HomeWetgeving en beleid2.1.4 Lachgas

2.1.4 Lachgas

Lachgas wordt in toenemende mate als roesmiddel en partydrug gebruikt, vooral door jongeren (zie hoofdstuk 13). Voorheen viel recreatief gebruik van lachgas onder de Geneesmiddelenwet,  maar sinds een arrest van het Europees Hof van Justitie dd. 10 juli 2014 (ECLI:EU:C:2014:2060) en een uitspraak van de Hoge Raad dd. 9 februari 2016 (ECLI:NL:HR2016:218) kon het recreatief gebruik van lachgas niet meer als onrechtmatig gebruik van een geneesmiddel aangemerkt worden, en kon er dus er niet meer tegen opgetreden worden. Verkoop van lachgas, zowel voor recreatief gebruik (in ballonnen, of in patronen die met dat specifieke doel verkocht worden), als voor gebruik in de voedingsindustrie (in patronen voor slagroomspuiten) vallen onder de Warenwet. Deze  wet stelt dat een product geen bijzondere gevaren voor gezondheid of veiligheid mag opleveren gezien het te verwachten gebruik dat uiteraard samenhangt met de bestemming van het product.

  • In de herfst van 2019 bracht het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring Nieuwe Drugs (CAM) een risicobeoordeling uit  waaruit bleek dat recreatief gebruik van lachgas tot schade aan de volksgezondheid en samenleving leidt ​[1]​.
  • In  juni 2020  is een besluit in  internetconsultatie gegaan om lachgas op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Er zullen regels worden gesteld voor de  verkoop van lachgas,  zowel door groothandel als  detailhandel, en voor de aankoop door consumenten. Consumenten zullen alleen lachgas mogen kopen en bezitten om er slagroom mee te maken. Ze mogen dus alleen ampullen kopen; ampullen mogen alleen verkocht worden aan kopers boven de 18 jaar,  in kleine hoeveelheden (1 verpakking van maximaal 10 ampullen). De ampullen worden alleen verkocht in samenhang met andere producten die logischerwijs bij de bereiding van voedsel horen. Het gebruik van lachgas als geneesmiddel is al geregeld in de Opiumwet,  dus daar verandert  niets aan. De technische en gastronomische (horeca) toepassingen van lachgas in algemene zin zullen uitgezonderd zijn van de verboden handelingen. Daar hoeft dus geen ontheffing of vergunning voor aangevraagd  te worden. Het streven is het ontwerpbesluit begin 2021 aan de Tweede Kamer voor te leggen.
  • Omdat het gebruik van lachgas overlast in gemeenten veroorzaakt (bijvoorbeeld door het wegwerpen van lachgaspatronen en lege ballonnen,  geluidsoverlast, overlast door hangjongeren, openbare ordeproblemen op straat), hebben gemeenten, in afwachting van een landelijke regeling, naar oplossingen gezocht om hiertegen op te treden. Gemeenten hebben verschillende mogelijkheden zoals het verbieden van verkoop van lachgas bij evenementen waar een vergunning voor nodig is, of het gebruiken van algemene bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) om overlast aan te pakken ​[1,2]​. Sommige gemeenten hebben ook specifieke (APV-)bepalingen opgesteld om de verkoop en het oneigenlijk gebruik van lachgas tegen te gaan. Zij hebben bijvoorbeeld gebieden aangewezen waarin  het gebruik en/of de verkoop van lachgas verboden wordt.
  • Er moet preventie en voorlichtingsmateriaal  komen voor jongeren over de risico’s van het gebruik van lachgas ​[3]​. Dit is  van belang omdat niet bekend is of het gebruik van lachgas kan  leiden tot het gebruik van zwaardere middelen, en omdat bekend is dat het risico op verslaving groter is naarmate de gebruiker jonger is als hij er mee begint. Er zijn allerlei informatievormen ontwikkeld (flyer, factsheet, video, website) gericht op speciale doelgroepen, zoals ouders en docenten, uitgaanders, professionals, maar ook op het algemene publiek. Voor gemeenten, handhavers, en preventieprofessionals heeft het Trimbos-instituut daarnaast een  handreiking opgesteld. Extra aandacht gaat uit naar het ontwikkelen van voorlichting en preventie materiaal voor twee specifieke aandachtsgebieden: lachgas gebruik onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond en lachgasgebruik in het verkeer.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    T.K.24077-452. Drugbeleid: Brief regering: Integrale aanpak lachgas. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2019.
  2. 2.
    T.K.24077-460. Drugbeleid: Verslag van een schriftelijk overleg: Vastgesteld 20 maart 2020. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.
  3. 3.
    T.K.24077-465. Drugbeleid: Brief regering: Lachgas voorlichting en preventie. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype