HomeCocaïne4.5.2 Jongeren internationaal

4.5.2 Jongeren internationaal

In het kort: Het cocaïnegebruik onder Nederlandse scholieren ligt rond het Europees gemiddelde.

ESPAD (European School Project on Alcohol and other Drugs) is een internationale studie naar middelengebruik bij scholieren in het regulier onderwijs in de leeftijd van 15-16 jaar (www.espad.org). In elk land worden de gegevens verzameld met behulp van een standaardvragenlijst en volgens eenzelfde methode waardoor de resultaten van de deelnemende landen onderling goed vergelijkbaar zijn. Het onderzoek vindt sinds 1995 iedere vier jaar plaats, momenteel in ongeveer vijfendertig landen ​[1–5]​​. Nederland neemt sinds 1999 deel aan ESPAD. De dataverzameling in Nederland vindt tegelijkertijd met het Peilstationsonderzoek scholieren plaats. De dataverzameling in Nederland vindt tegelijkertijd met het Peilstationsonderzoek scholieren plaats.

In 2019 werden voor het eerst gegevens gerapporteerd afgerond op 1 decimaal om met meer precisie uitspraken te kunnen doen. Voorgaande jaren werden de prevalentiecijfers afgerond op hele getallen. Bij het interpreteren van de trendgegevens dient hiermee rekening te worden gehouden.

Onderstaande tabel toont het gebruik van psychedelica in een aantal landen van de EU, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Dit laatste land deed niet mee aan de ESPAD maar voerde wel vergelijkbaar onderzoek uit.

  • In 2019 lag Nederland iets onder het gemiddelde in ooitgebruik van (snuif)cocaïne (1,7%) en crack (0,6%), maar het verschil met de andere landen is klein. Het (ongewogen) gemiddelde voor 35 onderling vergelijkbare Europese landen lag op 1,9% voor (snuif)cocaïne en 1,1% voor crack.
  • Het hoogste percentage ooitgebruik van (snuif)cocaïne werd in 2019 gevonden in Cyprus (3,8%) (niet in tabel), gevolgd door Ierland (3,3%) en Bulgarije (3,1%) (niet in tabel). Het ooitgebruik van crack lag eveneens het hoogst in Cyprus (3,1%), maar werd gevolgd door Frankrijk (2,1%) en Ierland (1,8%) (onderstaande tabel).

Tabel 4.5.2           Gebruik van cocaïne onder scholieren van 15 en 16 jaar in een aantal lidstaten van de Europese Unie, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde StatenI. Peiljaren 2007, 2011, 2015 en 2019

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Hibell B, Andersson B, Bjarnason T, Ahlström S, Balakireva O, Kokkevi A, et al. The ESPAD Report 2003: Alcohol and Other Drug Use Among Students in 35 European Countries Björn. Stockholm: CAN; 2004.
  2. 2.
    Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2007 ESPAD Report: Substance Use Among Students in 35 European Countries. Stockholm: CAN; 2009.
  3. 3.
    Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2011 ESPAD Report: Substance Use Among Students in 36 European Countries. Stockholm: CAN; 2012.
  4. 4.
    Kraus L, Leifman H, Vicente J. ESPAD Report 2015: Results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs [Internet]. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2016. Available from: http://www.espad.org/sites/espad.org/files/ESPAD_report_2015.pdf
  5. 5.
    Molinaro S, Vicente J, Benedetti E, Cerrai S, Colasante E, Arpa S, et al. ESPAD report 2019: Results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2024. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.