HomeCocaïne4.3.5 Kwetsbare groepen jongeren en jongvolwassenen

4.3.5 Kwetsbare groepen jongeren en jongvolwassenen

In het kort: Samenvattend is cocaïne vaker ooit gebruikt in kwetsbare groepen vergeleken met jongeren uit het regulier onderwijs. Vooral in de residentiële jeugdzorg (RJZ) hebben relatief meer jongeren ervaring met cocaïne. Er lijkt minder verschil te zitten in het laatste-maand-gebruik van cocaïne. Er zijn geen aanwijzingen voor een toename over tijd in het gebruik van cocaïne onder kwetsbare groepen. Wel rapporteren preventiewerkers dat het gebruik van cocaïne meer geaccepteerd lijkt te raken in groepen kwetsbare jongeren in verschillende regio’s.

Snel naar:

Binnen de groep jongeren zijn bepaalde groepen extra kwetsbaar. Jongeren met leer- of opvoedingsproblemen en jongeren in de jeugdzorg hebben vaak een combinatie van risicofactoren voor middelengebruik, waaronder ernstige gedragsproblemen, emotionele stoornissen, leerproblemen en een kwetsbare familieachtergrond, zoals een gebroken gezin of (een geschiedenis van) huiselijk geweld en misbruik.

In 2019 is een landelijk onderzoek (EXPLORE) het middelengebruik gemeten onder jongeren van het praktijkonderwijs (PrO) en in het cluster 4 van het speciaal voorgezet onderwijs (REC-4, leerlingen met psychische stoornissen en/of gedragsproblemen) ​[3]​. Jongeren van het cluster 3 (REC-3, leerlingen met een licht verstandelijke beperking) zijn ook voor het eerst onderzocht, maar in dit onderzoek is cocaïne niet uitgevraagd​[3]​​. In 2019 hebben 34 scholen van het praktijkonderwijs (1.118 leerlingen) en 34 cluster 4-scholen (1.032 leerlingen) deelgenomen. De cijfers zijn vergeleken met een steekproef van jongeren van het VMBO basis- en kaderberoepsgerichte leerweg (VMBO-b). De gegevens van het VMBO-b zijn afkomstig uit de Peilstationsonderzoeken uit 2007 en 2019 ​[4]​. Voor een trendanalyse zijn de cijfers vergeleken met die uit het eerdere EXPLORE-onderzoek uit 2008 (zie tabel onderaan de pagina) ​[5]​. In het landelijk EXPLORE onderzoek zijn in 2020 ook gegevens over cocaïnegebruik onder jongeren (12-17 jaar) in de residentiële jeugdzorg (RJZ) verzameld ​[6]​. In 2008 is voor het eerst landelijk onderzoek gedaan naar middelengebruik onder deze doelgroep.

Daarnaast is in 2019 en 2021 de Antenne Regiomonitor uitgevoerd ​[1,2]​. Deze monitor beoogt op kwalitatieve wijze zicht te krijgen op het gebruik onder groepen kwetsbare jongeren uit verschillende regio’s in Nederland. Dit gebeurt op basis van interviews met jongeren- en preventiewerkers die zicht hebben op verschillende jongerengroepen verspreid over het land. Begin 2021 werden via een kwalitatieve studie jongeren- en preventiewerkers ondervraagd over hun indruk van het middelengebruik van in totaal 35 groepen jongeren uit 10 provincies, waar deze professionals direct mee in contact staan ​[2]​. Deze groepen zijn niet representatief voor alle jongerengroepen in de regio. Van de 35 groepen jongeren kwamen er 23 uit een grotere of kleinere stad en kwamen er 12 uit een dorp. Het aantal jongeren per groep varieerde van 8 tot 90 personen, met gemiddeld 20 personen. In totaal hadden de professionals zicht op ongeveer 850 jongeren tussen 11 en 27 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar. Vanuit de Antenne-monitor uit 2019 zijn daarnaast specifiek gegevens beschikbaar over cocaïnegebruik onder jongeren in de (brede) jeugdzorg in Amsterdam ​[7,8]​ en de Gooi en Vechtstreek ​[9]​. De ondervraagde jongeren waren merendeels 16-19 jaar oud (87%), de rest was 15 of tussen de 20 en 28 jaar.

De tabel onderaan de pagina geeft een samenvatting van de resultaten uit uiteenlopende studies naar het gebruik van cocaïne in verschillende groepen kwetsbare jongeren. In het landelijke EXPLORE onderzoek zijn jongeren uit het praktijk- en het speciaal onderwijs geïncludeerd, en jongeren in de residentiële jeugdzorg.

De cijfers zijn niet vergelijkbaar vanwege verschillen in leeftijdsgroepen en methoden van onderzoek.

Scholieren van het praktijkonderwijs, cluster 4 en cluster 3

In 2019 is een landelijk onderzoek (EXPLORE) het middelengebruik gemeten onder jongeren van het praktijkonderwijs (PrO) en in het cluster 4 van het speciaal voorgezet onderwijs (REC-4, leerlingen met psychische stoornissen en/of gedragsproblemen) ​[3]​. Jongeren van het cluster 3 (REC-3, leerlingen met een licht verstandelijke beperking) zijn ook voor het eerst onderzocht, maar in dit onderzoek is cocaïne niet uitgevraagd ​[3]​.

  • Van de cluster-4 leerlingen heeft 4,2% ooit cocaïne gebruikt en 1,8% in de laatste maand. In het praktijkonderwijs is dat respectievelijk 2,3% en 1,1%. In het VMBO-b liggen deze percentages op 1,5% en 0,7%.
  • Er zijn geen significante verschillen tussen jongens en meisjes gevonden in ooitgebruik en laatste-maand-gebruik van cocaïne in cluster 4 en het praktijkonderwijs.
  • Tussen 2008 en 2019 is het ooitgebruik van cocaïne gelijk gebleven in het praktijkonderwijs. In het cluster 4-onderwijs is een niet-significante daling te zien in deze periode (van 6% naar 4,2%).
  • Tegelijkertijd is het aantal leerlingen dat ooit enige harddrug (ecstasy, cocaïne, amfetamine, heroïne, GHB, crack, LSD) heeft gebruikt fors gedaald tussen 2008 en 2019, in zowel het praktijkonderwijs (van 10,4% naar 3,8%) als het cluster 4-onderwijs (van 16,9% naar 7,9%).
  • Scholieren met een westerse migratieachtergrond hebben meer ervaring met harddrugs en paddo’s dan scholieren met een Nederlandse achtergrond of een niet-westerse migratieachtergrond.

Jongeren in de (residentiële) jeugdzorg

In het landelijk EXPLORE onderzoek zijn in 2020 ook gegevens over cocaïnegebruik onder jongeren (12-17 jaar) in de residentiële jeugdzorg (RJZ) verzameld ​[6]​. In 2008 is voor het eerst landelijk onderzoek gedaan naar middelengebruik onder deze doelgroep.

Jongeren verblijvend in de RJZ gebruiken even vaak cocaïne in de afgelopen maand als jongeren in het regulier onderwijs, maar hebben wel vaker ooit cocaïne gebruikt. Het cocaïnegebruik onder jongeren in de RJZ verschilde in 2020 niet van 2008.

  • Van de jongeren verblijvend in de RJZ heeft 14% ervaring met cocaïnegebruik: 8% van de 12-15-jarigen en 15% van de 16-17-jarigen.
  • Er zijn geen verschillen in laatste-maand-gebruik van cocaïne tussen 12-15-jarige jongeren in de RJZ (1%) en in het regulier onderwijs (1%) ​​​[4]​. Het ooitgebruik van alcohol ligt in de RJZ wel hoger (14% versus 1%).
  • Het aandeel jongeren in de RJZ dat ooit of in de laatste maand cocaïne heeft gebruikt lijkt in 2020 lager dan in 2008, maar er is geen significant verschil (zie tabel).

Daarnaast zijn er vanuit de Antenne-monitor uit 2019 specifiek gegevens beschikbaar over cocaïnegebruik onder jongeren in de (brede) jeugdzorg in Amsterdam ​[7,8]​ en de Gooi en Vechtstreek ​[9]​. De ondervraagde jongeren waren merendeels 16-19 jaar oud (87%), de rest was 15 of tussen de 20 en 28 jaar.

  • Van de jongeren in de Amsterdamse jeugdzorg heeft 6% ooit cocaïne gebruikt en 5% in de laatste maand.
  • Het ooitgebruik van cocaïne is minder hoog dan voor ecstasy (23%) en amfetamine (9%). In het laatste jaar is vaker ecstasy (18%) gebruikt en is amfetamine (5%) ongeveer even vaak gebruikt. Een vergelijkbaar beeld wordt gezien in de jeugdzorg in de Gooi en Vechtstreek.
  • De gemiddelde startleeftijd voor cocaïne ligt op 17 jaar onder jongeren in de Amsterdamse jeugdzorg.

Kwetsbare jongeren in de regio

De Antenne-monitor Nederland onderzoekt het middelengebruik op kwalitatieve wijze en indirecte wijze onder groepen kwetsbare jongeren in diverse regio’s van Nederland ​[1,2]​. Deze monitor probeert zicht te krijgen op groepen jongeren waarin sprake is van problematisch drugsgebruik, meervoudige problematiek in de directe, institutionele of sociale omgeving, of het veroorzaken van overlast.

  • Cocaïne wordt in een meerderheid van de jongerengroepen gebruikt (25 van de 35) volgens de professionals. In de meeste groepen gebruikt een klein deel van de leden cocaïne. In slechts enkele groepen (2 van de 35) gebruikt de meerderheid van de groep cocaïne. Het cocaïnegebruik lijkt het hoogst in de regio Zuid.
  • Cocaïne zou populair zijn vanwege zijn oppeppende werking, omdat het zorgt dat er meer alcohol gedronken kan worden en omdat het een statusverhogend effect heeft op de gebruiker.
  • Het gebruik van cocaïne is niet gebonden aan een bepaalde setting; het wordt in de horeca, op festivals, bij wedstrijden, bij vrienden thuis, op straat of in de auto gebruikt. Het lijkt vaak samen te gaan met alcoholgebruik volgens de professionals.
  • Het zicht op de frequentie en de hoeveelheid van het cocaïnegebruik is beperkt. Over groepen waar bij gelegenheid wordt gebruikt zijn er weinig zorgen, maar professionals maken zich wel zorgen over groepen waarin cocaïne wordt gecombineerd met alcohol of op jonge leeftijd al wordt gebruikt.
  • Cocaïne is makkelijk te verkrijgen voor de jongeren, via iemand anders die gebruikt of iemand die handelt. Er zijn signalen van toegenomen (openlijke) cocaïnehandel in sommige regio’s. In sommige plattenlandsdorpen wordt ook een normalisering van cocaïnegebruik gezien.
  • In vergelijking met 2019, lijkt in 2021 bij 11 van de 25 groepen het cocaïnegebruik stabiel te zijn gebleven en bij 9 groepen zijn er signalen dat het cocaïnegebruik is afgenomen. Dit heeft mogelijk te maken met de sluiting van uitgaansgelegenheden en het niet kunnen bijwonen van voetbalwedstrijden. In een klein deel van de groepen (4 van de 25) lijken jongeren meer cocaïne te zijn gaan gebruiken.
  • In 2 van de 35 groepen werd door een enkeling basecoke (crack) gebruikt.

Tabel 4.3.5            Gebruik van cocaïne onder kwetsbare groepen

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Nabben T. Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2019. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam; 2020.
  2. 2.
    Nabben T, Boekholt M, Benschop A. Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2020-2021. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam; 2021.
  3. 3.
    Rombouts M, Scheffers-van Schayck T, Van Dorsselaer S, Kleinjan M, Onrust S, Monshouwer K. Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en andere middelen in het praktijkonderwijs en cluster 4-onderwijs: Resultaten van het EXPLORE-onderzoek 2019. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  4. 4.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  5. 5.
    Kepper A, Veen V, Monshouwer K, Stevens G, Drost W, De Vroome T, et al. Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen: Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en harddrugs bij jongens met en zonder PIJ-maatregel [Internet]. Universiteit Utrecht, departement Algemene Sociale Wetenschappen, in opdracht van Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Ministerie van Justitie. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2009. Available from: https://www.wodc.nl/images/volledige-tekst\_tcm44-274863.pdf
  6. 6.
    Möhle M, van Gelder N, Rombouts M, Schayck TS, Monshouwer K. Preventie en gebruik van alcohol, tabak, cannabis en andere middelen in de residentiële jeugdzorg: Kerngegevens uit het EXPLORE-onderzoek. Trimbos-insituut; 2021.
  7. 7.
    Nabben T, Benschop A. Antenne 2019: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2020.
  8. 8.
    Benschop A, Nabben T, Korf DJ. Antenne 2012: Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2013.
  9. 9.
    Benschop A, Nabben T. Antenne Gooi en Vechtstreek 2019: Zicht op middelengebruik onder jonge mensen in de regio. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam/Jellinek; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.