HomeBijlagenB5. Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ), ziekenhuisopnamen CBS

B5. Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ), ziekenhuisopnamen CBS

Sinds 1 januari 2014 is de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) van start gegaan. De LBZ is een databank met informatie over alle patiënten die in een Nederlands ziekenhuis zijn geweest of een digitaal contactmoment hebben gehad. Alle Nederlandse ziekenhuizen en Universitair Medische Centra nemen deel aan de LBZ. In de LBZ staan onder andere de diagnosen die bij deze patiënten zijn gesteld. De gegevens worden verwerkt en beheerd door DHD (Dutch Hospital Data).

Om inzicht te krijgen in het aantal hoofd- en nevendiagnosen waarbij middelengebruik een rol speelt, heeft het Trimbos-instituut deze gegevens opgevraagd bij DHD. Deze gegevens zijn vervolgens door DHD beschikbaar gesteld via het CBS en gekoppeld met de Basisregistratie Personen (BRP). Voor de jaren 2015-2018 heeft het CBS speciaal voor de Nationale Drug Monitor maatwerktabellen gemaakt ​[1]​. Vanaf 2019 analyseert het Trimbos-instituut de gegevens zelf, op eenzelfde wijze als het CBS dit voor de periode 2015-2018 heeft gedaan.

Deze gegevens bevatten aantallen klinische opnamen, dagopnamen en observaties waarbij middelengebruik als hoofd- of nevendiagnose is geregistreerd ​[2]​:

  • Klinische opname: Dit betekent dat een patiënt één of meerdere dagen in het ziekenhuis verblijft op een afdeling die is ingericht voor verpleging.
  • Dagopname: Hierbij blijft de patiënt enkele uren in het ziekenhuis op een afdeling voor dagverpleging. Dit gebeurt meestal omdat er op dezelfde dag een medisch specialistisch onderzoek of behandeling plaatsvindt. De patiënt overnacht niet.
  • Observatie: Dit is een niet-geplande opname van minimaal vier aaneengesloten uren, zonder overnachting, op een verpleegafdeling. Het doel is om de patiënt te observeren, bijvoorbeeld bij een acute situatie.

De diagnosen worden door artsen vastgelegd volgens een internationaal classificatiesysteem, de International Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD). De meest recente versie hiervan is de ICD-10. Zie ook Bijlagen E. Verklaring van ICD-9 en ICD-10 codes – Nationale Drug Monitor.

Onder hoofddiagnose wordt in de LBZ verstaan de diagnose die achteraf (dus bij ontslag) wordt beschouwd als de belangrijkste reden van de opname in het ziekenhuis. Met deze definitie wordt afgeweken van de richtlijnen ICD-10, waarin als hoofddiagnose wordt gehanteerd ‘de diagnose die aan het eind van het zorgmoment wordt gesteld voor de aandoening die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek’. DHD geeft in de codeadviezen aan dat voor de langere termijn in overleg met betrokken partijen worden nagegaan of en op welke wijze wordt aangesloten op de internationaal geldende definitie (conform richtlijnen ICD-10).

Nevendiagnosen worden in de codeadviezen van DHD beschreven als diagnosen die gedurende de huidige (dag)opname naast elkaar voorkomen of zich ontwikkelen en van invloed zijn op de behandeling of de uitkomst van de behandeling van de patiënt. Het coderen van de nevendiagnosen betreft alleen de aandoeningen die de huidige (dag)opname beïnvloeden op één van de volgende manieren:

  • er is onderzoek of diagnostiek uitgevoerd
  • er is een behandeling uitgevoerd
  • er is een verlenging van de duur van het verblijf
  • er is extra verpleegkundige zorg en/of andere monitoring nodig

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    CBS. Ziekenhuisopnamen voor middelengebruik, 2015-2018: 1-9-2020 09:20 [Internet]. 2020. Available from: https://web.archive.org/web/20200901084635/https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/36/ziekenhuisopnamen-voor-middelengebruik-2015-2018
  2. 2.
    CBS. Ziekenhuisopnamen en -patiënten; diagnose-indeling ICD-10 (3-teken niveau): Gewijzigd op: 24 maart 2020 [Internet]. 2020. Available from: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84069NED/table?dl=35D78

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.