HomePsychedelica18.7 Ziekte en sterfte

18.7 Ziekte en sterfte

18.7.1 Ziekte

Snel naar:

Deze paragraaf beschrijft uiteenlopende nationale en internationale studies naar het effect van psychedelica op de gezondheid, evenals het risico op overlijden.

Acute toxiciteit

  • Tijdens het gebruik van psychedelica kunnen psychologische of neurologisch effecten optreden, zoals duizeligheid of misselijkheid, zwakte, beven (tremor), slaperigheid, paresthesie (abnormaal gevoel van de huid, bijvoorbeeld tintelingen, prikkelingen, koude rillingen of gevoelloosheid), wazig zien, verwijde pupillen en verhoogde peesreflexen (samentrekken van een spier) ​[1]​.
  • Het meest voorkomende ongewenste psychologische effect van psychedelica is de zogenaamde “bad trip”. Er kunnen dan gevoelens van angst, paniek, somberheid en/of achtervolgingswaan (paranoia) optreden. Doordat emoties erg versterkt kunnen worden door het gebruik van psychedelica, kan zich dit soms uiten in gevaarlijk gedrag zoals agressie ​[1]​.
  • Het risico op een bad trip hangt onder andere sterk samen met de set en setting ​[2,3]​, zoals in § 18.1 wordt benoemd.
  • Lichamelijke bijwerkingen, zoals een verhoogde hartslag of verhoogde bloeddruk, zijn beperkt ​[1]​. Wel kunnen psychedelica voor mensen met een verhoogde bloeddruk, verwijde slagader en verhoogde hersendruk zeer gevaarlijk zijn ​[4]​.
  • Vaak zijn de bijwerkingen van voorbijgaande aard. De meeste bijwerkingen (ongewenste effecten) verdwijnen zodra de (gewenste) effecten psychedelica zijn uitgewerkt ​[5]​.

Chronische toxiciteit

  • Het gebruik van psychedelica kan (ook na eenmalig gebruik) zorgen voor lang aanhoudende visuele waarnemingsstoornissen, ook wel hallucinogen persisting perception disorder (HPPD) genoemd. Deze stoornis komt vermoedelijk weinig voor, maar precieze cijfers ontbreken  ​[6]​.
  • Een ander potentieel risico van psychedelica is het ontstaan of aanwakkeren van een psychose. De psychose kan tot enkele weken of maanden aanhouden. Vermoedelijk komt dit echter alleen voor bij mensen met een aanleg voor of een voorgeschiedenis met psychische problematiek ​[1]​, zoals een psychose ​[4]​ of een bipolaire stoornis ​[5]​.
  • Psychologische bijwerkingen (zoals psychose of HPPD) lijken vooral gerelateerd aan het gebruik van psychedelica in een ‘recreatieve’ setting (vergeleken met een medische setting), met illegaal geproduceerde (synthetische) psychedelica. Bij recreatief gebruik is er bovendien vaak sprake van polydrugsgebruik en gebruik in een ongecontroleerde setting zonder begeleiding, zoals bijvoorbeeld een tripsitter ​[5]​.
  • Bepaalde medicijnen (waaronder antidepressiva, lithium en antipsychotica) hebben impact op de effecten van psychedelica. Daarnaast kan het gebruik van sommige psychedelica onder mensen die bijvoorbeeld serotonine heropname remmers (SSRI’s) gebruiken leiden tot het serotoninesyndroom ​[1]​. Het serotoninesyndroom wordt veroorzaakt door een verhoogde serotonine-spiegel, omdat SSRI’s zorgen voor een verminderde heropname van serotonine. Symptomen van een serotoninesyndroom kunnen zijn: spiersamentrekkingen, beven (tremor), heftig zweten, versnelde hartslag, verhoogde bloeddruk, hoge koorts, rillen, verwijde pupillen, rusteloosheid en agitatie, verwardheid, diarree, oververhitting, spierstijfheid en verhoogde peesreflexen (samentrekken van een spier) ​​​[7]​. Het serotoninesyndroom is levensbedreigend.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Johnson M, Richards W, Griffiths R. Human hallucinogen research: guidelines for safety. Vol. 22, Journal of psychopharmacology (Oxford, England). 2008. p. 603–620.
  2. 2.
    E Zinberg N. Drug, set, and setting. The basis for controlled intoxicant use. . Yale University Press; 1984.
  3. 3.
    Zentner JL. Drug, Set, and Setting: The Basis for Controlled Intoxicant Use. JAMA: The Journal of the American Medical Association. 1985.
  4. 4.
    Breeksema JJ, van Den Brink W, Veraart J, Smith-Apeldoorn S, Vermetten E, Schoevers RA. Psychedelics in the treatment of depression, anxiety, and obsessive-compulsive disorder. Tijdschrift voor Psychiatrie. 2020.
  5. 5.
    Tupper KW, Wood E, Yensen R, Johnson MW. Psychedelic medicine: A re-emerging therapeutic paradigm. CMAJ. 2015.
  6. 6.
    van Laar MW, van Miltenburg CJA. [Epidemiology of hallucinogenic drug use in the Netherlands]. Tijdschrift voor psychiatrie. 2020.
  7. 7.
    Boyer EW, Shannon M. The serotonin syndrome. Vol. 352, The New England journal of medicine. 2005. p. 1112–1120.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2023. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.