HomeKetamine14.6.2 Incidenten

14.6.2 Incidenten

Hoe vaak komen ketaminegerelateerde gezondheidsincidenten voor?

In het kort: Er is geen landelijk dekkende registratie van drugsgerelateerde incidenten, daardoor weten we niet hoeveel drugsgerelateerde incidenten er in Nederland zijn. Van de geregistreerde drugsgerelateerde incidenten was in 2024 bij ongeveer een op de elf ketamine gebruikt. Bij het merendeel van deze ketamine-incidenten was ketamine in combinatie met een of meer andere drugs gebruikt. In 2024 stond ketamine op de vijfde plek in de top 10 van drugs met de meeste informatieverzoeken bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Het aantal informatieverzoeken over ketamine is ten opzichte van 2023 gestegen.

Het exacte aantal drugsgerelateerde incidenten is niet bekend

We weten niet precies hoeveel drugsgerelateerde incidenten er landelijk zijn. We kunnen wel iets zeggen over met welke drugs er relatief vaak incidenten zijn, hoe dit over de jaren heen eventueel veranderd is, wat de aard van de incidenten is en wat de kenmerken zijn van de mensen met een incident.

Bij ongeveer één op de elf drugsgerelateerde gezondheidsincidenten speelt ketamine een rol

In 2024 werden er 576 ketaminegerelateerde gezondheidsincidenten geregistreerd bij de Monitor Drugsincidenten (MDI) ​​[1]​. Dat is 9% van het totaal aantal geregistreerde drugsincidenten door de MDI. Uitleg over deze cijfers en meer informatie over de MDI vind je onder het kopje Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina.

Bij merendeel van de ketamine-incidenten is ketamine in combinatie met een of meer andere drugs gebruikt

Bij 42% van de geregistreerde ketamine-incidenten was er sprake van mono-drugsgebruik. Dat betekent dat ketamine als enige drug is gebruikt. Waar bekend, werd bij 29% van deze incidenten ook het gebruik van alcohol gemeld.

Bij 58% van de geregistreerde ketamine-incidenten was er sprake van polydrugsgebruik. Dat betekent dat bij eenzelfde gelegenheid naast ketamine, één of meer andere drugs werd gebruikt. Ketamine werd het vaakst samen gebruikt met ecstasy (42%), 3-MMC (29%), cocaïne (25%), amfetamine (19%), GHB (16%), en/of cannabis (13%). Waar bekend, werd bij 33% van deze incidenten ook alcoholgebruik gemeld.

Polydrugsgebruik verhoogt de kans op ongewenste en onvoorspelbare effecten, omdat de afzonderlijke middelen elkaars effecten kunnen beïnvloeden. De middelen kunnen elkaars werking bijvoorbeeld versterken of juist tegenwerken.

Bij merendeel van de ketamine-incidenten gaat het om intoxicaties

Bij 93% van de geregistreerde ketamine-incidenten was er sprake van een intoxicatie. Daarnaast liepen sommige cliënten letsel op tijdens gebruik (4%). Mogelijk gaat het hierbij om een onderrapportage; bij de behandeling van letsel is het namelijk vaak minder belangrijk of er drugs zijn gebruikt, waardoor hier niet in alle gevallen expliciet naar gevraagd wordt. Bij minder dan 1% van de ketamine-incidenten was er sprake van ontwenning. In 3% van de gevallen was het type incident niet bekend.

Grootste aandeel ketamine-incidenten bij EHBO-posten

Het grootste percentage ketamine-incidenten binnen de medische diensten werd gezien door EHBO-posten (16% van het totaal aantal drugsincidenten binnen deze dienst). Hier ging het vaker om polydrugsgebruik met ketamine (59%) dan mono-gebruik (41%).

Ketaminecliënten zijn vaak man en ouder dan 25 jaar

Waar bekend, ging het bij het overgrote gedeelte van de incidenten met mono-drugsgebruik van ketamine om mannen. Bij de EHBO-diensten was 73% man, en bij de ambulancediensten 62%, Het merendeel van de ketaminecliënten was ouder dan 25 jaar.

Mate van intoxicatie verschilt per medische dienst 

De mate van intoxicatie verschilt per medische dienst. Waar bekend, ging het bij zowel de EHBO’s als de ambulancediensten na mono-drugsgebruik van ketamine relatief vaak om matige intoxicaties (EHBO’s 48%, ambulances 40%). Bij MDI-ziekenhuizen ging het meestal om ernstige intoxicaties (75%). Bij het LIS is geen informatie beschikbaar over de mate van intoxicatie.

Het aandeel ernstige intoxicaties na mono-drugsgebruik van ketamine bij de EHBO steeg de afgelopen jaren tot 23% in 2023. Deze stijging lijkt in 2024 niet verder door te zetten (24%).

De mate van intoxicatie is een (grove) indeling van de ernst van de vergiftiging op basis van het klinische beeld van de cliënt. Deze indeling is gebaseerd op verschillende scores, zoals de EMV en AVPU, en klinische ervaring/expert opinion. De behandelend zorgmedewerker bepaalt de mate van intoxicatie, of deze wordt op een later moment vastgesteld op basis van de medische rapportage van de cliënt. De score gaat over het moment waarop de cliënt het meest last had van klachten en/ of complicaties.

Klachten en complicaties die in 2024 veel voorkwamen na mono-drugsgebruik van ketamine bestonden bij lichte intoxicaties vaak uit malaise (43%) en braken/misselijkheid (32%). Bij matige intoxicaties was er daarnaast ook vaak sprake van desoriëntatie (34%). Bij ernstige intoxicaties waren patiënten regelmatig minder of moeilijk aanspreekbaar (34%). Ongeveer een op de tien (11%) patiënten met een ernstige intoxicatie raakte bewusteloos of was helemaal niet aanspreekbaar.

Polydrugsgebruik

Polydrugsgebruik verhoogt de kans op ongewenste en onvoorspelbare effecten. Bij EHBO’s werden meer ernstige intoxicaties gezien bij polydrugsgebruik met ketamine (39%) dan bij mono-gebruik (24%). Na de coronapandemie in 2020 is het aandeel ernstige intoxicaties na polydrugsgebruik met ketamine bij de EHBO-diensten gestegen van 25% in 2021 naar 39% in 2024. Bij de ambulancediensten daalde het aandeel ernstige intoxicaties na polydrugsgebruik met ketamine juist, van 54% in 2021 naar 40% in 2024. Bij de MDI-ziekenhuizen is het aandeel in deze jaren ongeveer gelijk gebleven (63% in 2024)

Hoe vaak zoeken hulpverleners informatie op over ketamine bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum?

Ketamine in 2023 op vijfde plek in top 10 van drugs met meeste informatieverzoeken bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum

In 2023 stond ketamine op de vijfde plek in de top 10 van drugs met het hoogste aantal telefonische informatieverzoeken die door hulpverleners bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) zijn gedaan (139 telefonische informatieverzoeken) ​[NO_PRINTED_FORM]​. Dat is 7% van het totaal aantal telefonische informatieverzoeken. Onder deze categorie vallen zowel klassieke drugs, als nieuwe psychoactieve stoffen (NPS).

Aantal informatieverzoeken over ketamine gestegen

Het aantal informatieverzoeken is vergeleken met 2023 gestegen, toen waren er 99 telefonische informatieverzoeken over ketamine. Bij de meeste informatieverzoeken ging het om het gebruik van ketamine in combinatie met andere drugs, alcohol of medicijnen. Dit vergroot de kans op ernstige klachten.

Op de website www.vergiftigingen.info werden daarnaast 391 ernstberekeningen uitgevoerd voor ketamine. Een ernstberekening is een inschatting van de ernst van de intoxicatie op basis van een aantal gegevens. Zie Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina voor meer uitleg. Dat is 12% van het totaal aantal ernstberekeningen. Ketamine stond hier op de vierde plaats in de categorie drugs en illegale middelen, na MDMA, cocaïne, en cannabisproducten. Ook het aantal ernstberekeningen nam toe van 245 in 2023 naar 391 in 2024.

Registratie van drugsgerelateerde incidenten

De Monitor Drugsincidenten (MDI) houdt sinds 2009 jaarlijks gegevens bij over acute gezondheidsincidenten als gevolg van drugsgebruik in Nederland ​[1]​​. De informatie wordt verzameld via verschillende medische diensten, waaronder SEH-afdelingen van ziekenhuizen, ambulancediensten, forensisch artsen en EHBO-posten op grootschalige evenementen. De MDI werkt met acht peilstationregio’s: Amsterdam, Rotterdam, Brabant Zuidoost, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Twente, Groningen en Limburg. Daarnaast melden enkele instanties buiten deze regio’s incidenteel ernstige incidenten of sterfgevallen.

Hoewel de MDI waardevolle inzichten biedt in de aard en ernst van acute drugsincidenten, is de monitor niet landelijk dekkend. Hierdoor is zij minder geschikt om een volledig beeld te geven van het totale aantal incidenten in Nederland. De gekozen regio’s zijn informatief om trends in drugsgebruik te signaleren. Het aantal deelnemende instellingen is in de loop der jaren gegroeid, al zijn enkelen (tijdelijk) wegens omstandigheden niet in staat geweest om gegevens aan te leveren wegens verandering in hun registratiesysteem of personele onderbezetting. Dit leidt tot fluctuaties in het absolute aantal gemelde incidenten. Om die reden rapporteert de MDI bij voorkeur in percentages in plaats van absolute aantallen.

Een belangrijk aandachtspunt bij de interpretatie van de cijfers is dat het bij het merendeel van de meldingen gaat om zelfrapportage of vermoedens van gebruik. Dit betekent dat de gebruikte drug vaak wordt aangegeven door de betrokkene zelf, door omstanders, of wordt afgeleid uit het klinische beeld of aangetroffen parafernalia. Drugsincidenten worden bijna nooit toxicologisch onderzocht. Dit betekent dat er geen laboratoriumtests zijn uitgevoerd om de aanwezigheid van specifieke stoffen te bevestigen. Hierdoor blijft het onzeker welke stof het incident heeft veroorzaakt.

Tot slot verschilt de volledigheid van de gegevens per casus, afhankelijk van hoe gedetailleerd de variabelen in de medische dossiers zijn vastgelegd. Ondanks deze beperkingen biedt de MDI een verdiepend beeld van de acute gezondheidsproblemen die kunnen optreden na het gebruik van verschillende soorten drugs.

Informatieverzoeken van hulpverleners bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) registreert informatieverzoeken van artsen en hulpverleners over de mogelijke gezondheidseffecten en behandeling van acute vergiftigingen. Het NVIC is onderdeel van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) en is 24 uur per dag telefonisch bereikbaar. De meeste drugsgerelateerde telefonische informatieverzoeken gaan over cliënten die in aanraking zijn gekomen met een middel: een blootstelling. Een blootstelling leidt niet altijd tot vergiftigingsverschijnselen, het gaat dus om een mogelijke/potentiële vergiftiging.

Hulpverleners kunnen ook via de website www.vergiftigingen.info toxicologische informatie van een stof of product opzoeken. Er kan a) een ernstberekening worden uitgevoerd voor een individuele patiënt, b) een stofmonografie worden ingezien of c) therapieteksten en behandelprotocollen worden geraadpleegd. Bij het uitvoeren van een ernstberekening vult de hulpverlener een aantal gegevens in op de site. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt teruggekoppeld of er vermoedelijk sprake is van een lichte intoxicatie (tekst: behandeling meestal niet nodig), een matige intoxicatie (tekst: ziekenhuisobservatie, behandeling vaak nodig) of een ernstige intoxicatie (tekst: mogelijk levensbedreigend).

Het aantal telefonische informatieverzoeken en ernstberekeningen geven geen informatie over het daadwerkelijke aantal blootstellingen of vergiftigingen. Ook de mate waarin de hulpverleners kennis hebben (opgebouwd) over het middel zal van invloed zijn op het aantal informatieverzoeken. De website kan bovendien niet alleen worden gebruikt bij daadwerkelijke blootstellingen, maar ook voor oriëntatie of bijscholing. Daarnaast bestaat in Nederland geen meldingsplicht voor acute vergiftigingen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Van Winkel S, Hutten N, Salar B, Noach S, Valkenberg H, Van Laar M, et al. Monitor Drugsincidenten: Jaarraportage 2024 [Internet]. Utrecht: Trimbos-instituut; 2026. Available from: https://www.trimbos.nl/wp-content/uploads/2026/05/TRI-41-031_Monitor-Drugsincidenten-Jaarrapportage-2024.pdf

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.