HomeCocaïne4.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

4.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

Gegevensbronnen

Deze paragraaf beschrijft gegevens over het gebruik van cocaïne op basis van landelijke onderzoeken naar middelengebruik onder representatieve steekproeven van scholieren van het voortgezet onderwijs en studenten van het HBO en MBO. Daarna worden gegevens gepresenteerd van uiteenlopende landelijke, regionale en lokale onderzoeken in verschillende groepen jongeren en jongvolwassenen waarvan uit eerder onderzoek bekend is dat zij meer dan hun doorsnee leeftijdsgenoten middelen gebruiken. De situatie is in 2020 door de coronacrisis mogelijk veranderd. De exacte impact is nog moeilijk in te schatten.

Scholieren van het regulier onderwijs

Kerncijfers over het gebruik van middelen onder scholieren (12-16 jaar) worden om de twee jaar alternerend verzameld in het Peilstationsonderzoek scholieren (zie bijlage B1) en de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-studie. Dit jaar zijn de kerncijfers gebaseerd op het Peilstationsonderzoek uitgevoerd in 2019. De HBSC-studie vraagt echter niet naar het gebruik van cocaïne, waardoor cijfers over het gebruik van cocaïne alleen in de jaren dat het Peilstationsonderzoek is uitgevoerd, beschikbaar zijn.

4.3.1 Kerncijfers en trends scholieren regulier onderwijs

Kerncijfers 2019

Vergeleken met cannabis gebruiken aanzienlijk minder leerlingen van het middelbaar onderwijs harddrugs, zoals cocaïne. Dit blijkt uit het Peilstationsonderzoek scholieren ​[1]​ (zie bijlage B1). Van de 12-16-jarige scholieren had 1,1% ooit in het leven cocaïne gebruikt (onderstaande tabel).

Tabel 4.3.1            Gebruik van cocaïne onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar. Peiljaar 2019

Trends in cocaïnegebruik

Het cocaïnegebruik onder scholieren wordt elke vier jaar gemeten in het Peilstationsonderzoek scholieren. De laatste meting vond plaats in 2019 ​[1]​.

  • Onder scholieren van 12-16 jaar van het voortgezet onderwijs daalde het percentage dat ervaring had met cocaïne geleidelijk tussen 1999 en 2007, maar is sindsdien gestabiliseerd en ligt in 2019 op 1,1%.  
  • Het percentage dat in de afgelopen maand nog cocaïne had gebruikt (0,6%) is sinds 2007 stabiel (figuur 4.3.1).
  • Er waren geen statistisch significante verschillen tussen 2015 en 2019.

Figuur 4.3.1           Gebruik van cocaïne onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar, vanaf 2003

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.