HomeCocaïne4.7.2 Sterfte

4.7.2 Sterfte

Het gebruik van cocaïne kan leiden tot sterfte door de in § 4.7.1 genoemde lichamelijke ziekten en psychische stoornissen en gedragsstoornissen. Ook kan het gebruik van cocaïne leiden tot sterfte door een fatale overdosis, of door een opwindingsdelier ​[1,2]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS sterven er in Nederland naar verhouding maar weinig mensen aan de directe acute gevolgen van cocaïnegebruik. Hierbij dient wel te worden aangetekend dat de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS niet specifiek is toegerust op het registreren van drugsgerelateerde sterfte (zie bijlage B4). Tal van factoren, waaronder wijzigingen in de registratie (zoals het elektronisch gaan aanleveren van de doodsoorzakenformulieren) en het detecteren van aan middelen geregistreerde sterfte (zoals een toename van kwantitatief of kwalitatief  toxicologisch onderzoek door forensisch artsen) kunnen van invloed zijn geweest op de aantallen en de trends (zie bijlage B4). De cijfers moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. Aanvullende informatie zal op termijn beschikbaar komen uit een Speciaal Register met forensische gegevens ​[3]​.

  • Tussen 2010 en 2020 lag het aantal gevallen, waarbij een cocaïnestoornis of -vergiftiging expliciet als onderliggende doodsoorzaak was geregistreerd, op gemiddeld 35 per jaar. Daarnaast komt het voor dat cocaïne, in combinatie met andere middelen, zoals bijvoorbeeld opiaten en alcohol, wordt gecodeerd onder een andere (niet gespecificeerde of overige) code, als niet kan worden vastgesteld welk middel de doodsoorzaak was, of als een combinatie van middelen heeft geleid tot het overlijden. In 2013 schakelde de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS daarbij over op automatische codering, waardoor mogelijk meer gevallen zichtbaar zijn geworden. Het aantal gevallen waar cocaïne stond geregistreerd verdubbelde de afgelopen jaren van 24 gevallen in 2013 en 2014 naar 55 gevallen in 2017. In 2018 vond er een daling plaats naar 40 gevallen, maar in 2019 vond er weer een stijging plaats naar 45 gevallen, en in 2020 vond er weer een stijging plaats naar 61 gevallen (zie het figuur in § 5.7.3). Er kan hierbij geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruikers van crack en snuifcocaïne.
  • In hoeverre het in de voorafgaande jaren een daadwerkelijke stijging betrof, is zoals hiervoor genoemd niet bekend. Mogelijk zijn cocaïnegerelateerde sterftegevallen die voorheen in de bredere niet gespecificeerde categorie ‘overig’ vielen nu als cocaïnegerelateerde sterftegevallen herkend.
  • Onderstaand figuur geeft de verdeling naar leeftijdsgroep van de sterftegevallen vanwege cocaïne in de periodes van 2009 tot en met 2013 en van 2014 tot en met 2020. Het aandeel van de leeftijdsgroep van 45 jaar en ouder is gestegen van 31% in de periode van 2009-2013 naar 51% in de periode van 2014-2020. Tussen 2010 en 2020 schommelde het percentage mannen onder de cocaïneslachtoffers rond de 82%.
  • Het totale aantal in Nederland overleden ‘cocaïnebolletjesslikkers’ is niet bekend. Dit komt onder meer doordat de algemene Doodsoorzakenstatistiek personen uitsluit die niet in het Nederlandse bevolkingsregister staan ingeschreven. Wel waren in 2020 bij het CBS nog eens 30 gevallen bekend van drugssterfte onder mensen die wel in Nederland verbleven, maar niet als inwoner stonden geregistreerd in het bevolkingsregister (zie § 5.7.3).
  • Behalve in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS, wordt een deel van de aan cocaïne gerelateerde sterftegevallen ook zichtbaar in de Monitor Drugsincidenten (MDI) en in het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL. De MDI baseert zich op gegevens van ambulancediensten, ziekenhuizen, en politieartsen in 8 regio’s van Nederland en enkele landelijke EHBO-organisaties, terwijl de gegevens van het LIS afkomstig zijn van 14 afdelingen Spoedeisende Hulp (SEH) van enkele ziekenhuizen ​[4]​. In 2019 werden door de MDI en het LIS in totaal 3 gevallen geconstateerd waarin snuifcocaïne als enige drug een rol had gespeeld in het overlijden ​[4]​. Eén van deze overledenen had een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik en psychische klachten.

Figuur 4.7.1          Leeftijdsverdeling van de geregistreerde sterftegevallen gerelateerd aan cocaïne van 2009-2013 en van 2014-2020

Internationale vergelijking

Volgens het EMCDDA ​[5]​ ligt in Europa de directe sterfte door cocaïne nog steeds lager dan de directe sterfte door opioïden. Zie voor meer informatie hierover § 5.7 over internationale vergelijking.

  • Wel steeg in 2019 de sterfte gerelateerd aan cocaïne in die landen die hiervoor gegevens hadden aangeleverd aan het EMCDDA ​[5]​. In meer dan de helft van de gevallen van drugsgerelateerde sterfte in Spanje speelde cocaïne een rol en in meer dan een kwart van de gevallen in Frankrijk. Meestal speelden opioïden hierin ook een rol.
  • In 2020 speelde cocaïne een rol in 13,4% van de gevallen (tegenover 14,3% in 2019) van drugsgerelateerde sterfte in de 22 Europese landen die hierover data hebben aangeleverd. Ook hier speelden opioïden meestal een rol ​[6]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Jothee S, Shafie MS, Nor FM. Excited delirium syndrome from psychostimulant abuse can mimic a violent scene of death. Vol. 9, Egyptian Journal of Forensic Sciences. Egyptian Journal of Forensic Sciences; 2019. p. 64.
  2. 2.
    Śliwicka O, Szatner K, Borowska – Solonynko A. Three postmortem case reports of the excited delirium syndrome – A short comparison [Internet]. Vol. 66, Journal of Forensic and Legal Medicine. Elsevier; 2019. p. 134–137. Available from: https://doi.org/10.1016/j.jflm.2019.06.013
  3. 3.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Utrecht/Amsterdam: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.
  4. 4.
    Schürmann L, Croes E, Vercoulen E, Valkenberg H. Monitor drugsincidenten: Factsheet 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  5. 5.
    EMCDDA. European Drug Report 2021: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2021.
  6. 6.
    EMCDDA. European Drug Report 2022: Trends and Developments. Lisbon: Publications Office of the European Union; 2022.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.