HomeCriminaliteit en overlast17.2.5 Activiteiten van de (verslavings)reclassering

17.2.5 Activiteiten van de (verslavings)reclassering

Voor problematische middelengebruikers in het strafrechtelijk systeem bestaan, naast straffen en maatregelen, verschillende interventies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de (verslavings)reclassering. Die voert door de hele strafrechtelijke keten heen activiteiten uit voor justitiabelen.

Er zijn in Nederland drie organisaties verantwoordelijk voor het uitvoeren van reclasseringsactiviteiten. Dit zijn Reclassering Nederland (RN), SVG en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R). De Verslavingsreclassering is gespecialiseerd in cliënten met middelenproblematiek, verslaving en psychische problematiek. Om een brug te slaan tussen justitie en zorg, is de Verslavingsreclassering ingebed in de tien grote regionale ggz-instellingen met een reclasseringserkenning.

De activiteiten van de reclassering zijn gericht op de afbouw van criminele carrières en op re-integratie. De reclassering adviseert het OM, de rechtbank en de DJI over welke straffen, maatregelen, bijzondere voorwaarden en interventies nodig zijn om dit doel te bereiken. De drie reclasseringsorganisaties hebben tezamen de volgende activiteiten geregistreerd:

  • In 2019 bracht de reclassering 42.141 adviezen uit (correspondentie SVG, augustus 2020). In 2018 bracht de reclassering 50.051 adviezen uit ​[1]​. Bij 13% van de cliënten was een verslaving de aanleiding voor het delict ​[1]​. De cijfers over het aantal uitgebrachte adviezen over 2018 en 2019 zijn niet volledig vergelijkbaar, omdat de reclassering haar werkprocessen rondom advies heeft aangepast.
  • Daarnaast houdt de reclassering toezicht op de naleving van de (bijzondere) voorwaarden die in het vonnis zijn opgenomen en begeleidt de reclassering cliënten bij de re-integratie. In 2019 stonden 31.562 cliënten onder toezicht van de reclassering (correspondentie SVG, augustus 2020). Dat is minder dan in 2018 toen dat 32.387 cliënten onder reclasseringstoezicht stonden ​[1]​. Een reclasseringstoezicht duurt meestal twee jaar, maar kan zowel positief als negatief voortijdig worden beëindigd.
  • Verder begeleidt de reclassering cliënten bij het uitvoeren van een werkstraf en houdt zij toezicht op het verloop ervan. In 2019 werden 34.207 werkstraffen uitgevoerd (informatie SVG, september 2020). In 2018 waren dat 35.327 werkstraffen ​[1]​. De cijfers betreffen zowel de voortijdig beëindigde als de volledig voltooide werkstraffen.

In 2017 is de reclassering in samenwerking met het OM en het Ministerie van Justitie en Veilig­heid gestart met een pilot waarbij de Alcoholmeter werd ingezet. De Alcoholmeter is een enkelband die 24/7 via transpiratievocht meet of iemand heeft gedronken. Cliënten onder reclasseringstoezicht kunnen de enkelband dragen als zij als bijzondere voorwaarde een alcoholverbod opgelegd hebben gekregen door de rechter (in de politie-eenheden Oost-Nederland en Rotterdam) of als zij op vrijwillige basis hun alcoholgebruik willen monitoren (landelijk). Controle op de naleving van het alcoholverbod wordt uitgevoerd door de reclassering.

In maart 2020 zijn de resultaten van de pilot gepubliceerd en heeft de Minister van Justitie en Veiligheid besloten om de Alcohol­meter landelijk in te voeren als controlemiddel voor het alcoholverbod. De Alcoholmeter blijkt een positief effect te hebben op het terugdringen van alcoholgebruik. Het is een betrouwbaar controlemiddel gebleken voor de naleving van het alcoholverbod en helpt zo alcoholmisbruik, het plegen van misdaden en rijden onder invloed van alcohol te voorkomen ​[2]​. In 2017 droegen 26 cliënten een Alcoholmeter, in 2018 waren dat 92 cliënten en in 2019 steeg dit naar 109 cliënten (correspondentie SVG, augustus 2020).

Om tijdens een reclasseringstoezicht te werken aan psychische en middelengerelateerde problematiek leidt de reclassering cliënten toe naar de forensische zorg. Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg, als onderdeel van een (voorwaardelijke) straf of maatregel. Het gaat om personen waarbij verondersteld wordt dat er een verband bestaat tussen hun psychische problemen en/of middelengebruik en het delictgedrag.

  • In 2017 werden door de reclassering ruim 19.500 toeleidingen naar de forensische zorg gedaan, dat is een toename ten opzichte van 2016 (ruim 17.700 toeleidingen). Dit betreft toeleidingen naar klinische zorg, ambulante zorg en begeleid wonen.
  • Welk percentage cliënten specifiek voor middelenproblematiek wordt behandeld, is door het diverse behandelaanbod van de instellingen niet goed te zeggen. Over 2018 en 2019 zijn geen cijfers bekend.

Gedragsinterventies van de reclassering

De reclasseringswerkers zetten hun kennis en kunde van de effecten van middelengebruik in om een gedragsverandering te realiseren. De SVG biedt erkende justitiële interventies op het gebied van middelengebruik aan. Twee van deze gedragsinterventies zijn specifiek op middelengebruik gericht.

  • De Leefstijltraining 24/7: deze training helpt om meer grip op middelengebruik te krijgen door het doorbreken van bestaande denkpatronen en het aanleren van nieuwe, om zo een socialere leefstijl te bereiken, zonder justitiecontacten. In 2019 waren 609 cliënten aangemeld voor de Leefstijltraining 24/7. Dat waren 529 cliënten in 2018 en in 2017 ging het om 636 cliënten ​[1]​.
  • De training Alcohol en Geweld is gericht op de wisselwerking tussen agressie en alcohol. In 2019 heeft de reclassering 139 cliënten voor deze training aangemeld (correspondentie SVG, augustus 2020). Dat is meer dan in 2018 toen het 113 cliënten betrof. In 2017 was het aantal aangemelde cliënten hoger (174 aangemelde cliënten) ​[1]​.

Cliëntpopulatie verslavingsreclassering

Van de cliënten die in 2019 onder toezicht stonden bij de drie reclasseringsorganisaties is bekend voor welk type delict zij veroordeeld waren voorafgaand aan het reclasseringstoezicht. Bij ongeveer een derde van de cliënten betrof het agressie tegen personen (32%), gevolgd door vermogensdelicten (28%) en verkeersdelicten (11%). Ongeveer één op vijftien cliënten (7%) stond onder reclasseringstoezicht na een delict dat met drugs te maken had (correspondentie SVG, augustus 2020).

Uit de beschikbare cijfers van het gevangeniswezen is op te maken dat in 2015 gemiddeld 192 bedden bezet waren in de Forensische Verslavingskliniek, de Forensische Verslavingsafdeling en de verslavingszorg. Dit zijn klinische plaatsingen. Hoeveel doorplaatsingen naar de ambulante verslavingszorg en naar voorzieningen voor beschermd wonen er waren voor de verslaafde doelgroep, is niet uit de cijfers af te leiden. Cijfers over recentere jaren zijn niet beschikbaar.

Inrichting voor stelselmatige daders (ISD)[1]

Uit registraties van DJI blijkt dat in 2019 gemiddeld 765 justitiabelen de verblijfstitel ‘Inrichting stelselmatige daders’ (ISD) hadden. Onder hen bevonden zich veel mensen met verslavingsproblematiek. Van deze groep namen in 2019 gemiddeld 265 justitiabelen (35%) deel aan zorgtrajecten buiten de penitentiaire inrichting.

  • De afgelopen jaren is het aantal mensen met een ISD-maatregel toegenomen. In 2018 betrof het 698 justitiabelen met een ISD-maatregel en in 2017 ging het om 605 justitiabelen ​[3]​.
  • Het aandeel van de justitiabelen met een ISD-maatregel dat buiten de penitentiaire instelling zorg ontvangt is juist afgenomen: in 2018 ging het om 37% en in 2017 om 40% (de gemiddeldes betreffen het gemiddelde van 12 ultimo maandstanden, informatie verstrekt door DJI, 2018).
  • Het kwam vaak voor dat zorgtrajecten waren afgebroken en ISD’ers tijdelijk of definitief waren teruggeplaatst in een penitentiaire inrichting . Van de ISD’ers die aan het einde van de ISD-maatregel in 2019 uit detentie stroomden, deed 60% dat vanuit een zorginstelling. In 2018 was dat 68% en in 2017 ging het om 66% (informatie DJI, september 2020).[2]

Tollenaar et al. ​[4]​ onderzochten de effectiviteit van de ISD-maatregel ten opzichte van een vergelijkbare groep zeer actieve veelplegers die een standaardgevangenisstraf opgelegd kregen. Ze onderzochten de cohorten die in 2011-2014 met een ISD-maatregel zijn uitgestroomd. Zij kwamen tot de volgende resultaten:

  • Na een ISD-maatregel is de kans op een nieuwe strafzaak verminderd, vergeleken met vergelijkbare groep zeer actieve veelplegers die een standaardsanctie opgelegd hebben gekregen: twee jaar na uitstroom is de kans om te recidiveren 12% lager voor justitiabelen die een ISD-maatregel opgelegd kregen en vier jaar na uitstroom is dat 9%. Na tien jaar gaat het om 6% verschil ​[4]​.
  • Hoewel de ISD-maatregel bijdraagt aan minder recidivisten, lijkt de maatregel geen effect te hebben op hoe vaak iemand na afloop van de ISD-maatregel recidiveert: het aantal nieuwe strafzaken per jaar na afloop van de ISD-maatregel neemt niet af, vergeleken met zeer actieve veelplegers die een standaardgevangenisstraf hebben gehad ​[4]​.
  • De effectiviteit van een ISD-maatregel neemt toe naarmate zeer actieve veelplegers ouder zijn ten tijde van hun eerste strafzaak, ze geen werk hebben bij de start van de ISD-maatregel of het aantal eerdere strafzaken hoger is ​[4]​.
  • Na implementatie van verbetermaatregelen in de ISD in het jaar 2009, blijkt dat justitiabelen met een ISD-maatregel vanaf uitstroom in 2011 meer en vaker recidiveren dan de ISD-cohorten daarvoor. Hier is geen duidelijke verklaring voor ​[4]​.

[1] Zie ook § 2.1.6 voor meer informatie over gewijzigde regelgeving over de ISD-maatregel.

[2] De uitstroomcijfers van justitiabelen die aan het einde van de ISD-maatregel vanuit een zorginstelling uitstroomden bevatten ook justitiabelen die aansluitend op de ISD-maatregel nog een korte periode op een andere verblijfstitel (bv. Wet Terwee) in de zorginstelling verblijven. Daarnaast zijn ook degenen met een ISD-maatregel meegenomen waarvan de verblijfstitel bij uitstroom onbekend is omdat in de praktijk blijkt dat zij veelal vanuit de ISD-maatregel uitstromen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    SVG. Reclassering in Beeld: Feiten en cijfers 2018 [Internet]. 2019. Available from: https://www.svg.nl/wat-doen-wij/reclassering-in-beeld.
  2. 2.
    Rijksoverheid.nl. Kamerstukken II, 2874759 [Internet]. 2020. Available from: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/tk-evaluatie-tweede-%09pilotjaar-alcoholmeter
  3. 3.
    Roorda W, Buysse W. Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen: Onderzoek in zes penitentiaire inrichtingen naar signalering, indicatiestelling en plaatsing. Amsterdam; 2016.
  4. 4.
    Tollenaar N, Beerthuizen MGCJ, Drieschner KH, Van der Laan AM. Effectiviteit van de ISD-maatregel: 2e replicatie: Cahier 2019-19. Den Haag: WODC; 2019.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype