HomeLachgas13.1 Over lachgas en corona

13.1 Over lachgas en corona

13.1.1 Inleiding


Over lachgas

Lachgas (distikstofmonoxide, N2O, E942) is een kleurloos, niet-irriterend, zoetgeurend en zoet smakend gas dat wordt gebruikt als narcosemiddel in het ziekenhuis of als kortdurende pijnstiller door tandartsen en in ambulances. Lachgas remt de pijnprikkel en werkt kalmerend. Inmiddels wordt lachgas minder frequent gebruikt als narcosemiddel tijdens operaties, omdat er meer geschikte middelen zijn. Lachgas wordt daarnaast in de voedingsindustrie in slagroomspuiten gebruikt en in gasflessen die onder andere in de auto- en motorsport circuleren om het vermogen van verbrandingsmotoren te vergroten. Tot slot wordt het middel al sinds halverwege de jaren negentig als roesmiddel gebruikt.  Lachgas wordt dan doorgaans geïnhaleerd uit een ballon. In dit hoofdstuk wordt het gebruik van lachgas als roesmiddel besproken.

Het inhaleren van lachgas zorgt voor een korte maar sterke roes. De (subjectieve) effecten treden ook vrijwel meteen na het innemen op. Gebruikers ervaren een ‘bijna-bewustzijnsverlies’. Er wordt minder pijn gevoeld en de spieren ontspannen. De effecten van lachgas kunnen echter nog uren na gebruik ‘na-ijlen’ ​[1]​.

Gebruikers van lachgas

Lachgas wordt in uiteenlopende sociaal-demografische groepen gebruikt, variërend van soms zeer jonge jongeren die nooit alcohol of drugs hebben gebruikt tot doorgewinterde uitgaanders die veel ervaring hebben met allerlei roesmiddelen. Onder de gebruikers van lachgas bevinden zich ook kwetsbare jongeren, een deel van hen is minderjarig ​[2]​.

Risico’s

Lachgas wordt niet altijd als drug gezien. De gebruikers die lachgas wel als drug zien, erkennen dat er risico’s aan gebruik zitten, maar nemen deze niet altijd serieus ​[3]​. Het middel heeft een positief en onschuldig imago onder gebruikers. Het middel valt (nog) niet onder de Opiumwet (situatie december 2020) en is makkelijk verkrijgbaar via legale verkoopkanalen ​[4–6]​.

Risicobeoordeling

In december 2019 bracht het Coördinatiepunt Assesement en Monitoring nieuwe drugs (CAM) een risicobeoordeling uit over lachgas, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In dit rapport wordt geconcludeerd dat het recreatief gebruik van lachgas als verdovend middel een risico kan vormen voor de gezondheid. Er bestaat geen veilige onder- of bovengrens voor gebruik. Na het gebruik van een enkele ballon worden bijvoorbeeld al tintelingen in handen en voeten gerapporteerd, wat kan duiden op neurotoxiciteit ​[2]​. Bij excessief gebruik kunnen soms (ernstige) neurologische problemen ontstaan ​[7,8]​.

Er is een voornemen om lachgas op Lijst II van de Opiumwet ​[9]​ te plaatsen naar aanleiding van de risicobeoordeling van het CAM. Het streven is om het verbod in de tweede helft van 2021 in werking te laten treden ​[10]​ (zie ook hoofdstuk 2, § 2.1). Gemeenten kunnen ook nu al optreden tegen overlast door verkoop en gebruik van lachgas ​[5]​. Een toenemend aantal gemeenten heeft zelf al een verbod op de openbare verkoop van het middel ingesteld, of neemt andere maatregelen om de beschikbaarheid en het gebruik terug te dringen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Aanpassing voorlichtingsboodschap lachgas

Naar aanleiding van het CAM rapport ​[2]​ zijn verschillende voorlichtingsmaterialen aangepast met de meest recente informatie over lachgas. Een belangrijke wijziging is de boodschap dat er geen ‘veilige grens’ is voor gebruik. Daarnaast zal er specifiek voorlichtings- en preventiemateriaal worden ontwikkeld om (problematisch) lachgas gebruik tegen te gaan onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond en lachgasgebruik in het verkeer (zie ook hoofdstuk 2, § 2.1).

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Van Goor M. Factsheet lachgas. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  2. 2.
    Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs. Risicobeoordeling lachgas. Bilthoven: RIVM; 2019.
  3. 3.
    Nabben T, Van der Pol P, Korf DJ. Roes met een luchtje. Amsterdam: Rozenberg Publishers; 2017.
  4. 4.
    Nabben T. Antenne Nederland: Regiomonitor drugs en risicojongeren 2019. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam; 2020.
  5. 5.
    Nijkamp L. Lachgas: van zorgen naar acties. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  6. 6.
    Spronk D, Nijkamp L, Nabben T, De Jonge M. Lachgasgebruik bij jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond: Een verkennend onderzoek. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.
  7. 7.
    Dong X, Ba F, Wang R, Zheng D. Imaging appearance of myelopathy secondary to nitrous oxide abuse: a case report and review of the literature [Internet]. International Journal of Neuroscience. 2018. p. 1–10. Available from: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/00207454.2018.1526801
  8. 8.
    Keddie S, Adams A, Kelso ARC, Turner B, Schmierer K, Gnanapavan S, et al. No laughing matter: subacute degeneration of the spinal cord due to nitrous oxide inhalation [Internet]. Vol. 265, Journal of Neurology. Springer Berlin Heidelberg; 2018. p. 1089–1095. Available from: https://doi.org/10.1007/s00415-018-8801-3
  9. 9.
    T.K.24077-452. Drugbeleid: Brief regering: Integrale aanpak lachgas. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2019.
  10. 10.
    T.K.24077-465. Drugbeleid: Brief regering: Lachgas voorlichting en preventie. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype