HomeCocaïne4.4 Problematisch gebruik

4.4 Problematisch gebruik

Betrouwbare schattingen van het totale aantal probleemgebruikers van cocaïne ontbreken. Volgens wat oudere veldstudies en registratiegegevens gaat het globaal om drie groepen gebruikers.

  • De eerste groep bestaat uit de probleemgebruikers van opiaten (zie § 5.4), waarvan een groot deel óók cocaïne gebruikt, veelal de kant-en-klare rookbare vorm crack.
  • De tweede groep bestaat uit probleemgebruikers in de harddrugsscene die frequent cocaïne, vooral crack, consumeren, zonder daarnaast heroïne te nemen.
  • De derde groep bestaat uit gebruikers bij wie het aanvankelijk ‘recreatief’ gebruik van snuifcocaïne is overgegaan in problematisch gebruik, ‘de ontspoorde cocaïnesnuivers’ ​[1]​. In vergelijking met crackgebruikers zijn zij doorgaans begonnen met het gebruik van snuifcocaïne vanuit een meer maatschappelijk geïntegreerde positie.
  • Zie Jaarbericht 2019 voor een verdere beschrijving van deze groepen.

Een verkennend onderzoek naar kenmerken van jongvolwassenen die snuifcocaïne gebruiken in Nederland, resulteerde in 6 gebruiksgroepen die zich onderscheiden op motieven voor gebruik, (sociale) setting van gebruik en (ervaren) controle over het gebruik van cocaïne ​[2]​. Deze studie richtte zich niet specifiek op probleemgebruikers en ook niet op gebruikers van crack. Zie voor meer informatie § 4.2. Geïnterviewde professionals en gebruikers van cocaïne benoemden wel factoren die problematisch gebruik kunnen beïnvloeden.

  • De meeste respondenten die cocaïne gebruikten zagen zichzelf niet als problematische gebruikers die hulp nodig hebben. Uit een eerdere studie onder Amsterdamse en Gooische cafébezoekers bleek ook dat een minderheid (25% en 23%, respectievelijk) van de cocaïnegebruikers vond dat zij teveel of te vaak cocaïne gebruikten ​[3]​.
  • Professionals gaven echter aan dat problematische cocaïnegebruikers in grote mate hun eigen gebruik onderschatten en dat het heel lang duurt voordat de groep problematische cocaïnegebruikers hulp zoekt. Ook valt volgens hen problematisch gebruik minder snel op zolang het cocaïnegebruik niet tot financiële problemen heeft geleid.
  • Factoren in de werkomgeving die kunnen helpen om de kans op gebruik en problematisch gebruik van cocaïne te voorkomen, zijn volgens geïnterviewde professionals onder andere aandacht voor vroegsignalering en een sterk alcohol- drugs- en medicijnbeleid (ADM-beleid).

Problemen met agressie

Het problematisch gebruik van cocaïne is in verband gebracht met agressie en geweld. Problematisch gebruik van cocaïne kan ontstaan doordat zware cokegebruikers meer moeite hebben hun agressie onder controle te houden ​[4,5]​. Cocaïne kan in dit verband ook een rol spelen bij het in stand houden van huiselijk geweld in de vorm van partnergeweld ​[6]​.

Voor recreatief cocaïnegebruik is het verband niet zo duidelijk. Er is namelijk “geen consistent bewijs voor een oorzakelijk verband tussen recreatief (snuif)cocaïnegebruik en agressiviteit”, zoals dat causale verband met agressie wel is gevonden voor alcohol ​[7,8]​.

Agressie in een onderzochte groep recreatieve cocaïnegebruikers werd meer bepaald door de karaktereigenschappen van de gebruikers zoals verstoorde impulsregulatie en antisociale persoonlijkheidskenmerken, dan door het gebruik van cocaïne ​[8]​. Voor Nederlandse crackgebruikers werd gevonden dat ze eerder crimineel gedrag zullen vertonen als ze jonger zijn, dakloos zijn, zwaarder gebruiken en al een criminele voorgeschiedenis hebben ​[9]​. Zie voor meer informatie § 17.2.3 Geweld en het gebruik van alcohol en drugs.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Nabben T, Luijk SJ, Benschop A, Korf DJ. Antenne 2016: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2017.
  2. 2.
    Spronk D, Van Gelder N, Nabben T, De Jonge M. Cocaïne: wie gebruikt het en waarom? Een verkennende studie naar gebruikers van cocaïne in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  3. 3.
    Korf DJ, Nabben T, Benschop A. Antenne 2018: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2019.
  4. 4.
    Ferwerda H, Van Hasselt N, Van Ham T, Voorham L. De juiste snaar? Professionals met een publieke taak en de omgang met overlast, agressie en geweld als gevolg van alcohol- en/of drugsgebruik. Den Haag: WODC; 2012.
  5. 5.
    Fonseca Pego AM, Oliveira SCW De Souza Eller Franco de, De Oliveira TF, Leyton V, Miziara I, Yonamine M. Cocaine toxicological findings in cases of violent death in Sao Paulo city – Brazil [Internet]. Vol. 60, Journal of Forensic and Legal Medicine. Elsevier; 2018. p. 3–8. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S1752928X1830338X
  6. 6.
    Gilchrist G, Dennis F, Radcliffe P, Henderson J, Howard LM, Gadd D. The interplay between substance use and intimate partner violence perpetration: A meta-ethnography. Vol. 65, International Journal of Drug Policy. 2019. p. 8–23.
  7. 7.
    Kuypers KPC, Verkes RJ, Van den Brink W, Van Amsterdam JGC, Ramaekers JG. Intoxicated aggression: Do alcohol and stimulants cause dose-related aggression? A review [Internet]. Vol. June 22, European Neuropsychopharmacology. Elsevier B.V.; 2018. Available from: https://doi.org/10.1016/j.euroneuro.2018.06.001
  8. 8.
    Van Amsterdam J, Niesink R. Geweld door alcohol en drugs (II) Alcohol, cocaïne, amfetamine en agressie. Vol. 13, Verslaving: tijdschrift over verslavingsproblematiek. 2017. p. 189–197.
  9. 9.
    Oteo Pérez A, Cruyff MJLF, Benschop A, Korf DJ. Estimating the prevalence of crack dependence using capture-recapture with institutional and field data: A three-city study in the Netherlands. Vol. 48, Substance Use & Misuse. 2013. p. 173–180.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype