HomeLachgas13.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

13.3 Gebruik: jongeren en jongvolwassenen

Deze paragraaf beschrijft gegevens over het gebruik van lachgas op basis van landelijke (representatieve) onderzoeken naar middelengebruik onder scholieren en studenten, en ook gegevens van uiteenlopende landelijke, regionale en lokale onderzoeken in verschillende groepen jongeren en jongvolwassenen waarvan uit eerder onderzoek bekend is dat zij een hogere kans hebben dan hun doorsnee leeftijdsgenoten om middelen te gebruiken.

Lachgas wordt in de algemene bevolking het meest gebruikt onder jongeren en jongvolwassenen (zie ook § 13.2). Het wordt in uiteenlopende groepen jongeren gebruikt wat betreft geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, herkomst en stedelijkheid. In 2019 zijn er veel onderzoeken uitgevoerd onder verschillende groepen jongeren en jongvolwassenen, ook onder kwetsbare groepen. De resultaten suggereren dat lachgas onder de jongere leeftijdsgroepen een van de meest gebruikte middelen is, en dat er (dus) gemiddeld al vroeg gestart wordt met gebruik. De risico’s van lachgas worden nog steeds laag ingeschat. Het gebruik van lachgas lijkt zich over het algemeen wel te stabiliseren vergeleken met afgelopen jaren, maar het gebruik ligt nog steeds relatief hoog en in sommige kwetsbare groepen jongeren wordt een stijging waargenomen.

Scholieren van het regulier onderwijs

Kerncijfers over het gebruik van middelen onder scholieren (12-16 jaar) worden om de twee jaar alternerend gemeten in het Peilstationsonderzoek scholieren en de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-studie. Sinds de meting van 2017 is de HBSC-studie wat betreft de steekproef vergelijkbaar met het Peilstationsonderzoek (zie bijlage B1).

13.3.1 Kerncijfers en trends scholieren regulier onderwijs

Kerncijfers

In 2019 heeft van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs één op de tien (9,9%) ooit lachgas gebruikt, vergelijkbaar met het gebruik van cannabis. Een op veertig gebruikte in de laatste maand ​[1]​.

Tabel 13.3.1   Gebruik van lachgas onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-16 jaar. Peiljaar 2019

Trends

Lachgasgebruik is in 2015 voor het eerst gemeten onder scholieren van 12-16 jaar (zie figuur 13.3.1).

  • Tussen 2015 en 2019 is het percentage scholieren dat ervaring heeft met lachgasgebruik toegenomen. Het ooitgebruik steeg van van 7,8% in 2015 naar 9,4% in 2017 en 9,9% in 2019. De procentuele toename geldt zowel voor jongens als voor meisjes.
  • Het verschil tussen 2017 en 2019 is niet statistisch significant, maar ten opzichte van 2015 is het gebruik ooit in het leven wel significant gestegen.
  • Het gebruik van lachgas in de laatste maand verschilt niet tussen de jaren.

Mate van consumptie

Het aantal ballonnen dat per keer gebruikt wordt (onder de laatste-jaar-gebruikers) loopt sterk uiteen:

  • 19% gebruikt meestal 1 ballon en 41% neemt meestal 2 tot 4 ballonnen, 20% gebruikt 5 tot 9 ballonnen en 20% neemt 10 of meer ballonnen.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Rombouts M, Van Dorsselaer S, Scheffers-van Schayck T, Tuithof M, Kleinjan M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2019: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype