HomePsychedelica18.7.2 Sterfte

18.7.2 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van psychedelica in Nederland?

In het kort: Het aantal sterfgevallen door het gebruik van psychedelica in Nederland is niet precies bekend, omdat dit niet specifiek wordt bijgehouden in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. Bovendien kunnen dergelijke sterfgevallen ook een indirect gevolg zijn. De toxiciteit van psychedelica is over het algemeen laag, hoewel er wel een aantal sterfgevallen bekend is waarbij sprake was van overdosering. Een ander risico is de veranderde perceptie en gemoedstoestand, die gebruikers kan aanzetten tot gevaarlijk gedrag, met soms dodelijke afloop.

Nauwelijks sterfgevallen door gebruik van psychedelica in Nederland

De kans op overlijden als direct gevolg van psychedelica is klein. Uit de cijfers van de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat er in 2024 geen sterfgevallen door psychedelica zijn geregistreerd. In 2023 overleed er volgens de Doodsoorzakenstatistiek ten minste 1 persoon door het gebruik van psychedelica. Het ging hier om een overdosering/vergiftiging. Het specifieke middel dat was gebruikt is niet bekend, omdat psychedelica (met uitzondering van LSD) in de Doodsoorzakenstatistiek worden geregistreerd onder de verzamelcategorie “andere en niet gespecifieerde psychodysleptica (hallucinogenen)”. Hierdoor kan er geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruikers van paddo’s of truffels of andere psychedelische middelen.

Tussen 2014 en 2024 overleden er per jaar gemiddeld rond de 4 personen door “andere en niet gespecificeerde psychodysleptica (hallucinogenen)”. Deze overlijdens lijken echter grotendeels te verklaren doordat sterfgevallen waarbij GHB op het doodsoorzakenformulier stond, tot en met 2021 ook onder deze categorie zijn geregistreerd. Er zijn in deze periode geen overlijdens door het gebruik van LSD geregistreerd.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van psychedelica?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft. Het is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs.

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie die is opgelopen door het gebruik van een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

Overlijden als direct gevolg van psychedelica is onwaarschijnlijk, maar sommige psychedelische stoffen of combinaties met andere middelen kunnen wel dodelijk zijn

De toxiciteit van psychedelica is over het algemeen laag. In de meeste gevallen leiden overdoses niet tot levensbedreigende situaties, hoewel er wel ongewenste effecten kunnen optreden, zoals angst, hallucinaties, en verwardheid. Er is wel een aantal sterfgevallen bekend waarbij sprake was van overdosering (enkel bij zeer hoge doseringen) ​[1,2]​​ of combinatiegebruik van psychedelica met andere middelen ​[2–4]​​​ of door vervuiling van LSD met bijvoorbeeld 25I-NBOMe (een nieuwe psychoactieve stof met vergelijkbare effecten als LSD) ​​[1]​​.

Indirect overlijden vanwege gedragsveranderingen door psychedelicagebruik

Een ander risico van psychedelica is de verandering in perceptie en gemoedstoestand die deze stoffen teweegbrengen. Deze effecten kunnen ertoe leiden dat gebruikers gedrag vertonen dat zij normaal gesproken niet zouden vertonen. Er zijn gevallen bekend waarin gebruikers onder invloed van psychedelica een fatale val maakten, bijvoorbeeld door uit een gebouw te springen ​​[2,5]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[6]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Veder komt polygebruik (het gebruik van meerdere middelen tegelijk) relatief vaak voor, maar in de registratie kan slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden vastgelegd. Binnen de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven. Daarbij geldt een voorrangslijst: bij mengintoxicaties wordt alleen het middel geregistreerd dat volgens deze lijst als het meest schadelijk wordt beschouwd ​[7]​. Daarnaast worden X-codes gebruikt om de wijze van overlijden vast te leggen, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging (overdosis). Het gevolg is dat overlijdens door mengintoxicaties met bijvoorbeeld psychedelica en een ander middel dat hoger op de voorrangslijst staat (bijvoorbeeld heroïne), niet als sterfte door psychedelica wordt geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[8]​. Zo worden ecstasy en amfetamine bijvoorbeeld samengevoegd onder de categorie psychostimulantia. Ook wordt er binnen cannabis geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en binnen opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[8]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    E. Nichols D, S. Grob C. Is LSD toxic? Vol. 284, Forensic Science International. 2018. p. 141–5.
  2. 2.
    Jan van Amsterdam, Opperhuizen A, Wim van den Brink. Harm potential of magic mushroom use: A review. Vol. 59, Regulatory Toxicology and Pharmacology. 2011. p. 423–9.
  3. 3.
    I. Kopra E, Penttinen J, J. Rucker J, S. Copeland C. Psychedelic-related deaths in England, Wales and Northern Ireland (1997–2022). Vol. 136, Progress in Neuro-Psychopharmacology and Biological Psychiatry. 2025. p. 111177.
  4. 4.
    S. Gable R. Comparison of acute lethal toxicity of commonly abused psychoactive substances. Vol. 99, Addiction. 2004. p. 686–96.
  5. 5.
    Johnson M, Richards W, Griffiths R. Human hallucinogen research: guidelines for safety. Vol. 22, Journal of Psychopharmacology. 2008. p. 603–20.
  6. 6.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  7. 7.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  8. 8.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.