HomeHulpvraag en incidenten18.6.2 Ziekenhuizen

18.6.2 Ziekenhuizen

Bij hoeveel opnames en observaties in ziekenhuizen speelt het gebruik van psychedelica een rol?

In het kort: In 2023 was psychedelicaproblematiek in 44 gevallen de hoofddiagnose bij opname of observatie in Nederlandse ziekenhuizen. Daarnaast werd psychedelicagebruik 129 keer als nevendiagnose geregistreerd. Het aantal hoofddiagnosen is sinds 2019 afgenomen, het aantal nevendiagnose bleef ongeveer gelijk. Bijna driekwart van de patiënten met psychedelicaproblematiek was man en de gemiddelde leeftijd was 34 jaar.

In 2023 was psychedelicaproblematiek in 44 gevallen de hoofddiagnose bij opname of observatie

In 2023 waren er in Nederlandse ziekenhuizen 44 klinische opnamen of observaties waarbij psychedelicaproblematiek de hoofddiagnose was. De hoofddiagnose is de diagnose die achteraf (bij ontslag) wordt gezien als de belangrijkste reden voor opname of observatie in het ziekenhuis. In de meeste gevallen (59%) ging het om een klinische opname. Vaker speelde psychedelica een rol als nevendiagnose. In 2023 werd psychedelicagebruik 129 keer als nevendiagnose geregistreerd. Dat betekent dat psychedelicagebruik van invloed is geweest op de behandeling of de uitkomst van de behandeling, maar niet de belangrijkste reden was voor opname of observatie.

Meeste opnamen en observaties vanwege een stoornis gerelateerd aan het gebruik van psychedelica

Artsen leggen bij een klinische opname of observatie vast wast de diagnose is. Dat doen ze met behulp van een internationaal classificatiesysteem, de ICD-10. Er kwamen in 2023 drie psychedelicagerelateerde diagnosen voor. In 2023 werd de diagnose ‘stoornis gerelateerd aan het gebruik van hallucinogenen’, zoals angst, psychose en verslaving, het vaakst als hoofddiagnose geregistreerd (36 keer). De diagnosen ‘vergiftiging door LSD’ en ‘vergiftiging door andere hallucinogenen’ kwamen bij elkaar opgeteld 8 keer als hoofddiagnose voor. Als het gaat om een ‘stoornis door het gebruik van hallucinogenen’ zijn hierin ook opnamen en observaties vanwege ecstasygebruik geregistreerd. Vergiftigingen door ecstasygebruik zijn geregistreerd onder de code voor psychostimulantia (zie psychostimulantia).

Aantal opnamen en observaties vanwege psychedelicaproblematiek als hoofddiagnose afgenomen

Het aantal klinische opnamen en observaties met psychedelicaproblematiek als hoofddiagnose is in 2023 lager dan in 2019. De afname deed zich met name voor tussen 2020 en 2021. Het aantal nevendiagnosen bleef tussen 2019 en 2023 ongeveer gelijk.

In 2023 werden 166 personen minstens één keer opgenomen met psychedelicaproblematiek als hoofd- of nevendiagnose

Dezelfde persoon kan meer dan één keer per jaar worden opgenomen (klinisch of observatie). Ook kan er per opname meer dan één nevendiagnose worden gesteld. Gecorrigeerd voor dubbeltellingen ging het in 2023 om 166 personen. Zij werden in dat jaar minstens één keer opgenomen met een probleem gerelateerd aan psychedelica als hoofd-­ of nevendiagnose.

Bijna driekwart van de patiënten met psychedelicaproblematiek is man

Van de mensen die in 2023 tenminste één keer waren opgenomen (klinisch of observatie) vanwege psychedelicaproblematiek (hoofd- én nevendiagnose) was 71,7% man. Dit is ongeveer gelijk aan het aandeel mannen in eerdere jaren.

Gemiddelde leeftijd van patiënten met psychedelicaproblematiek schommelt rond de 34 jaar

De gemiddelde leeftijd van personen die zijn opgenomen met psychedelicaproblematiek (klinisch of observatie) schommelt rond de 34 jaar en is in 2023 (33,9 jaar) ongeveer gelijk aan 2019 (34,3 jaar).

De gegevens zijn verkregen via Dutch Hospital Data (DHD). Zij zijn verwerker van de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In de LBZ worden alle diagnosen vastgelegd van alle patiënten die een Nederlands ziekenhuis bezochten of een digitaal contactmoment hadden. De diagnosen zijn gecodeerd op basis van de ICD-10.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis, zie voor meer informatie Codeadviezen expertgroep ICD-10. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

De gegevens op deze pagina zijn geanalyseerd voor personen die staan ingeschreven in de BasisRegistratie Personen (BRP). Voor de periode 2015-2018 zijn de analyses op verzoek van het Trimbos-instituut door het CBS uitgevoerd ​[1]​. Vanaf 2019 heeft het Trimbos-instituut de analyses uitgevoerd, volgens dezelfde methode als het CBS.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 [Internet]. 2020. Available from: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.