HomeCocaïne4.7.2 Sterfte in Nederland

4.7.2 Sterfte in Nederland

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van cocaïne in Nederland?

In het kort: In 2024 overleden ten minste 61 mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van cocaïne, waarvan de meesten door een niet-opzettelijke overdosis (86%). Het aantal mensen dat overlijdt door cocaïnegebruik is in de afgelopen tien jaar gestegen. Desondanks is het aantal mensen dat overlijdt door cocaïne is beperkt ten opzichte van het totale aantal dat overlijdt door drugsgebruik.

In 2024 overleden ten minste 61 personen door het gebruik van cocaïne

In 2024 overleden ten minste ten minste 61 mensen van 15 jaar of ouder door cocaïnegebruik volgens de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit komt neer op ongeveer 0,4 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2024. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen gebruikers van crack of snuifcocaïne. In totaal overleden er in 2024 tenminste 378 mensen door het gebruik van drugs. Ongeveer één zesde hiervan (16,1%) overleed dus door het gebruik van cocaïne.

Het is goed mogelijk dat cocaïne bij meer sterfgevallen een rol speelde, bijvoorbeeld in combinatie met andere drugs. Omdat de Doodsoorzakenstatistiek maar één middel rapporteert en bij vergiftigingen met meerdere middelen met een voorrangslijst wordt gewerkt, kan het zijn dat deze gevallen niet als cocaïne-gerelateerd worden geregistreerd (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina).

Tenslotte zijn er ook 135 sterfgevallen geweest waarbij het middel niet onder één van de bestaande ICD-10 codes viel of niet was gespecificeerd (bijvoorbeeld doordat de arts alleen “overdosering drugs” heeft genoteerd). Onder deze “overige” gevallen zouden mogelijk ook nog sterfgevallen door het gebruik van cocaïne kunnen vallen. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van cocaïne?

Er zijn verschillende manieren waarop mensen kunnen overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld door een overdosis. Dit noemen we ook wel directe sterfte. Ook wanneer iemand overlijdt door een ziekte die veroorzaakt is door het gebruik van een middel, dan valt dit onder de directe sterfte. Het gaat hierbij meestal om stoornissen in middelengebruik, zoals verslaving en misbruik. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Mensen kunnen ook overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik, bijvoorbeeld door de gevolgen van een infectie opgelopen door een besmette naald of door een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Dit noemen we indirecte sterfte. Er zijn geen recente schattingen beschikbaar voor de indirecte sterfte door drugsgebruik.

De gegevens op deze pagina gaan alleen over sterfgevallen die door artsen geregistreerd zijn als directe sterfte. Dit is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). 

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van cocaïne?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Voor drugs worden in de praktijk vooral stoornissen in middelengebruik geregistreerd, zoals verslaving en misbruik. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

De gegevens op deze pagina gaan alleen over sterfgevallen die door artsen geregistreerd zijn als directe sterfte. Dit is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs (zie ook: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina). 

Hartfalen en neurologische complicaties zijn de belangrijkste doodsoorzaken bij cocaïnegebruik

Uit de literatuur blijkt dat een hoge dosis cocaïne de kransslagaders vernauwt, waardoor het hart sneller moet pompen terwijl het minder zuurstof krijgt (zie ook: Ziekte). Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk en vergroot het risico op hartritmestoornissen en een hartinfarct ​[1–3]​. Ook in de hersenen veroorzaken vaatvernauwing en hoge bloeddruk een sterk verhoogde kans op fatale hersenbloedingen en beroertes. Daarnaast kunnen hoge doses leiden tot ademhalingsdepressie of longschade, bijvoorbeeld door het inhaleren van crack. Bij zeer hoge doseringen zijn ook ernstige complicaties beschreven, zoals oververhitting (hyperthermie >40 °C), stuipen en uiteindelijk multi-orgaanfalen ​[1–4]​.

Het overlijdensrisico neemt aanzienlijk toe bij polydrugsgebruik, vooral in combinatie met dempende middelen zoals alcohol, opioïden of benzodiazepinen ​[2]​. Cocaïne wordt ook vaak aangetroffen bij suïcides ​[2]​. Indirect kan cocaïnegebruik eveneens betrokken zijn bij sterfte. Zo kan het gebruik van crack infecties veroorzaken, omdat mensen dezelfde crack-pijpen met elkaar delen ​[5]​.

De meeste mensen overlijden door cocaïne vanwege een niet opzettelijke overdosis

In 54 sterfgevallen door cocaïnegebruik (89%) ging het om een niet opzettelijke overdosis.

