HomeLachgas13.7.2 Sterfte

13.7.2 Sterfte

Hoeveel mensen overlijden er als gevolg van het gebruik van lachgas in Nederland?

In het kort: Het aantal sterfgevallen door het gebruik van lachgas in Nederland is niet bekend, mede omdat dit niet specifiek wordt bijgehouden in de Doodsoorzakenstatistiek van het CBS. De belangrijkste oorzaak van overlijden door recreatief gebruik van lachgas is verstikking (hypoxie).

Onbekend aantal sterfgevallen door lachgas in Nederland

Het is niet bekend hoeveel mensen in Nederland overlijden door het gebruik van lachgas. Dit komt doordat lachgas in de Doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS; zie: Meer informatie over de onderzoeken op deze pagina) onder dezelfde code valt als andere geïnhaleerde verdovingsmiddelen. Hierdoor is het niet mogelijk om het precieze aantal sterfgevallen door lachgas vast te stellen.

Op welke manieren kunnen mensen overlijden door gebruik van lachgas?

Verschil direct overlijden versus indirect overlijden

Mensen kunnen op verschillende manieren overlijden door het gebruik van drugs. Soms is er een direct verband tussen het gebruik van een middel en het overlijden, bijvoorbeeld bij een overdosis. Dit noemen we directe sterfte. Ook als iemand overlijdt aan een ziekte die is ontstaan door (langdurig) middelengebruik, valt dit onder directe sterfte. Artsen die de doodsoorzaak registreren hebben echter niet altijd volledig zicht op wat er is gebeurd en of de persoon verslaafd was of drugs had gebruikt. Het gaat bij de registratie van de doodsoorzaken dus om een inschatting op basis van de kennis die een arts op dat moment heeft.   

Daarnaast kunnen mensen overlijden door de indirecte gevolgen van drugsgebruik denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk terwijl iemand onder invloed is, een infectie door een besmette naald, of gezondheidsproblemen die samenhangen met een ongezonde leefstijl bij verslavingsproblematiek. Deze sterfgevallen worden aangeduid als indirecte sterfte.

Verstikking is belangrijkste oorzaak van overlijden door lachgas

Volgens de literatuur is de belangrijkste directe oorzaak van overlijden door recreatief gebruik van lachgas verstikking (hypoxie) ​[1–3]​. Bij hoge concentraties of gebruik in afgesloten ruimtes (zoals een auto) kan dit leiden tot bewusteloosheid en uiteindelijk verstikking. Door zuurstofgebrek kunnen daarnaast hartritmestoornissen en ademstilstand optreden (zie ook: Lachgas – Ziekte). Het gebruik van lachgas samen met andere dempende middelen (o.a. alcohol, opioïden en GHB) vergroot het risico op overlijden ​[1–3]​.

Indirect kan lachgas ook leiden tot overlijden doordat het duizeligheid, verwardheid en verminderde motoriek veroorzaakt. Hierdoor kunnen fatale verkeersongevallen of valpartijen ontstaan ​[2]​. In 2021 deed de politie op verzoek van de NOS een inventarisatie naar verkeersongelukken waarbij lachgas in het spel was. Daaruit bleek dat bij 63 dodelijke ongevallen lachgas werd gebruikt. Deze gevallen vallen onder indirecte sterfte ​[4]​.

Doodsoorzakenstatistiek CBS

De Doodsoorzakenstatistiek is een wettelijke registratie waarin de onderliggende doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland worden vastgelegd. Wanneer iemand overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Dit document wordt rechtstreeks naar het CBS gestuurd, waar het door een medisch ambtenaar wordt gecodeerd volgens de normen van de International Classification of Diseases (ICD-10) van de World Health Organization (WHO). Sinds 2013 gebeurt dit (deels) automatisch; niet-natuurlijke doodsoorzaken, waaronder drugsgerelateerde sterfte, worden nog steeds handmatig gecodeerd.

Sterfgevallen door drugsgebruik worden ingedeeld volgens de Drug-Related Deaths Standard van het EUDA ​[5]​. Deze standaard bevat ICD-10-codes voor directe sterfte door drugs, zoals vergiftigingen en psychische of gedragsstoornissen door middelengebruik. Het is dus een onderschatting van het totale aantal sterfgevallen gerelateerd aan drugs.

Beperkingen van de Doodsoorzakenstatistiek

Volgens de Doodsoorzakenstatistiek overlijden er in Nederland relatief weinig mensen aan de directe gevolgen van het gebruik van drugs. De Doodsoorzakenstatistiek is echter niet specifiek ingericht op het registreren van druggerelateerde sterfte, waardoor de gegevens voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. Zo wordt toxicologisch onderzoek niet altijd uitgevoerd en de resultaten bereiken het CBS niet altijd. Daarnaast registreren artsen drugsgerelateerde sterfte verschillend, waarbij in sommige regio’s terughoudend wordt geregistreerd. Ook komt het regelmatig voor dat geen of een onbekende doodsoorzaak wordt opgegeven, waardoor drugsgebruik buiten beeld kan blijven.

Verder komt polygebruik (meerdere middelen) relatief vaak voor, maar kan er slechts één middel als onderliggende doodsoorzaak worden geregistreerd. In de ICD-10-codering gebeurt dit met T-codes, die de medische oorzaak aangeven en waarbij een voorrangslijst bepaalt welk middel (het meest schadelijke) wordt geregistreerd ​[6]​. Daarnaast worden X-codes gehanteerd die de wijze van overlijden aangeven, bijvoorbeeld een onopzettelijke vergiftiging, en werken met categorieën in plaats van een voorrangslijst. Deze ICD-10 coderingsregels zorgen ervoor dat mengintoxicaties met bijvoorbeeld psychostimulantia en een ander middel, dat volgens de voorrangslijst schadelijker is, niet als sterfte door psychostimulantia worden geregistreerd.

Tot slot zorgt de manier het gebruik van verzamelcategorieën in het ICD-10 systeem ervoor dat er vaak weinig informatie beschikbaar is over welk specifiek middel is gebruikt, vanwege het gebruik van verzamelcategorieën ​[7]​. Lachgas valt onder de verzamelcategorie hallucinogenen, terwijl ecstasy en amfetamine worden samengebracht onder de categorie psychostimulantia. Binnen cannabis wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende cannabinoïden, en bij opioïden niet tussen medicinale en andere varianten.

Speciaal Register Drugsgerelateerde Sterfte

Omdat het hierdoor lastig blijft om precies vast te stellen welke drugs bijdragen aan sterfte in Nederland, wordt gewerkt aan een speciaal register dat zich specifiek richt op drugsgerelateerde sterfte ​[7]​.

Voor meer informatie, zie Bijlage B4.

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    Jay M. Nitrous oxide: recreational use, regulation and harm reduction. Vol. 8, Drugs and Alcohol Today. 2008. p. 22–5.
  2. 2.
    Garakani A, J. Jaffe R, Savla D, K. Welch A, A. Protin C, O. Bryson E, et al. Neurologic, psychiatric, and other medical manifestations of nitrous oxide abuse: A systematic review of the case literature. Vol. 25, The American Journal on Addictions. 2016. p. 358–69.
  3. 3.
    R. Andrew Yockey, A. Hoopsick R. US Nitrous Oxide Mortality. Vol. 8, JAMA Network Open. 2025. p. e2522164.
  4. 4.
    NOS. Lackgas afgelopen jaren gevonden bij 1800 ongelukken met tientallen doden. [Internet]. 2021. Available from: https://nos.nl/artikel/2407852-lachgas-afgelopen-jaren-gevonden-bij-1800-ongelukken-met-tientallen-doden
  5. 5.
    EUDA (European Union Drug Agency). EMCDDA standard protocol to collect data and report figures for the key indicator drug-related deaths (DRD-Standard, version 3.2) [Internet]. 2010. Available from: https://www.euda.europa.eu/html.cfm/index107404EN.html_en
  6. 6.
    WHO (World Health Organization). International statistical classification of diseases and related health problems- 10th revision, Fifth edition [Internet]. 2016. Available from: https://icd.who.int/browse10/content/statichtml/icd10volume2_en_2016.pdf
  7. 7.
    Vercoulen E, Ceelen M, Dorn T, Buster M, Croes E, Van Laar M. Drugsgerelateerde sterfte in beeld: Onderzoek naar de praktijk van de detectie en registratie van drugsgerelateerde sterfte en ontwikkeling van een blauwdruk voor een speciaal register. Trimbos-instituut/GGD Amsterdam; 2021.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2026. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.