijzingen voor alcoholafhankelijkheid. De gegevens moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd, want het gaat hier niet om een klinische diagnose. Vergeleken met 2018 verschilt alleen het aandeel met een matig risico enkele procentpunten.
  • Mannen drinken vaker risicovol dan vrouwen. Zowel op matig en hoog risico, als op aanwijzingen voor alcoholafhankelijkheid scoren mannen hoger.
  • In de leeftijdscategorie 18-29 jaar is de mate van alcoholconsumptie volgens de AUDIT het meest risicovol.

Figuur 11.4.1        Mate van alcoholgebruik volgens de AUDIT-score onder laatste jaar gebruikers, naar geslacht.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Tuithof M, Ten Have M, Van den Brink W, Vollebergh W, De Graaf R. Alcohol consumption and symptoms as predictors for relapse of DSM-5 alcohol use disorder. Vol. 140, Drug Alcohol Depend. 2014. p. 85–91.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype