HomeBijlagenA2. Leefstijlmonitor-aanvullend (LSM-A)

A2. Leefstijlmonitor-aanvullend (LSM-A)

Methode

Gegevens uit de Gezondheidsenquête worden gezien als de primaire bron voor de kerncijfers over middelengebruik. In 2016 werd voor het eerst de tweejaarlijkse aanvullende module middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A) uitgevoerd. In de LSM-A wordt het gebruik van meer middelen uitgevraagd, waaronder ketamine en ADHD-medicatie, en er wordt nader ingegaan op de aard en frequentie van middelengebruik (zoals de frequentie van gebruik, wijze van aankoop, aan middelen gerelateerde gezondheidsproblemen en hulpzoekgedrag). Aangezien het hier om een verdiepende module gaat, is er een overlap in gestelde vragen, maar de volgorde van vragen en de exacte formulering wijkt soms af van de Gezondheidsenquête (GE). Een uitgebreide onderzoeksbeschrijving is te vinden op de website van de Leefstijlmonitor ​[1]​. Voor zowel de GE als de LSM-A worden de gegevens gedurende het hele jaar verzameld.

Voor de LSM-A is een steekproef samengesteld van personen van 15 jaar en ouder. Zij worden eerst uitgenodigd om via internet deel te nemen aan de vragenlijst. Wanneer zij hier niet op responderen worden ze telefonisch of aan huis opnieuw benaderd (de GE past geen telefonische herbenadering toe). Er zijn vergeleken met de GE relatief meer jongeren en jongvolwassenen tussen 15-34 jaar gerekruteerd, de leeftijdsgroep waarin drugsgebruik doorgaans het meest voorkomt. Hierdoor zijn er meer respondenten die ook de vervolgvragen over drugsgebruik beantwoorden, zodat dit gedrag in meer detail onderzocht kan worden. Door weging is vervolgens voor deze ‘oversampling’ gecorrigeerd.

Doelgroepgerichte herbenadering

In de LSM-A Middelen 2016 en 2018 vond een simpele doelgroepgerichte herbenadering plaats: Nadat men was uitgenodigd voor de internetvragenlijst werd van de mensen die niet op de internetvragenlijst antwoordden 60% uitgenodigd voor een face-to-face interview, met uitzondering van de personen met een niet-Westerse migratieachtergrond; in deze groep werd iedereen herbenaderd voor een interview. Bij de LSM-A is vanaf 2019 gebruik gemaakt van een aangepaste herbenaderingsstrategie, zoals in de Gezondheidsenquête. Deze herbenadering is dus in 2020 voor het eerst van toepassing op de verdiepende gegevens over middelengebruik. De doelgroepen voor de LSM zijn bepaald op basis van de kans dat iemand respondeert gebaseerd op achtergrondkenmerken leeftijd, inkomen en migratieachtergrond. Voor de LSM 2020 werden er in totaal 12 doelgroepen vastgesteld. Het effect van de aangepaste methode (of er een trendbreuk is) kon echter niet zuiver worden vastgesteld, omdat er (door corona) twee fouten zijn gemaakt bij de dataverzameling (zie volgende alinea’s).

LSM-A 2020

Impact van COVID-19 op de LSM-A

Door de coronamaatregelen kon het CBS gedurende een aantal maanden geen aan-huis (face-to-face) interviews uitvoeren. In deze maanden heeft het veldwerk in aangepaste vorm plaatsgevonden. In deze notitie staat per maand beschreven hoe er is omgegaan met de coronamaatregelen ​[2]​.

In de LSM-A wordt vaak gevraagd naar een periode van één jaar voor het afnemen van de vragenlijst (laatste-jaar-gebruik) en omdat de gegevens gedurende het hele jaar worden verzameld, hebben de cijfers deels betrekking op het gedrag van de deelnemers in het jaar 2019, dat wil zeggen vóór de coronamaatregelen. 

Fouten bij de dataverzameling van de LSM-A

Naast een wijziging in de onderzoeksmethode zijn er in 2020 twee fouten gemaakt bij de dataverzameling van de LSM-A, die mogelijk een effect hebben gehad op de resultaten van de enquête. Allereerst zijn er bij één van de twaalf doelgroepen in de maanden maart t/m augustus per ongeluk geen mensen geselecteerd voor herbenadering voor een face-to-face interview. Deze periode viel samen met de periode waarin de face-to-face-interviews vanwege de coronamaatregelen niet op de gebruikelijke manier konden worden uitgevoerd, waardoor deze fout nauwelijks impact heeft gehad op de resultaten van de LSM-A Middelen. Ten tweede is er van april tot en met juni 2020 gebruik gemaakt van een verouderde indeling van de doelgroepen voor de herbenadering. Veel respondenten kwamen dus in verkeerde doelgroepen terecht met andere kansen en manieren van herbenadering. Het CBS heeft geprobeerd om via extra uitnodigingen en aanpassing van de weging de fouten te herstellen. Uiteindelijk bleek dat voor een deel van de respondenten de weging kon worden aangepast. Dit was echter niet voldoende om het effect van de fouten op te lossen ​[2]​.

Effect van wijzigingen en verstoringen bij de LSM-A op de resultaten

De bovengenoemde veranderingen hebben alle drie een effect op de verhoudingen tussen de aantallen mensen die de vragenlijst via internet, via telefonische interviews en via face-to-face interviews beantwoorden. De effecten konden echter niet apart worden onderzocht. Het gezamenlijke effect is wel onderzocht door de cijfers van de LSM 2020 te vergelijken met de cijfers van de LSM 2016 en de LSM 2018 door middel van een simulatie. Dit is gedaan voor de kernprevalenties van middelengebruik. Een uitgebreide beschrijving is te lezen in deze notitie ​[2]​.

Deze simulatie laat zien dat de wijzigingen en de fouten in de steekproeftrekking tezamen een effect hadden op meerdere prevalenties uit de Leefstijlmonitor Aanvullende Module Middelengebruik 2020. Onder de onderzochte indicatoren bleek dat deze wijzigingen een lagere prevalentie van middelengebruik tot gevolg hadden dan wanneer er geen wijzigingen/fouten zouden zijn geweest, met uitzondering van alcoholgebruik waar de cijfers hoger uitvallen als gevolg van de wijzigingen. Er is dus geen eenduidige conclusie te trekken over de richting (hoger/lager) en de grootte van de effecten.

Voor de meeste indicatoren wordt de Gezondheidsenquête als primaire bron gebruikt, maar voor ketamine, slaap- en kalmeringsmiddelen en adhd-medicijnen wordt de LSM data als primaire bron gebruikt. Voor deze middelen is gekeken of de uitkomsten van de trendanalyses (gelijk/toename/afname) overeenkomen met of juist afwijken van aanwijzingen uit andere studies en monitors. Er werden in deze vergelijking geen afwijkingen gevonden. Door de fouten moet er wel voorzichtig worden omgegaan met de conclusies die getrokken worden op basis van de LSM-A data. De komende jaren zullen uitwijzen of de trends die zijn gevonden doorzetten.

Vergelijking resultaten LSM-A 2020 en Gezondheidsenquête 2020

Zoals eerder vermeld zijn de cijfers uit de Gezondheidsenquête leidend voor het bepalen van de prevalenties en trends die vermeld worden in dit jaarbericht. Hoewel beide steekproeven een representatieve groep uit de bevolking vertegenwoordigen, zijn er methodologische verschillen in de wijze van dataverzameling, in de vragenlijst en in methode van interview, die zouden kunnen bijdragen aan verschillen in resultaten. De LSM-A en de Gezondheidsenquête moeten daarom worden beschouwd als twee afzonderlijke onderzoeken die elkaar aanvullen.

De prevalenties (van personen van 18 jaar en ouder) zijn voor een aantal belangrijke indicatoren uit de LSM-A en de Gezondheidsenquête met elkaar vergeleken. Hier verschijnt ook een rapportage over. In 2016 ​[3]​ werden er nauwelijks verschillen gevonden, in 2018 ​[4]​ bestonden er aanzienlijk meer verschillen tussen de twee steekproeven, voor zowel de vragen over roken als alcohol en drugs, en in 2020 lijken deze verschillen groter te zijn geworden. In 2020 spelen de wijzigingen en fouten hier (mogelijk) ook een rol in. De tabel hieronder laat de resultaten van beide bevolkingsstudies in 2020 zien.

  • De tabel laat zien dat het percentage dagelijks rokers en het percentage dagelijks rokers 3 procent lager is in de LSM-A.
  • Ook het percentage zware drinkers is lager in de LSM-A dan in de Gezondheidsenquête. Deze indicator is echter niet volledig vergelijkbaar, omdat de manier waarop deze indicator is uitgevraagd verschilt tussen de twee onderzoeken.
  • In de Gezondheidsenquête is het gebruik van cannabis in de laatste maand statistisch significant hoger dan in de LSM-A, maar de indicatoren voor het gebruik ooit in het leven en in het laatste jaar verschillen niet.

Tabel 18.2

Problematisch cannabis- & alcoholgebruik

In de LSM-A zijn aan laatste-jaar-gebruikers van cannabis de vragen uit de Cannabis Abuse Screening Test (CAST) voorgelegd. Bij gebrek aan onderzoek met een uitgebreid diagnostisch instrument (zoals in NEMESIS-2), geeft deze korte vragenlijst een indicatie van problematisch cannabisgebruik in de bevolking. De CAST bestaat uit 6 vragen over de afgelopen 12 maanden, met de antwoord opties nooit, zelden, af en toe, best vaak, of heel vaak:

Wilt u bij de volgende voorvallen aangeven hoe vaak u hiermee te maken heeft gehad in de afgelopen 12 maanden?

Hoe vaak in de afgelopen 12 maanden…
…heeft u cannabis gebruikt voor de middag?
heeft u cannabis gebruikt terwijl u alleen was?
… heeft u geheugenproblemen gehad als u cannabis gebruikt?
… hebben uw vrienden of familie u verteld dat u minder cannabis zou moeten gebruiken of dat u zou moeten stoppen?
… heeft u geprobeerd om te stoppen met cannabis zonder dat het lukte?
… heeft u problemen gehad door uw cannabisgebruik?

De totale score op de CAST kan variëren van 0-6 en wordt berekend door bij vraag 1 en 2 het antwoord ‘best vaak’ en ‘heel vaak’ 1 punt te scoren, en bij de rest van de vragen alle antwoorden behalve ‘nooit’. Bij een totaal score van 2 of hoger spreken we van een positieve score op de CAST, hetgeen een indicator is van een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze resultaten moeten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat het hier niet om een klinische diagnose gaat.

Ook is in de LSM-A is onder laatste-jaar-gebruikers van alcohol een vragenlijst afgenomen om personen met riskante en schadelijke patronen van alcoholgebruik te identificeren (Alcohol Use Disorders Identification Test, AUDIT). Deze screener is ontworpen door de World Health Organization (WHO) om een indicatie te geven van problematisch alcoholgebruik in de bevolking. De AUDIT bestaat uit 10 vragen over de afgelopen 12 maanden. Een totaalscore van de AUDIT kan variëren tussen 0-40 en een score van 8 of meer is in de klinische praktijk een indicatie voor verder diagnostisch onderzoek. Daarnaast worden op basis van de totaalscore ook 4 ernstcategorieën gedefinieerd: geen/laag risico (0-7); matig risico (8-16); hoog risico (17-19); alcohol afhankelijkheid (≥20).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    RIVM. Onderzoeksbeschrijving Aanvullende Module Middelen Volwassenen [Internet]. 2021. Available from: https://www.rivm.nl/leefstijlmonitor/onderzoeksbeschrijvingen-lsm/a-middelen
  2. 2.
    Hupkens C. Geplande en ongeplande wijzigingen in de dataverzameling van de Leefstijlmonitor Aanvullende Module Middelen 2020 [Internet]. Heerlen: CBS; 2020. Available from: https://www.rivm.nl/documenten/geplande-en-ongeplande-wijzigingen-in-dataverzameling-van-leefstijlmonitor-aanvullende
  3. 3.
    Hupkens C, Den Hollander E. Aanvullende module Leefstijlmonitor Middelen 2016: Vergelijking met de Gezondheidsenquête [Internet]. Bilthoven: RIVM; 2017. Available from: https://www.rivm.nl/documenten/vergelijking-lsm-a-middelen-2016-met-ge
  4. 4.
    Hupkens C, Hiemstra M. Aanvullende module Leefstijlmonitor Middelen 2018: Vergelijking met de Gezondheidsenquête [Internet]. CBS, RIVM; 2019. Available from: https://www.rivm.nl/documenten/vergelijking-lsm-middelen-2018-met-ge

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.