HomeCocaïne4.7.2 Sterfte

4.7.2 Sterfte

Het gebruik van cocaïne kan leiden tot sterfte door de hierboven genoemde lichamelijke ziekten en psychische stoornissen en gedragsstoornissen, maar kan ook leiden tot sterfte door een fatale overdosis. Ook een opwindingsdelier kan de dood tot gevolg hebben ​[1,2]​, net als een infectie door het coronavirus.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS sterven er in Nederland naar verhouding maar weinig mensen aan de directe acute gevolgen van cocaïnegebruik ​[3]​. Hierbij dient wel te worden aangetekend dat de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS niet specifiek is toegerust op het registreren van drugsgerelateerde sterfte (zie bijlage B4). Tal van factoren, waaronder wijzigingen in de registratie (zoals het elektronisch gaan aanleveren van de doodsoorzakenformulieren) en het detecteren van aan middelen geregistreerde sterfte (zoals een  toename van kwantitatief of kwalitatief  toxicologisch onderzoek door forensisch artsen) kunnen van invloed zijn geweest op de aantallen en de trends (zie bijlage B4). De cijfers moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd.

  • Tussen 2010 en 2019 lag het aantal gevallen, waarbij een cocaïnestoornis of -vergiftiging expliciet als onderliggende doodsoorzaak was geregistreerd (voor zover herkend), op gemiddeld 32 per jaar. Het aantal verdubbelde de afgelopen jaren van 24 gevallen in 2013 en 2014 naar 55 gevallen in 2017. In 2018 vond er een daling plaats naar 40 gevallen, en in 2019 vond er weer een stijging plaats naar 45 gevallen (zie figuur 5.7.2 in hoofdstuk 5). Er kan hierbij geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruikers van crack en snuifcocaïne.
  • In hoeverre het in de voorafgaande jaren een daadwerkelijke stijging betrof, is zoals hiervoor genoemd niet bekend. Mogelijk zijn cocaïnegerelateerde sterftegevallen die voorheen in de bredere  niet gespecificeerde categorie ‘overig’ vielen nu als cocaïnegerelateerde sterftegevallen herkend.
  • Figuur 4.7.1 geeft de verdeling naar leeftijdsgroep van de sterftegevallen vanwege cocaïne in de periodes van 2009 tot en met 2013 en van 2014 tot en met 2019. Het aandeel van de leeftijdsgroep van 45 jaar en ouder is gestegen van 31% in de periode van 2009-2013 naar 48% in de periode van 2014-2019. Tussen 2010 en 2019 schommelde het percentage mannen onder de cocaïneslachtoffers rond de 83%.
  • Het totale aantal in Nederland overleden ‘cocaïnebolletjesslikkers’ is niet bekend. Dit komt onder meer doordat de reguliere Doodsoorzakenstatistiek personen uitsluit die niet in het Nederlandse bevolkingsregister staan ingeschreven. Wel waren in 2019 bij het CBS nog eens 39 gevallen bekend van drugssterfte onder mensen die wel in Nederland verbleven, maar niet als inwoner stonden geregistreerd in het bevolkingsregister (zie § 5.7).
  • Vanwege combinatiegebruik kunnen de aantallen sterfgevallen in de verschillende hoofdstukken van dit Jaarbericht niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld.
  • Behalve in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS, wordt een deel van de aan cocaïne gerelateerde sterftegevallen ook zichtbaar in de Monitor Drugsincidenten (MDI) en in het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL. De MDI baseert zich op gegevens van ambulancediensten, ziekenhuizen, en politieartsen in 8 regio’s van Nederland en enkele landelijke EHBO-organisaties, terwijl de gegevens van het LIS afkomstig zijn van 14 afdelingen Spoedeisende Hulp (SEH) van enkele ziekenhuizen ​[4]​. In 2019 werden door de MDI en het LIS in totaal 3 gevallen geconstateerd waarin snuifcocaïne als enige drug een rol had gespeeld in het overlijden. Eén van deze overledenen had een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik en psychische klachten.

Figuur 4.7.1          Leeftijdsverdeling van de geregistreerde sterftegevallen gerelateerd aan cocaïne van 2009-2013 en van 2014-2019

Internationale vergelijking

Volgens het EMCDDA ​[5]​ ligt de directe sterfte door cocaïne nog steeds lager dan de directe sterfte door opiaten in Europa. Zie voor meer informatie over internationale vergelijkingen rondom drugssterfte § 5.7 Internationale vergelijking.

Wel steeg tussen 2017 en 2018 de sterfte door cocaïne in Italië, Duitsland, Oostenrijk en Portugal. In Frankrijk en Ierland is alleen een vergelijking gemaakt tussen 2016 en 2017, ook daar vond een stijging plaats ​[5]​. In Spanje was 53% van de drugsgerelateerde sterfte gerelateerd aan cocaïne. In Nederland was 18% (45/252) van de overdoseringen gerelateerd aan cocaïne. Zie voor trends in de sterfte door overdosering in Nederland figuur 5.7.2 in hoofdstuk 5.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Jothee S, Shafie MS, Nor FM. Excited delirium syndrome from psychostimulant abuse can mimic a violent scene of death. Vol. 9, Egyptian Journal of Forensic Sciences. Egyptian Journal of Forensic Sciences; 2019. p. 64.
  2. 2.
    Śliwicka O, Szatner K, Borowska – Solonynko A. Three postmortem case reports of the excited delirium syndrome – A short comparison [Internet]. Vol. 66, Journal of Forensic and Legal Medicine. Elsevier; 2019. p. 134–137. Available from: https://doi.org/10.1016/j.jflm.2019.06.013
  3. 3.
    Bureau voor de Statistiek C. Alcohol- en drugssterfte, 2019: 14-10-2020 10:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20201014130914/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/42/alcohol-en-drugssterfte-2019.
  4. 4.
    Schürmann L, Croes E, Lameijer M, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2018. Utrecht: Trimbos-instituut; 2019.
  5. 5.
    Monitoring Centre for Drugs E, Addiction D. European Drug Report 2020: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype