In het kort: Het aantal geregistreerde Opiumwetmisdrijven steeg in 2024 naar 15.000, tegen de trend in van een dalend aantal geregistreerde misdrijven in totaal. Het OM registreerde vooral zaken rond bezit, gevolgd door handel en vervoer; productie blijft een kleine categorie. Ongeveer 18.000 verdachten werden in 2024 geregistreerd, goed voor 9,9% van alle verdachten. Daarnaast bleef circa een vijfde van de internationale rechtshulpverzoeken drugsgerelateerd, die vooral betrekking hadden op landen binnen Europa.
Wat zijn Opiumwetdelicten?
Opiumwetdelicten zijn strafbare feiten die zijn opgenomen in de Opiumwet, waarin het gebruik, het bezit, de handel en de productie van verdovende middelen is geregeld. De wet maakt een onderscheid tussen overtredingen en misdrijven. Hoewel de wet beide categorieën kent, worden Opiumwetdelicten in de praktijk vrijwel altijd als misdrijf geregistreerd.
Aantallen geregistreerde Opiumwetmisdrijven
Het aantal geregistreerde Opiumwetmisdrijven nam in 2024 toe tot ongeveer 15.000, tegen 14.000 in 2023. Tegelijkertijd daalde het totaal aantal misdrijven in Nederland licht [1,2]. Daarmee steeg ook het aandeel Opiumwetmisdrijven in het geheel [2].
Een opvallende piek in 2019, toen het totaal aantal misdrijven steeg, hangt mogelijk samen met het eenvoudiger maken van online aangifte. Voor Opiumwetdelicten lijkt dit echter geen verklaring, omdat die meestal niet via aangifte bij de politie bekend worden [3].
Aantallen Opiumwetdelicten ingestroomd bij het OM
De instroom van Opiumwetdelicten bij het Openbaar Ministerie (OM) wordt onderverdeeld in drie hoofdvormen: vervaardigen (productie), in-/ uit-/vervoer en handel en aanwezig hebben (bezit). Tot die laatste categorie behoren zowel kleine hoeveelheden voor eigen gebruik als handelshoeveelheden. Deze indeling wordt toegepast op harddrugs, softdrugs en gecombineerde zaken.
Harddrugsdelicten
In 2024 had 52% van de harddrugsdelicten betrekking op het aanwezig hebben van harddrugs, hetzelfde aandeel als in 2023 [4]. Het aandeel in-, uit- en vervoer en handel steeg in 2024 naar 39%, na eerdere dalingen van 43% in 2021 naar 37% in 2023. Het absolute aantal zaken in deze categorie nam eveneens toe. Slechts een klein deel van de instroom betrof de productie van harddrugs: 1,1% in 2024 tegenover 1,6% in 2023 [4]. Volgens experts is productie vaak lastiger te bewijzen dan handel of bezit, waardoor dit aandeel structureel laag ligt [5].
Softdrugsdelicten
Bij softdrugsdelicten lag in 2024 het zwaartepunt eveneens op bezit: 55% van de zaken viel in deze categorie. Dit is een duidelijke stijging ten opzichte van 2023 (41%). Het aandeel handel en vervoer bleef stabiel op 15%. De categorie vervaardigen liet daarentegen een forse daling zien: van 41% in 2023 naar 25% in 2024. Deze afname sluit aan bij een sterk dalende trend die sinds 2021 zichtbaar is. Ten opzichte van 2021 is het percentage in 2024 ongeveer gehalveerd [4].
Gecombineerde hard- en softdrugsdelicten
Bij gecombineerde delicten was in 2024 57% van de instroom gerelateerd aan het aanwezig hebben van drugs. Dit is hoger dan in 2023 (52%). Het aandeel in-, uit- en vervoer en handel daalde: van 34% in 2023 naar 28% in 2024. Het aandeel vervaardigen kwam in 2024 uit op 6%, een lichte daling ten opzichte van 2023 (7%) en in lijn met de licht dalende trend sinds 2015 [4].
Verdachten van Opiumwetdelicten
Gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (gebaseerd op registraties van de politie) schetsen het volgende beeld: in 2024 bleef het aantal geregistreerde verdachten van Opiumwetdelicten met circa 18.000 gelijk aan 2023. Het totaal aantal verdachten van misdrijven daalde van ongeveer 262.000 in 2023 naar 247.000 in 2024. Daarmee nam het aandeel Opiumwetverdachten binnen het totaal toe tot 7,3%. Dat percentage ligt hoger dan in de voorgaande tien jaar, waarin het rond de 7% schommelde [1,2,6].
Volgens experts kan een deel van de stijging worden verklaard door gewijzigde registratievoorschriften bij de politie sinds juli 2018. Sindsdien moeten meerdere delicten apart worden geregistreerd, in plaats van alleen het zwaarste feit [2,6].
De gegevens van het CBS zijn door definitieverschillen niet vergelijkbaar met de gegevens uit de OMDATA/RACmin over Opiumwetdelicten die in de voorgaande paragrafen zijn gepresenteerd (zie ook Bijlage B10).
Internationale rechtshulpverzoeken
Landen kunnen elkaar om hulp vragen bij het onderzoek in strafzaken, via een internationaal rechtshulpverzoek. Hierbij kan het gaan om de volgende vormen van samenwerking:
- Politiële rechtshulp: uitwisseling van bestaande informatie tussen politiediensten, binnen de EU vaak rechtstreeks, buiten de EU via toestemming van het Ministerie van Justitie en Veiligheid of via liaisons.
- Justitieel rechtshulpverzoek: verzamelen van nieuw bewijsmateriaal, gecoördineerd door het OM en uitgevoerd door de politie. Binnen de EU rechtstreeks, buiten de EU met ministeriële toestemming.
- Grote rechtshulp: verzoeken door justitiële instanties over overlevering, uitlevering of strafuitvoering. De politie speelt hier geen directe rol, behalve bij transport of overdracht van verdachten.
Deze verzoeken geven inzicht in de internationale samenwerking en de inzet van opsporingsdiensten.
Sinds oktober 2022 worden de verzoeken geregistreerd in het Dutch International Assistance System (DIAS), dat het eerdere systeem LURIS heeft vervangen. Elk verzoek krijgt een registratienummer; onder dit nummer kunnen meerdere berichten vallen.
Tussen 2020 en 2023 was circa 18% van alle rechtshulpverzoeken drugsgerelateerd. Het gaat daarbij niet alleen om drugsbezit, maar ook om zaken als deelname aan criminele organisaties. Meer dan driekwart van de verzoeken kwam vanuit het buitenland en ruim 60% verliep via samenwerking tussen politiediensten. Het aantal drugsgerelateerde verzoeken schommelt jaarlijks tussen de 7.500 en 8.300 [7].
Nederland wisselt vooral rechtshulpverzoeken uit met buurlanden. Tussen 2017 en 2020 ging 63% van de drugsgerelateerde verzoeken naar of kwam uit België en Duitsland. Ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn belangrijke partners. De top 10 landen waarmee Nederland het meest samenwerkt bestaat vrijwel geheel uit Europese landen, met Turkije als uitzondering [8].
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.Bureau voor de Statistiek C. Geregistreerde criminaliteit; soort, misdrijf, regio. 2023.
- 2.CBS. Geregistreerde criminaliteit; soort, misdrijf, regio. 2024.
- 3.Meijer RF, Van den Braak SW, Choenni R. Criminaliteit en rechtshandhaving 2019: Ontwikkelingen en samenhangen. Den Haag: WODC; 2020 p. (Cahier 2020-16).
- 4.OMDATA. Bewerking WODC/Regioplan. 2025.
- 5.Regioplan. Notitie opbrengsten groepsgesprekken. 2021.
- 6.CBS. Geregistreerde criminaliteit; soort misdrijf, regio . 2022.
- 7.Politie. Georganiseerde drugscriminaliteit in beeld: Fenomeenbeeld drugs 2024. 2024.
- 8.Chessa T, van Mantgem J, Vermeulen I. Fenomeenbeeld drugs 2021: “De narcostand van Nederland.” Zoetermeer: ; 2022 p. 1–327.
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.