Meer dan vijf keer zoveel mannen als vrouwen overlijden door cocaïnegebruik

In 2024 overleden er ten minste 87% mannen en 13% vrouwen door cocaïnegebruik. Het aandeel mannen onder de sterfgevallen door cocaïnegebruik is hoger dan het bij de sterfgevallen door opioïden (64%) of slaap- en kalmeringsmiddelen (55%).

Doden door cocaïnegebruik vallen vooral tussen de 35-49 en 50-64 jaar

De meeste sterfgevallen door het gebruik van cocaïne vonden in 2024 plaats in de leeftijdsgroepen 35-49 jaar (31% van het totale aantal sterfgevallen door cocaïne) en 50-64 jaar (53%). Veel minder mensen stierven door cocaïne in de jongere en oudere leeftijdsgroepen. Zo was 10% van de sterfgevallen door cocaïne jonger dan 35 jaar en 7% was 65 jaar of ouder.

Ook vergeleken met sterfte door andere drugs dan cocaïne is het aandeel jongere en oudere sterfgevallen door cocaïne klein. Onder mensen van 20-34 was 8% van de sterfgevallen door drugs het gevolg van cocaïnegebruik. Van de sterfgevallen door drugs bij mensen boven de 65 was 8% het gevolg van cocaïnegebruik.

Wat zijn de trends in sterfgevallen onder cocaïnegebruik?

Aantal sterfgevallen door cocaïne toegenomen in de afgelopen tien jaar

Tussen 2014 en 2020 is het aantal sterfgevallen door cocaïne meer dan verdubbeld, van 24 naar 61. Daarna schommelde het rond de 60 sterfgevallen. Het totale aantal personen dat overleed door drugsgebruik is ook gestegen tussen 2014 en 2024, van 123 naar 378. Er is momenteel geen duidelijke verklaring bekend voor deze stijging in het aantal sterfgevallen door drugs- en cocaïnegebruik. Veranderingen in de manier van registeren en een toename in het aantal toxicologische onderzoeken zouden hierin mogelijk een rol gespeeld hebben (zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina).

Afname op lange termijn van aandeel jongeren dat overlijdt door cocaïnegebruik

Het aandeel jongeren (onder de 35 jaar) onder de sterfgevallen door cocaïne is afgenomen van 40% in de periode 1996-2000 naar 14% in de periode 2021-2024. Het aandeel ouderen (65 jaar en ouder) onder de sterfgevallen door cocaïne neemt juist toe, van 0% naar 8%.

Het aandeel mannen onder de sterfgevallen door cocaïnegebruik schommelt

Tussen 2014 en 2024 schommelde het percentage mannen onder de sterfgevallen door cocaïnegebruik rond de 85%.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[6]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek voor de registratie van drugssterfte

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[7]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld psychostimulantia en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door psychostimulantia wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier van coderen met het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[8]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[8]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rooney B, Sobiecka P, Rock K, Copeland C. From Bumps to Binges: Overview of Deaths Associated with Cocaine in England, Wales and Northern Ireland (2000–2019). Vol. 47, Journal of Analytical Toxicology. 2023. p. 207–15.
  2. 2.
    Peacock A, Thi Tran L, Larney S, Stockings E, Santo T, Jones H, et al. All‐cause and cause‐specific mortality among people with regular or problematic cocaine use: a systematic review and meta‐analysis. Vol. 116, Addiction. 2021. p. 725–42.
  3. 3.
    Morentin B, Ballesteros J, F. Callado L, J. Javier Meana. Recent cocaine use is a significant risk factor for sudden cardiovascular death in 15-49-year-old subjects: a forensic case-control study. Vol. 109, Addiction. 2014. p. 2071–8.
  4. 4.
    F. Rendon L, Malta S, Leung J, Badenes R, Nozari A, Bilotta F. Cocaine and Ischemic or Hemorrhagic Stroke: A Systematic Review and Meta-Analysis of Clinical Evidence. Vol. 12, Journal of Clinical Medicine. 2023. p. 5207.
  5. 5.
    L Strada, T Martinelli, D van der Gouwe, S Korteling, G Cruts, M Groothuizen, et al. Population size estimate of people with high-risk opioid use and an exploration of people with high-risk use of crack cocaine and other drugs in the Netherlands. OPAAK project. Final report. [Internet]. Trimbos Institute; 2025. Available from: https://www.trimbos.nl/kennisbank/tri-41-016-opaak-project/
  6. 6.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  7. 7.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  8. 8.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Utrecht/Amsterdam: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.