HomeNPS8.5 Gebruik: internationale vergelijking

8.5 Gebruik: internationale vergelijking

8.5.1 Algemene bevolking internationaal

Gegevensbronnen

Het EMCDDA verzamelt gegevens over het drugsgebruik in de algemene bevolking, waaronder jongvolwassenen, in de lidstaten van de Europese Unie, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, en Turkije ​[1]​. In Australië wordt het bevolkingsonderzoek naar drugsgebruik uitgevoerd door het Australian Institute of Health and Welfare (AIHW) ​[2]​. Sinds 2011 rapporteert meer dan de helft van de Europese landen nationale schattingen over het gebruik van NPS in de algemene bevolking. Voor de bevolkingsonderzoeken geldt dat verschillen in peiljaar, meetmethoden, steekproeven, leeftijdsgroepen en vraagstellingen een precieze vergelijking bemoeilijken. Dit geldt ook voor het vergelijken met de resultaten uit Australië in onderstaande tabel. Bovendien zijn er methodologische problemen die specifiek zijn voor NPS: de soorten NPS die in deze onderzoeken worden meegenomen kunnen verschillen, vanwege het ontbreken van een eenduidige definitie voor NPS en mogelijk ook vanwege verschillen in wetgeving.

Vergelijking tussen landen

Onderstaande tabel presenteert gegevens over het gebruik van NPS in een aantal lidstaten van de EU-14, Verenigd Koninkrijk en Noorwegen volgens de standaard leeftijdsgroepen van het EMCDDA (15-64 jaar en 15-34 jaar), tenzij anders aangegeven. Gegevens voor Australië staan ook in de tabel. Voor zover beschikbaar, zijn gegevens voor andere EU-lidstaten in bijlage C vermeld. Het Europees gemiddelde zoals berekend door het EMCDDA is daarbij een schatting die is gewogen op basis van de bevolkingsomvang. Landen met veel inwoners tellen daardoor zwaarder mee. Voor dit Europees gemiddelde zijn voor Nederland de cijfers van 2019 gebruikt. De cijfers van 2020 voor Nederland waren nog niet beschikbaar voor het EMCDDA.

Aangezien het gebruik van NPS in Nederland in 2020 anders is uitgevraagd dan in voorgaande jaren, zijn er geen goede gegevens beschikbaar over het gebruik van NPS als geheel. Daarom kan het gebruik van ‘enige NPS’ niet met andere Europese landen worden vergelijken. We kunnen echter over een aantal specifieke NPS en patronen rapporteren. Zo is het gebruik van synthetische cannabinoïden in Nederland erg laag in vergelijking met andere landen. Bovendien lijkt het erop dat (bepaalde) NPS in Nederland meer worden gebruikt door hoogopgeleiden, terwijl in andere landen NPS vaak (ook) worden gebruikt door gemarginaliseerde groepen in de ‘straat scene’ (zie ook § 8.4).

  • Het gebruik van (enige) NPS onder jongvolwassenen (15-34 jaar) in het afgelopen jaar varieerde volgens de gegevens van het EMCDDA van 0,2% tot 3,2%, met een gemiddelde van 1,1% in de 12 landen die gegevens aanleverden tussen 2015 en 2018. Bij volwassenen (15-64 jaar) varieerde het laatste-jaar-gebruik van 0,1% tot 1,4%, met een gemiddelde van 0,6% in de 15 landen die gegevens aanleverden ​[1]​.
  • Een klein aantal van de Europese enquêtes bevat specifiek vragen over het gebruik van synthetische cannabinoïden. Het laatste-jaar-gebruik hiervan onder 15-34-jarigen varieerde van 0,3% in Spanje tot 0,6% in Italië. In Australië had 0,2% van de bevolking van 14 jaar en ouder in het afgelopen jaar synthetische cannabinoïden gebruikt .
  • In Nederland komt het gebruik van synthetische cannabinoïden in de algemene bevolking maar zelden voor: 0,1% van de jongvolwassenen (15-34 jaar) had deze middelen in 2020 in het laatste jaar gebruikt. Zoals beschreven in § 8.2 is de meest voorkomende NPS in de algemene bevolking waar gegevens voor beschikbaar zijn 2C-B.

Tabel 8.5.1     Gebruik van NPS in de algemene bevolking van enkele lidstaten van de EU, het Verenigd Koninkrijk en Australië in verschillende leeftijdsgroepenI

Aanvullende informatie

Bronnen

  1. 1.
    EMCDDA. European Drug Report 2021: Trends and Developments. Luxembourg: Publications Office of the European Union; 2021.
  2. 2.
    AIHW. National Drug Strategy Household Survey 2019. Canberra: AIHW; 2020.

Hoe te verwijzen

    Nationale Drug Monitor, editie 2022. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.

Vergroot lettertype