Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen een rol?
In het kort: In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 1801 klinische opnamen en observaties waarbij problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen de hoofddiagnose was. In 2023 werden slaap- en kalmeringsmiddelen 1.699 keer als nevendiagnose geregistreerd. De meeste klinische opnamen en observaties waren vanwege vergiftiging door benzodiazepinen. Het aantal opnamen en observaties met slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofddiagnose is in 2023 iets lager vergeleken met 2019. Patiënten met slaap- en kalmeringsmiddelen problematiek zijn meestal vrouw (64,1% in 2023). Bijna één op de vijf patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek is 65-plus.
In 2023 waren er 1801 klinische opnamen en observaties met problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen als belangrijkste reden
In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 1801 klinische opnamen en observaties waarbij problemen door slaap- en kalmeringsmiddelen de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In de meeste gevallen (81%) ging het om een klinische opname. Slaap- en kalmeringsmiddelen speelden iets minder vaak een rol als nevendiagnose. In 2023 werden slaap- en kalmeringsmiddelen 1.699 keer als nevendiagnose geregistreerd. Dat betekent dat gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie.
Meeste klinische opnamen en observaties vanwege vergiftiging door benzodiazepinen
Artsen registreren bij een klinische opname of observatie de aard van de diagnose met behulp van een classificatiesysteem (ICD-10). Er kwamen in 2023 vijf verschillende diagnosen voor slaap- en kalmeringsmiddelen voor. In 2023 werd de diagnose ‘vergiftiging door benzodiazepinen’ het vaakst als hoofddiagnose geregistreerd (1.532 keer). De andere diagnosen waren ‘vergiftiging door andere anti-epileptica en sederende hypnotica’ (153 keer) en ‘vergiftiging door niet-gespecificeerde anti-epileptica en sederende hypnotica’ (77 keer). De diagnosen ‘psychische stoornissen en gedragsstoornissen door het gebruik van sedativa en hypnotica’ en ‘vergiftiging door barbituraten’ kwamen bij elkaar opgeteld 39 keer als hoofddiagnose voor (het aantal registraties van tenminste één van de diagnosen was klein, om de privacy te waarborgen zijn de laatste twee diagnosen samengenomen).
Aantal opnamen en observaties vanwege het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofdiagnose gedaald
Het aantal opnamen en observaties met slaap- en kalmeringsmiddelen als hoofddiagnose is in 2023 iets lager vergeleken met 2019. De daling deed zich met name voor tussen 2019 en 2020 en had vooral betrekking op vergiftigingen door benzodiazepinen (daalde van 1795 in 2019 naar 1551 in 2020). Tussen 2020 en 2023 blijven de aantallen ongeveer gelijk. Het aantal nevendiagnoses is vrijwel gelijk gebleven in de periode 2019-2023. Voor trends vanaf 2015, zie: Ontwikkelingen sinds 2015.
In 2023 werden 2.841 personen minstens één keer opgenomen met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek als hoofd- of nevendiagnose
Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Bovendien kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 2.841 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan slaap- of kalmeringsmiddelen als hoofd- of nevendiagnose.
Patiënten met slaap- en kalmeringsmiddelen problematiek zijn meestal vrouw
Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinische opname of observatie) vanwege het gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen (hoofd- én nevendiagnose) was 64,1% vrouw. In 2019 was het percentage vrouwen iets hoger (66,4%) maar in de jaren daarna schommelt het rond de 64%.
Bijna één op de vijf patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek was 65-plus
In 2023 hadden patiënten van 65 jaar en ouder het grootste aandeel in de groep patiënten die was opgenomen vanwege slaap- of kalmeringsmiddelen problematiek (18,8%). Ongeveer een kwart (25,7%) van de patiënten was in 2023 jonger dan 30 jaar. Het aandeel 65-plussers is in 2023 toegenomen vergeleken met 2019 (15,1%). Het aandeel van de leeftijdsgroep 50-54 jaar in 2023 is iets afgenomen vergeleken met 2015. In de andere leeftijdscategorieën zijn de verschillen tussen 2019 en 2023 relatief klein.
Gemiddelde leeftijd van patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelenproblematiek rond de 45 jaar
In 2023 waren patiënten met slaap- of kalmeringsmiddelenproblematiek gemiddeld 45,7 jaar oud. Dit is vergelijkbaar met de jaren daarvoor waarin het percentage rond de 45 jaar schommelde.
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.Bureau voor de Statistiek C. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 09:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20200901084635/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.