HomeCriminaliteit en overlast17.2.5 Activiteiten van de (verslavings)reclassering

17.2.5 Activiteiten van de (verslavings)reclassering

Voor problematische middelengebruikers in het strafrechtelijk systeem bestaan, naast straffen en maatregelen, verschillende interventies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de (verslavings)reclassering. Die voert door de hele strafrechtelijke keten heen activiteiten uit voor justitiabelen.

Er zijn in Nederland drie organisaties verantwoordelijk voor het uitvoeren van reclasseringsactiviteiten. Dit zijn Reclassering Nederland (RN), Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R). De Verslavingsreclassering is gespecialiseerd in cliënten met middelenproblematiek, verslaving en psychische problematiek, gezamenlijk 3RO genoemd. Om een brug te slaan tussen justitie en zorg, is de Verslavingsreclassering ingebed in de tien grote regionale ggz-instellingen met een reclasseringserkenning.

De activiteiten van de reclassering zijn gericht op de afbouw van criminele carrières en op re-integratie. De reclassering adviseert het OM, de rechtbank en DJI over welke straffen, maatregelen, bijzondere voorwaarden en interventies nodig zijn om dit doel te bereiken. Uit de duidingssessie blijkt dat in het jaar 2020 de coronapandemie een zware stempel op de activiteiten van de reclassering heeft gedrukt. Tussen 17 maart 2020 en 11 mei 2020 hebben vanwege de coronapandemie geen rechtszittingen plaatsgevonden. In de periode daarna is het aantal zittingen, vanwege verminderde capaciteit, geleidelijk uitgebreid. Complexere zaken hebben daarbij prioriteit gekregen. Omdat de reclassering grotendeels in opdracht van het OM en de rechtspraak werkt, was de instroom van cliënten in de reclasseringsactiviteiten bijgevolg ook lager. Aan het einde van 2020 was enig herstel van de aantallen advies, toezicht, werkstraffen en gedragsinterventies. zichtbaar, maar de totale instroom voor 2020 is achtergebleven ​[1]​. Desondanks hebben de beperkingen in de strafrechtketen die voortvloeien uit de coronamaatregelen in 2020 bij de reclassering tot een toename van de werkvoorraad van taakstraffen geleid ​[2,3]​.

De drie reclasseringsorganisaties hebben tezamen de volgende activiteiten geregistreerd:

  • In 2020 bracht de reclassering 37.593 adviezen uit. In 2019 waren dat 42.141 adviezen (informatie per mail ontvangen van SVG, 2020, 2021).
  • Daarnaast houdt de reclassering toezicht op de naleving van de (bijzondere) voorwaarden die in het vonnis zijn opgenomen en begeleidt de reclassering cliënten bij de re-integratie. Bij de toezichttrajecten die in de periode 2013-2017 zijn uitgevoerd is bij 15% een drugs- en of alcoholverbod als bijzondere voorwaarde opgelegd ​[4]​.
  • In 2020 stonden 29.660 (unieke) cliënten onder toezicht van de reclassering. Dat is minder dan in 2019 en 2018 toen respectievelijk 31.562 en 32.387 cliënten onder reclasseringstoezicht stonden (informatie per mail ontvangen van SVG, 2019, 2020, 2021). Een reclasseringstoezicht duurt meestal twee jaar, maar kan ook positief of negatief voortijdig worden beëindigd. Tijdens de coronapandemie heeft toezicht veelal digitaal plaatsgevonden en via elektronische monitoring (zogenaamde ‘enkelbanden’) ​[1,5]​.
  • Verder begeleidt de reclassering cliënten bij het uitvoeren van een werkstraf en houdt zij toezicht op het verloop ervan. In 2020 werden 16.511 werkstraffen uitgevoerd. Dat is ongeveer de helft van het aantal werkstraffen dat in de afgelopen twee jaar is uitgevoerd (34.207 in 2019 en 35.327 in 2018) (informatie per mail ontvangen van SVG, 2019, 2020, 2021). De cijfers betreffen zowel de voortijdig beëindigde als de volledig voltooide werkstraffen. Uit de duidingssessie bleek dat de sterke daling in het aantal uitgevoerde werkstraffen vermoedelijk te verklaren is doordat tijdens de eerste maanden van de coronapandemie (medio maart tot eind juni) werkstraffen niet uitgevoerd konden worden ​[1,2]​. Om alle openstaande taakstraffen uit te kunnen voeren is de uitvoeringstermijn verlengd met een jaar ​[6]​. Daarna is de uitvoering van werkstraffen geleidelijk weer opgestart ​[1,2]​.
  • In 2020 was van ruim 13.000 van de ingestroomde (unieke) toezichten en werkstraffen het motief bekend: bij 17% van de cliënten was een verslaving de aanleiding voor het delict (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021).

In 2017 is de reclassering in samenwerking met het OM en het Ministerie van Justitie en Veilig­heid gestart met een pilot waarbij de Alcoholmeter werd ingezet. De Alcoholmeter is een enkelband die 24/7 via transpiratievocht meet of iemand heeft gedronken. Cliënten onder reclasseringstoezicht kunnen de enkelband dragen als zij als bijzondere voorwaarde een alcoholverbod opgelegd hebben gekregen door de rechter (in de politie-eenheden Oost-Nederland en Rotterdam) of als zij op vrijwillige basis hun alcoholgebruik willen monitoren (landelijk). Controle op de naleving van het alcoholverbod wordt uitgevoerd door de reclassering.

In maart 2020 zijn de resultaten van de pilot gepubliceerd en heeft de Minister van Justitie en Veiligheid besloten om de Alcohol­meter landelijk in te voeren als controlemiddel voor het alcoholverbod. De Alcoholmeter blijkt een positief effect te hebben op het terugdringen van alcoholgebruik. Het is een betrouwbaar controlemiddel gebleken voor de naleving van het alcoholverbod en helpt zo alcoholmisbruik, het plegen van misdaden en rijden onder invloed van alcohol te voorkomen ​[7]​. Het aantal cliënten dat een Alcoholmeter droeg is de afgelopen jaren gestegen: van 26 cliënten in 2017 naar 92 cliënten in 2018, 109 cliënten in 2019 en 138 cliënten in het jaar 2020 (informatie per mail ontvangen van SVG, 2020, 2021). De cijfers betreffen geen unieke cliënten, enkele cliënten hebben meerdere keren (met tussenpozen) een Alcoholmeter gedragen (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021).

Om tijdens een reclasseringstoezicht te werken aan psychische en middelengerelateerde problematiek leidt de reclassering cliënten toe naar de forensische zorg. Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg, als onderdeel van een (voorwaardelijke) straf of maatregel. Het gaat om personen waarbij verondersteld wordt dat er een verband bestaat tussen hun psychische problemen en/of middelengebruik en het delictgedrag.

  • In 2020 werden door de reclassering ongeveer 12.500 toeleidingen naar de zorg gedaan. Dat is vergelijkbaar met 2019. In 2018 en 2017 was het aantal toeleidingen zorg hoger: respectievelijk bijna 14.000 en 14.500 toeleidingen zorg. Het betreft toeleidingen naar klinische zorg en ambulante zorg. In de periode 2017-2020 was het aandeel toeleidingen naar klinische zorg stabiel rond 18% (SVG, 2021).
  • Welk percentage cliënten specifiek voor middelenproblematiek wordt behandeld, is door het diverse behandelaanbod van de instellingen niet goed te zeggen.

Gedragsinterventies van de reclassering

De reclasseringswerkers zetten hun kennis en kunde van de effecten van middelengebruik in om een gedragsverandering te realiseren. De SVG biedt erkende justitiële interventies op het gebied van middelengebruik aan. Twee van deze gedragsinterventies zijn specifiek op middelengebruik gericht.

  • De Leefstijltraining 24/7: deze training helpt om meer grip op middelengebruik te krijgen door het doorbreken van bestaande denkpatronen en het aanleren van nieuwe, om zo een socialere leefstijl zonder justitiecontacten te bereiken. In 2020 is aan 616 cliënten de Leefstijltraining 24/7 opgelegd. Dat waren er minder dan in de twee jaar daarvoor. In 2019 ging het om 851 cliënten en in 2018 om 885 cliënten (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021).
  • De training Alcohol en Geweld is gericht op de wisselwerking tussen agressie en alcohol. In 2020 is deze training aan 107 cliënten opgelegd. In 2019 is de training aan 180 cliënten opgelegd en in 2018 aan 214 cliënten (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021).

Cliëntpopulatie verslavingsreclassering

Van de cliënten die in 2020 onder toezicht stonden bij de drie reclasseringsorganisaties is bekend voor welk type delict zij veroordeeld waren voorafgaand aan het reclasseringstoezicht. Bij ongeveer 38% van de cliënten betrof het agressie tegen personen (32% in 2019) en bij 30% betrof het een vermogensdelict al dan niet met geweld (30% in 2019). Ongeveer 8% van de cliënten stond onder reclasseringstoezicht na een delict dat met drugs te maken had. In 2019 was dit ongeveer 7% van de cliënten. In 2019 stond 11% van de cliënten onder toezicht na een veroordeling voor een verkeersdelict. In 2020 was dat minder dan 2% (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021).

Van de bijna 30.000 (unieke) cliënten die in 2020 onder toezicht van de reclassering stonden is bij ruim 78% een RISc ingevuld. Daaruit blijkt dat (informatie per mail ontvangen van SVG, 2021):

  • bij 20% van deze cliënten middelengebruik (van alcohol en/of drugs) of ander verslavingsgevoelig gedrag (gokken, gamen etc.) centraal staat in het leven van de cliënt;
  • bij 28% van deze cliënten is bekend dat zij op dat moment (en/of in het afgelopen jaar) problemen met middelengebruik (van alcohol en/of drugs) of ander verslavingsgevoelig gedrag (gokken, gamen etc.) hebben;
  • bij 22% van deze cliënten is bekend dat er nu of in het verleden sprake is (geweest) van alcoholmisbruik en bij 28% van drugsmisbruik.

Uit de beschikbare cijfers van het gevangeniswezen is op te maken dat in 2015 gemiddeld 192 bedden bezet waren in de Forensische Verslavingskliniek, de Forensische Verslavingsafdeling en de verslavingszorg. Dit zijn klinische plaatsingen. Hoeveel doorplaatsingen naar de ambulante verslavingszorg en naar voorzieningen voor beschermd wonen er waren voor de verslaafde doelgroep, is niet uit de cijfers af te leiden. Cijfers over recentere jaren zijn niet beschikbaar.

Inrichting voor stelselmatige daders (ISD)

Uit registraties van DJI blijkt dat in 2019 gemiddeld 765 justitiabelen de verblijfstitel ‘Inrichting stelselmatige daders’ (ISD) hadden (zie ook § 2.1.6 voor meer informatie over gewijzigde regelgeving over de ISD-maatregel). Onder hen bevonden zich veel mensen met verslavingsproblematiek. Van deze groep namen in 2019 gemiddeld 265 justitiabelen (35%) deel aan zorgtrajecten buiten de penitentiaire inrichting.

  • In 2020 verbleven gemiddeld 728 justitiabelen in de ‘Inrichting stelselmatige daders’ (ISD). Onder hen bevonden zich veel mensen met verslavingsproblematiek. Van deze groep namen in 2020 gemiddeld 266 justitiabelen (37%) deel aan zorgtrajecten buiten de penitentiaire inrichting.
  • In de periode 2017-2019 steeg het aantal ISD’ers. In 2019 hadden gemiddeld 765 justitiabelen de verblijfstitel ISD. In 2018 betrof het 698 justitiabelen met een ISD-maatregel en in 2017 ging het om 605 justitiabelen.
  • Het aandeel van de justitiabelen met een ISD-maatregel dat buiten de penitentiaire instelling zorg ontvangt is in 2017-2019 juist afgenomen: in 2019 ging het om 35%, in 2018 om 37% en in 2017 om 40% (de gemiddeldes betreffen het gemiddelde van 12 ultimo maandstanden, informatie verstrekt door DJI, 2018).
  • Het kwam vaak voor dat zorgtrajecten waren afgebroken en ISD’ers tijdelijk of definitief werden teruggeplaatst in een penitentiaire inrichting (o.a. Roorda & Buysse, 2016 ​[8]​). Van de ISD’ers die aan het einde van de ISD-maatregel in 2020 uit detentie stroomden, deed 58% dat vanuit een zorginstelling. In 2019 was dat 60%, in 2018 was het 68% en in 2017 ging het om 66% (informatie DJI, september 2021). De uitstroomcijfers van justitiabelen die aan het einde van de ISD-maatregel vanuit een zorginstelling uitstroomden bevatten ook justitiabelen die aansluitend op de ISD-maatregel nog een korte periode op een andere verblijfstitel (bv. Wet Terwee) in de zorginstelling verbleven. Daarnaast zijn ook degenen met een ISD-maatregel meegenomen waarvan de verblijfstitel bij uitstroom onbekend is omdat in de praktijk blijkt dat zij veelal vanuit de ISD-maatregel uitstromen.

Tollenaar et al. ​[9]​ onderzochten de effectiviteit van de ISD-maatregel ten opzichte van een vergelijkbare groep zeer actieve veelplegers die een standaardgevangenisstraf opgelegd kregen. Ze onderzochten de cohorten die in 2011-2014 met een ISD-maatregel zijn uitgestroomd. Zij kwamen tot de volgende resultaten:

  • Na een ISD-maatregel is de kans op een nieuwe strafzaak verminderd, vergeleken met vergelijkbare groep zeer actieve veelplegers die een standaardsanctie opgelegd hebben gekregen: twee jaar na uitstroom is de kans om te recidiveren 12% lager voor justitiabelen die een ISD-maatregel opgelegd kregen en vier jaar na uitstroom is dat 9%. Na tien jaar gaat het om 6% verschil ​[9]​.
  • Hoewel de ISD-maatregel bijdraagt aan minder recidivisten, lijkt de maatregel geen effect te hebben op hoe vaak iemand na afloop van de ISD-maatregel recidiveert: het aantal nieuwe strafzaken per jaar na afloop van de ISD-maatregel neemt niet af, vergeleken met zeer actieve veelplegers die een standaardgevangenisstraf hebben gehad ​[9]​.
  • De effectiviteit van een ISD-maatregel neemt toe naarmate zeer actieve veelplegers ouder zijn ten tijde van hun eerste strafzaak, ze geen werk hebben bij de start van de ISD-maatregel of het aantal eerdere strafzaken hoger is ​[9]​.
  • Na implementatie van verbetermaatregelen in de ISD in het jaar 2009, blijkt dat justitiabelen met een ISD-maatregel vanaf uitstroom in 2011 meer en vaker recidiveren dan de ISD-cohorten daarvoor. Hier is geen duidelijke verklaring voor ​[9]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Regioplan. Notitie opbrengsten groepsgesprekken. 2021.
  2. 2.
    Reclassering. Reclassering pleit voor vervangende werkstraf in plaats van korte celstraf [Internet]. 2020. Available from: https://www.reclassering.nl/actueel/nieuws/reclassering-pleit-voor-vervangende-werkstraf-in-plaats-van-korte-celstraf
  3. 3.
  4. 4.
    Verweij S, Weijters G. Recidive tijdens en na reclasseringstoezicht. Cahier 2020-20 [Internet]. Den Haag; 2020. Available from: www.wodc.nl
  5. 5.
    Reclassering. Reclassering verlengt coronamaatregelen tot en met 19 mei [Internet]. 2020. Available from: https://www.reclassering.nl/actueel/nieuws/reclassering-verlengt-coronamaatregelen-tot-en-met-19-mei
  6. 6.
    Dekker S. Tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid). Memoire van Toelichting. Den Haag; 2020.
  7. 7.
    Rijksoverheid.nl. Kamerstukken II, 2874759 [Internet]. 2020. Available from: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/05/18/tk-evaluatie-tweede-%09pilotjaar-alcoholmeter
  8. 8.
    Roorda W, Buysse W. Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen: Onderzoek in zes penitentiaire inrichtingen naar signalering, indicatiestelling en plaatsing. Amsterdam; 2016.
  9. 9.
    Tollenaar N, Beerthuizen MGCJ, Drieschner KH, Van der Laan AM. Effectiviteit van de ISD-maatregel: 2e replicatie: Cahier 2019-19. Den Haag: WODC; 2019.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.