HomeMiddelengebruik en strafbaar gedrag17.1.3 Rijden onder invloed

17.1.3 Rijden onder invloed

In het kort: Bij verkeersmisdrijven blijft rijden onder invloed een hardnekkig probleem. Alcohol blijkt getalsmatig het vaakst voor te komen, maar de combinatie van alcohol en drugs vormt verhoudingsgewijs een nog groter risico. Het aantal speeksel- en bloedonderzoeken bij verkeerscontroles is de afgelopen jaren gestegen. In 2024 werden ruim 20.000 onderzoeken uitgevoerd naar mogelijk rijden onder invloed van drugs. Daarnaast maakte de politie in 2023 meer dan 22.000 processen-verbaal op voor rijden onder invloed van alcohol en ruim 17.000 voor drugs. Daarmee vormden bestuurders die onder invloed reden in 2024 twee derde van alle verdachten van verkeersmisdrijven.

Wetgeving

Sinds de invoering van de WMG in 2017 gelden wettelijke limieten voor diverse stoffen die deelnemers aan het verkeer mogen gebruiken. De politie mag bij een verdenking van rijden onder invloed een speekseltest afnemen. Deze test is een voorselectie. Bij een positieve uitslag volgt een bloedonderzoek, dat wordt geanalyseerd door het NFI.

Eerder onderzoek laat zien dat alcohol het risico op ernstige of dodelijke verkeersongevallen het meest verhoogt. Dat geldt zelfs bij een alcoholpromillage onder de wettelijke limiet ​[1]​. Het risico neemt exponentieel toe bij hogere waarden ​[2–4]​. Ook amfetamines, medicinale opioïden en vooral combinaties van middelen verhogen de kans op ongevallen sterk. Alcohol in combinatie met drugs is het meest risicovol ​[3,5]​. Cannabis geeft het laagste risico, terwijl cocaïne en opiaten een middelmatig verhoogd risico opleveren ​[2,3]​.

Alcohol in het verkeer

In Nederland is het verboden te rijden met een alcoholpromillage van 0,5% of hoger (0,2% voor beginnende bestuurders). Rijden onder invloed van drugs is sinds 2014 strafbaar, met grenswaarden per middel.

Onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) uit 2024 laat zien dat 39% van de fietsers, 9% van de autobestuurders en 5% van de motorrijders aangaf in het voorgaande jaar te hebben deelgenomen aan het verkeer na te veel alcohol te hebben gedronken. Omdat deze vraag voor het eerst is opgenomen in de vragenlijst, zijn deze resultaten niet te vergelijken met voorgaande jaren ​[6]​.

Tweejaarlijks onderzoek in opdracht van het Directoraat-Generaal Mobiliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar alcohol in het verkeer (2006-2022) laat zien dat het aandeel automobilisten met een te hoog promillage in 2022 rond 2% lag. Dit is gelijk aan 2019. Op landelijk niveau is het aandeel automobilisten met een te hoog alcoholpromillage in 2022 vrijwel gelijk gebleven met 2019. Het aandeel zware overtreders (>1,3%) steeg daarentegen van 0,3% in 2019 naar 0,6% in 2022, het hoogste niveau sinds 2006 ​[7,8]​.

Mannen reden vaker onder invloed dan vrouwen, maar de verschillen zijn kleiner geworden. Binnen de groep van mannen zijn de meeste overtreders tussen 25 en 34 jaar oud en bij de vrouwen gaat het om de leeftijdsgroep tussen 35 en 49 jaar. De meeste overtreders hadden gedronken in de horeca, bij vrienden/familie of thuis ​[7,8]​.

Rijden onder invloed van drugs

Sinds de uitbreiding van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) in 2017 kunnen speekseltests en psychomotorische tests (PMT) op drugs worden ingezet. Bij een positieve uitslag volgt een bloedonderzoek. De Wet drugs in het verkeer (artikel 8 WVW 1994) is in 2023 geëvalueerd door DSP-groep in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) ​[9]​. Hieruit is gebleken dat het gebruik van speekseltests sterk is toegenomen: van 2.973 positieve tests in 2018 naar 14.471 in 2022. Het werkelijke aantal gebruikte speekseltests is waarschijnlijk veel groter, aangezien niet elke test tot een positief resultaat leidt. Ongeveer 3-4% van de bestuurders weigert een test ​[9]​.

Het aantal bloedonderzoeken steeg van 1.153 in 2017 naar 16.467 in 2022. In 2021 was 62% van de uitslagen positief. Meestal werd cannabis aangetroffen (71%), gevolgd door amfetamines (31%), cocaïne (15%) en GHB (7%). In driekwart van de gevallen ging het om enkelvoudig gebruik ​[9]​.

In de evaluatie van de Wet drugs in het verkeer is ook gekeken naar knelpunten die politiefunctionarissen ervaren bij het opsporen en vervolgen van rijden onder invloed van drugs. Dit zijn voornamelijk: een gebrek aan kennis en bekendheid over hoe dit aan te pakken, het feit dat het gebruik van speekseltests bij verkeersongevallen nog geen standaardprocedure is, verschillen in toepassing tussen politie-eenheden, -teams en zelfs binnen teams en een beperkte capaciteit bij verschillende ketenpartners zoals politie, OM, NFI en CBR ​[9]​.

Zelfgerapporteerd middelengebruik in het verkeer

In het onderzoek dat Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) tweejaarlijks door I&O Research laat uitvoeren naar rijden onder invloed van alcohol in Nederland, is in 2022 een enquête uitgezet. Deze enquête onder bijna 5.000 bestuurders liet zien dat 5% in het afgelopen jaar onder invloed van alcohol had gereden en 1% onder invloed van drugs. Mannen (11%) deden dit vaker dan vrouwen (6%). Bestuurders jonger dan 50 jaar hadden ook vaker onder invloed gereden van alcohol (7%) of drugs (2%) dan bestuurders van 50 jaar of ouder (resp. 3% en 0%). De belangrijkste redenen om dit te doen: men voelde zich verplicht naar huis te rijden of dacht dat het gebruik de rijvaardigheid niet beïnvloedde ​[7]​.

Bij drugs ging het vooral om softdrugs (77%). Bestuurders gebruikten deze vaak thuis of bij bekenden. De meest genoemde reden om te rijden onder invloed van drugs was het idee dat het gebruik de rijvaardigheid niet beïnvloedde (43%) en een kwart van de bestuurders gaf aan dat het een gewoonte was ​[7]​.

Letsel en ziekenhuisopnames

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft VeiligheidNL in 2022 een onderzoek uitgevoerd naar middelengebruik door bestuurders van gemotoriseerde voertuigen. Hiervoor is gebruikgemaakt van het Letsel Informatie Systeem (LIS). Volgens gegevens uit het LIS (2012-2021) had gemiddeld 5% van de bestuurders met ernstig letsel alcohol en/of drugs gebruikt. Meestal ging het om alcohol (87%), gevolgd door drugs (7%) of een combinatie (6%). De meerderheid was man (87%) en een kwart van de mannelijke bestuurders was jonger dan 25 jaar. Vaak betrof het eenzijdige ongevallen (50%, dit zijn ongevallen waarbij alleen de bestuurder zelf betrokken is en er geen botsing plaatsvindt, zoals wegglijden, omvallen of uit de bocht vliegen) of botsingen met obstakels (29%, waarbij de bestuurder een vast object raakt, zoals een paal, boom of stoeprand) ​[10]​.

Het aantal dodelijke slachtoffers bij verkeersongevallen waarbij de bestuurder onder invloed was van alcohol en/of drugs is in de periode 2016-2022 gestegen. In 2022 waren dit er 61, terwijl het in 2016 nog ging om 12 verkeersdoden ​[11]​. Alleen in 2020 en 2021 was er een daling te zien door minder verkeer tijdens de coronaperiode ​[12]​. SWOV neemt aan dat de werkelijke aantallen hoger liggen, omdat het alcoholpromillage van overleden bestuurders vaak niet wordt gemeten ​[11]​.

Toename in verkeerscontroles en middelenonderzoek bij rijden onder invloed

In 2023 maakte de politie ruim 22.000 processen-verbaal op voor rijden onder invloed van alcohol en ruim 17.000 voor rijden onder invloed van drugs (al dan niet gecombineerd). Het aantal onderzoeken naar drugs steeg van 16.945 in 2023 naar 20.163 in 2024 ​[13,14]​. De stijging van het aantal processen-verbaal heeft volgens de politie deels te maken met een vernieuwde werkwijze. Sinds 2017 werkt de politie met speekseltests die de aanwezigheid van drugs kunnen constateren. Voor 2017 werd hier nog nauwelijks op gecontroleerd ​[15]​. Daarnaast kan de stijging volgens experts toegeschreven worden aan de gerichte controles bij festivals, die steeds vaker uitgevoerd worden ​[7]​. Op het moment is er nog geen meetmethode om lachgas in het lichaam aan te tonen. Voor meer informatie over lachgas in het verkeer verwijzen we naar § 13.6.2.

Sinds 2019 wordt het uitvoeren van alcohol- en/of drugsonderzoeken uitbesteed aan diverse laboratoria. Het NFI coördineert deze uitbesteding. Uit registraties van het NFI blijkt dat het aantal onderzoeken dat werd uitgevoerd vanwege een verdenking van rijden onder invloed van alcohol en/of drugs is gestegen sinds de invoering van nieuwe wetgeving in 2017 ​[15]​.

In 2024 zijn 20.163 onderzoeken uitgevoerd vanwege het (mogelijk) rijden onder invloed van drugs. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 (16.945). Een relatief klein deel van de bloedonderzoeken naar middelengebruik in het verkeer betreft een verdenking van rijden onder invloed van alcohol (4% in 2024).

In de duidingssessie van 2025 werd een aantal mogelijke ontwikkelingen genoemd die een rol kunnen spelen bij deze toename. Zo is er sprake van een stijging van het aantal gevallen waarin mensen onder invloed van ketamine achter het stuur worden aangetroffen. Verder is de politie in de afgelopen periode beter in staat geworden rijden onder invloed te herkennen. Binnen de politieorganisatie wordt meer aandacht besteed aan het creëren van bewustwording, onder meer via webinars. Politiemensen zijn hierdoor beter op de hoogte van hoe dit gedrag te herkennen, maar ook van de verschillende tools, zoals speekseltesten, die kunnen worden ingezet ​[7]​.

Rijgeschiktheidsonderzoeken door het CBR

In 2024 startte het Centraal Bureau voor de uitgifte van Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) 3.066 onderzoeken naar mogelijk problematisch alcoholgebruik. Dit is een daling ten opzichte van 2023 (3.982). Het CBR startte in 2024 1.313 onderzoeken naar mogelijk problematisch drugsgebruik, een daling ten opzichte van 2023 (3.113) ​[16]​. Daarnaast zijn er in 2024 13 onderzoeken uitgevoerd wegens mogelijk problematisch alcohol- én drugsgebruik, een lager aantal dan in 2023 toen er 61 onderzoeken plaatsvonden ​[17]​.

Uit de duidingssessie in 2025 komt naar voren dat de daling van het aantal rijgeschiktheidsonderzoeken wegens problematisch drugsgebruik mogelijk te verklaren is doordat sinds april 2023 first offenders met drugs meestal eerst een educatieve maatregel krijgen opgelegd in plaats van een onderzoek ​[7,17]​.

Maatregelen en straffen

De politie registreerde in 2024 ruim 37.000 verdachten van rijden onder invloed, 66% van alle verdachten van verkeersmisdrijven. Dit is een stijging ten opzichte van 2021. Het aandeel verdachten van rijden onder invloed, ten opzichte van het totaal aantal verdachten van verkeersmisdrijven, steeg van 63% in 2023 naar 66% in 2024 ​[18]​.

Bij rijden onder invloed van alcohol en/of drugs volgt doorgaans zowel een strafrechtelijke als bestuursrechtelijke reactie. Het OM nam in 2024 53.820 beslissingen in dit soort zaken [20].

Strafrechtelijke afhandeling kan ook door de rechter plaatsvinden. Zo werden er in 2024 in eerste aanleg 11.280 zaken afgedaan door de rechter voor het rijden onder invloed van alcohol en/of drugs, waarvan 98% leidde tot een schuldigverklaring [20].

Bestuurlijke maatregelen voor rijden onder invloed van alcohol en/of drugs worden door het CBR opgelegd. Het CBR kan naast het starten van een rijgeschiktheidsonderzoek drie soorten cursussen/maatregelen opleggen:

  • de licht educatieve maatregelen alcohol en verkeer (LEMA);
  • de educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA);
  • de educatieve drugs maatregel (EMD).

Het CBR legde in 2024 1.463 LEMA’s, 5.080 EMA’s en 3.768 EMD’s op. Het totaal aantal EMA- en LEMA-cursussen daalde in vergelijking met andere jaren. De EMD is een nieuwe maatregel die per 1 april 2023 is ingevoerd ​[17]​.

In 2022 is een onderzoek verschenen naar de effectiviteit van bestuursrechtelijke maatregelen die werden opgelegd aan bestuurders van gemotoriseerde voertuigen die zich schuldig hadden gemaakt aan rijden onder invloed van alcohol. Er is gekeken naar de volgende maatregelen: de EMA, de LEMA, onderzoek naar rijgeschiktheid en het alcoholslotprogramma (ASP; deze kon alleen tussen december 2011 en september 2014 worden opgelegd). De uitkomsten zijn wisselend. De LEMA en de EMA lijken weinig invloed te hebben op recidive, terwijl het alcoholslotprogramma en het onderzoek naar rijgeschiktheid wel een daling van het recidiverisico laten zien ​[19]​.

Het WODC liet in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoek doen naar de kenmerken en recidive van bestuurders die onder invloed van drugs hebben gereden. Hierbij zijn twee groepen geanalyseerd: bestuurders die in 2019 deelnamen aan het onderzoek naar drugsgebruik en bestuurders die in 2021 in aanmerking kwamen voor de EMD of het onderzoek naar rijgeschiktheid. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste betrokken bestuurders man zijn, vaak jong (gemiddeld 19-21 jaar) en regelmatig een strafrechtelijk verleden hebben, vooral voor verkeers- en drugsdelicten ​[20]​.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Garrisson H, Scholey A, Ogden E, Benson S. The effects of alcohol intoxication on cognitive functions critical for driving: A systematic review. Accident Analysis & Prevention. 2021;154:346–56.
  2. 2.
    Moskowitz H, Fiorentino D. A review of the literature on the effects of low doses of alcohol on driving-related skills. Washington; 2000.
  3. 3.
    Hels T, Bernhoft IM, Lyckegaard L, Houwing S, Hagenzieker M, Legrand S, et al. Risk of injury by driving with alcohol and other drugs. [DRUID: Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines; 6th Framework programme. Deliverable 2.3.5.]. Brussel: European Commission; 2011.
  4. 4.
    Hels T, Lyckegaard A, Simonsen KW, Steentoft A, Bernhoft IM. Risk of severe driver injury  by driving with psychoactive substances. Accident Analysis & Prevention. 2013;59:346–56.
  5. 5.
    Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction E. New EMCDDA report reveals risks of substance use behind the wheel [Internet]. 2012. Available from: https://www.emcdda.europa.eu/news/2012/13_en
  6. 6.
    SWOV. De Staat van de Verkeersveiligheid 2024 – Daling in aantal slachtoffers, maar trend is stijgend. 2024.
  7. 7.
    I&O Research. Rijden onder invloed in Nederland in 2006-2019: Ontwikkeling van het alcoholgebruik van automobilisten in weekendnachten. Den Haag; 2021.
  8. 8.
    I&O-Research. Rijden onder invloed in Nederland in 2006-2022: Ontwikkeling van het alcoholgebruik van automobilisten in weekendnachten. Amsterdam; 2022.
  9. 9.
    Abraham M, Hofstra D, Bos D. Geen nacht zonder [Art.] 8: Evaluatie wet drugs in het verkeer. Amsterdam: DSP-groep; 2023.
  10. 10.
    VeiligheidNL. Middelengebruik in het verkeer: Een analyse van data verzameld op SEH-afdelingen. Amsterdam; 2022.
  11. 11.
    SWOV. Factsheet “Rijden onder invloed van alcohol.” Den Haag: SWOV; 2023.
  12. 12.
    NOS. Aantal doden door drugs en drank in het verkeer fors toegenomen. 2023; Available from: https://nos.nl/artikel/2471787-aantal-doden-door-drugs-en-drank-in-het-verkeer-fors-toegenomen
  13. 13.
  14. 14.
    Politie N. Meer mensen onder invloed van drugs achter stuur [Internet]. 2022. Available from: https://www.politie.nl/nieuws/2022/mei/16/00-drugs-in-het-verkeer.html
  15. 15.
    Politie N. Rijden onder invloed van drugs neemt toe [Internet]. 2020. Available from: https://www.politie.nl/nieuws/2020/juli/20/rijden-onder-invloed-van-drugs-neemt-toe.html
  16. 16.
    CBR. Mailwisseling met Regioplan Beleidsonderzoek inzake NDM. 2024.
  17. 17.
    CBR. Factsheet Educatieve Maatregelen CBR. Rijswijk; 2024.
  18. 18.
    CBS. Geregistreerde criminaliteit; soort misdrijf, regio [Internet]. 2024. Available from: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83648NED/table?fromstatweb
  19. 19.
    Blom M, Boschman SE, Weijters G. Differentiële effectiviteit maatregelen alcohol en verkeer. Den Haag; 2022.
  20. 20.
    Blom M, Weijters G. Achtergronden en recidive na het CBR-onderzoek drugs: Potentiële doelgroepen voor de educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMD) en het onderzoek drugs. Den Haag: WODC; 2023.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.